Bijdrage

Elke niet vrijgestelde persoon die meer dan 90 dagen in België wenst te verblijven moet een bijdrage betalen.  

De bijdrage dekt de kosten van de behandeling van de verblijfsaanvraag.     

Het bedrag van de bijdrage hangt af van het onderwerp van de aanvraag.

De persoon moet het bewijs van de volledige betaling van de bijdrage voorleggen op het moment van de aanvraag bij de Belgische diplomatieke of consulaire post (aanvraag visum D) of bij het gemeentebestuur van de verblijfplaats (verblijfsaanvraag).  Indien dit bewijs niet wordt voorgelegd is de aanvraag niet ontvankelijk en wordt die niet behandeld.

De bijdrage wordt niet terugbetaald indien de aanvraag voor een visum D of de verblijfsaanvraag geweigerd wordt.  In bepaalde gevallen kan de bijdrage daarentegen wel worden terugbetaald. 

De in de tekst vermelde bijlagen zijn bijlagen van het koninklijk besluit van 8 oktober 1981.

 

Nuttige info :

Overeenkomstig artikel 1/1.§1, derde lid van de wet van 15 december 1980 en artikel 1/1/1.§4 van het koninklijk besluit van 8 oktober 1981 worden de bedragen van de bijdrage tot dekking van de administratieve kosten die verbonden zijn met de indiening en het onderzoek van de verblijfsaanvragen op 1 juni van elk jaar van rechtswege aan het indexcijfer van de consumptieprijzenaangepast.

Met ingang van 1 juni 2021 zijn de bedragen de volgende :

  • voor de aanvragen bedoeld in artikel 1/1.§2, 1°, 2°, 5°, 9°, 10°, 11° en 12° van de wt : 366 euro;
  • voor de aanvragen bedoeld in artikel 1/1.§2, 3°, 4°, 6° en 7° van de wet : 209 euro ;
  • voor de aanvragen bedoeld in artikel 1/1.§2, 8° van de wet : 63 euro.

Het bewijs van volledige betaling van een niet-geïndexeerd recht dat vóór 1 juni 2021 is betaald voor een aanvraag die op of na 1 juni 2021 is ingediend, wordt aanvaard wegens de laattijdige publicatie van de mededeling van de directeur-generaal van de Dienst Vreemdelingenzaken in het Belgisch Staatsblad.

[cf. artikel 1/1. §2, van de wet van 15 december 1980]

De bijdrage moet niet worden betaald indien de aanvrager minder dan achttien jaar oud is, indien hij staatloos is (erkenning van het statuut door de familierechtbank) of indien hij een begunstigde is  van de associatieovereenkomst tussen de Europese Economische Gemeenschap en Turkije, ondertekend op 12/09/1963, of een familielid van een begunstigde van deze associatieovereenkomst.  

Anderzijds moet de bijdrage niet worden betaald voor de volgende aanvragen:

  • aanvraag van een verklaring van inschrijving als burger van de Europese Unie of de Europese Economische Ruimte, of van een identiteitskaart voor vreemdeling als Zwitserse onderdaan ;
  • aanvraag voor een verblijfskaart van een familielid van een burger van de Europese Unie of de Europese Economische Ruimte, of een identiteitskaart voor vreemdeling in de hoedanigheid van familielid van een Zwitserse onderdaan;      
  • aanvraag voor een verblijfskaart van een familielid van een Belg die zijn recht op vrij verkeer heeft uitgeoefend, op voorwaarde dat men deel heeft uitgemaakt van het gezin van deze Belg in de staat van de Europese Unie waar hij meer dan 3 maanden legaal verbleven heeft vooraleer hij naar België terugkeerde;
  • verzoek om internationale bescherming;
  • verblijfsaanvraag in de hoedanigheid van echtgenoot of partner van een onderdaan van een derde land aan wie België de status van vluchteling of de subsidiaire bescherming heeft toegekend;     
  • verblijfsaanvraag in de hoedanigheid van vader of moeder van een onderdaan van een derde land die op het moment van zijn binnenkomst in België en de indiening van zijn asielaanvraag minder dan achttien jaar oud was, op voorwaarde dat de betrokkene in de loop van de asielprocedure meerderjarig is geworden en de verblijfsaanvraag wordt ingediend binnen een termijn van 3 maanden vanaf de erkenning van de vluchtelingenstatus of de toekenning van de subsidiaire bescherming;
  • aanvraag voor een machtiging tot verblijf om medische redenen;
  • aanvraag voor een machtiging tot verblijf om te studeren of onderzoekswerk te verrichten, op voorwaarde dat men een standaardformulier voorlegt waaruit blijkt dat een beurs toegekend werd door een overheid of een instelling bedoeld in artikel 1/1 van het koninklijk besluit van 8 oktober 1981;
  • verblijfsaanvraag in de hoedanigheid van alleenstaand gehandicapt kind dat ouder is dan achttien jaar van een Belg of een vreemdeling die gemachtigd is tot een verblijf van onbeperkte duur (B-, C-, D-, F- of F+-kaart) of beperkte duur (A- of H-kaart) in België, op voorwaarde dat een attest wordt overgelegd dat afgegeven is door een door een Belgische ambassade of een Belgisch consulaat erkende arts en dat aantoont dat het omwille van de handicap niet in zijn eigen behoeften kan voorzien.
  • Ten slotte mag de bijdrage niet worden betaald door een erkende staatloze van wie is vastgesteld dat hij zijn nationaliteit tegen zijn wil heeft verloren en die aantoont dat hij geen wettelijke en duurzame verblijfsvergunning kan krijgen in een andere staat waarmee hij banden heeft.

[cf. artikel 1/1/1 van het koninklijk besluit van 8 oktober 1981]

Het bedrag van de bijdrage hangt af van het onderwerp van de aanvraag. Het wordt elk jaar geïndexeerd. 

Het bedrag wordt op 63 euro vastgelegd voor de volgende aanvragen:

  • aanvraag voor een machtiging tot verblijf, na de status van langdurig ingezetene te hebben bekomen in een andere staat van de Europese Unie;
  • verblijfsaanvraag in de hoedanigheid van familielid van een vreemdeling die gemachtigd is om meer dan drie maanden in België te verblijven, na de status van langdurig ingezetene te hebben bekomen in een andere staat van de Europese Unie.

Het bedrag wordt op 207 euro (209 euro met ingang van 1/06/2021) vastgelegd voor de volgende aanvragen:

  • verblijfsaanvraag in de hoedanigheid van echtgenoot of partner van een vreemdeling die voor een onbepaalde duur in België verblijft (B-, C-, D-, F- of F+-kaart);    
  • verblijfsaanvraag in de hoedanigheid van echtgenoot of partner van een vreemdeling die tijdelijk in België verblijf (A- of H-kaart);    
  • verblijfsaanvraag in de hoedanigheid van echtgenoot, partner of niet gehandicapte afstammeling die ouder is dan achttien jaar van een Belg die zijn recht op vrij verkeer niet uitoefent of niet heeft uitgeoefend;    
  • verblijfsaanvraag in de hoedanigheid van vader of moeder van een minderjarig Belgisch kind;
  • aanvraag voor een machtiging tot verblijf om te studeren aan een door de overheid georganiseerde, erkende of gesubsidieerde instelling voor hoger onderwijs;
  • aanvraag voor een verandering van statuut, indien het nieuwe statuut onderworpen is aan een bijdrage van 207 EUR ;     
  • aanvraag van een onderdaan van een derde land wiens verblijfsrecht erkend wordt door een internationaal verdrag, door een wet of door een koninklijk besluit;
  • aanvraag van een onderdaan van een derde land die voldoet aan de wettelijke voorwaarden om de Belgische nationaliteit te herkrijgen;
  • aanvraag van een onderdaan van een derde land die de Belgische nationaliteit verloren heeft omdat ze in het huwelijk getreden is, of omdat de echtgenoot een vreemde nationaliteit verworven heeft;
  • aanvraag voor een terugkeervisum, na België te hebben verlaten met een geldig attest van immatriculatie dat in het kader van een gezinsherenigingsprocedure werd afgegeven.

Het bedrag wordt op 363 euro (366 euro met ingang van 1/06/2021) vastgelegd voor de volgende aanvragen:

  • aanvraag voor een machtiging tot verblijf voor het uitoefenen van een beroepsactiviteit, om aan een privé-onderwijsinstelling te studeren, om onderzoekswerk te verrichten, om als au pair te werken, om humanitaire redenen, enz.;
  • aanvraag voor een verandering van statuut, indien het nieuwe statuut onderworpen is aan een bijdrage van 363 EUR ;     
  • aanvraag voor een machtiging om naar België terug te keren, na een afwezigheid van meer dan een jaar;
  • aanvraag om de status van langdurig ingezetene te herkrijgen, na een lange afwezigheid;
  • aanvraag voor een terugkeervisum (verloren, gestolen of vervallen verblijfstitel).

De bijdrage moet in euro (€) betaald worden, door de aanvrager of door een derde, op de rekening van de FOD Binnenlandse Zaken, Dienst Vreemdelingenzaken, Pachecolaan 44 - 1000 Brussel.

IBAN : BE57 6792 0060 9235
BIC : PCHQBEBB
Bank: BPOST NV, Muntcentrum (zonder nummer), 1000 Brussel

De mededeling moet de naam, de voornaam, de geboortedatum en de nationaliteit van de aanvrager bevatten + de volgende structuur respecteren: Naam Voornaam Nationaliteit Geboortedatum (DDMMJJJJ).

Het gestorte bedrag moet het bedrag van de bijdrage en de eventuele bankkosten dekken.

[cf. artikel 1/2 van het koninklijk besluit van 8 oktober 1981]

De aanvrager moet een geldig bewijs van de volledige betaling van de bijdrage voorleggen op het moment van de indiening van zijn aanvraag bij de Belgische diplomatieke of consulaire post (visum D) of bij het gemeentebestuur van de verblijfplaats (verblijfsaanvraag)

Voorbeeld: indien de betaling door middel van een overschrijving wordt uitgevoerd, moet de aanvrager een rekeninguittreksel of een overschrijving met de stempel van de post voorleggen.

Indien de aanvrager het bewijs van de volledige betaling van de bijdrage niet voorlegt, verklaart de post of het gemeentebestuur zijn aanvraag onontvankelijk (bijlage 42).  

Indien de aanvrager het bewijs van betaling van de bijdrage voorlegt, maar het gestorte bedrag ontoereikend is, verklaart de post of het gemeentebestuur zijn aanvraag tijdelijk onontvankelijk (bijlage 43).  De aanvrager beschikt over 30 dagen om het bewijs van betaling van het bedrag voor te leggen. Indien de aanvrager het bewijs van betaling van het verschuldigd bedrag niet binnen deze termijn voorlegt, verklaart de post of het gemeentebestuur zijn aanvraag definitief onontvankelijk (bijlage 42). Het reeds betaalde bedrag wordt niet terugbetaald.

Een onontvankelijke aanvraag wordt niet behandeld.

Aan de Dienst Vreemdelingenzaken kan worden gevraagd om een bijdrage die per vergissing werd betaald, of die betaald werd voor een aanvraag die tussen 2 maart 2015 en 26 juni 2016 werd ingediend, terug te betalen.

De terugbetaling van het verhoogde deel van de bijdrage kan worden gevraagd, indien de bijdrage betaald werd voor een aanvraag die tussen 1 maart 2017 en 2 januari 2019 werd ingediend.

De persoon die de terugbetaling aanvraagt, moet de volgende voorschriften respecteren :

  • Een formulier « Aanvraag voor de terugbetaling van een bijdrage » volledig en leesbaar (hoofdletters) invullen.  Indien de terugbetalingsaanvraag op meerdere bijdrages betrekking heeft, moet een mail per bijdrage worden ingevuld ;
  • Het formulier ondertekenen (manuele handtekening of digitale handtekening);
  • Het bewijs van de betaling van de bijdrage waarvan de volledige of gedeeltelijke terugbetaling wordt gevraagd toevoegen;
  • Het formulier « Aanvraag voor de terugbetaling van een bijdrage » en het bewijs van de betaling naar het adres remboursement[at]ibz.fgov.be, sturen, bij voorkeur in pdf-formaat.
  • Een ingevuld en ondertekend formulier per bijdrage + een bewijs van betaling = een mail. 

Indien de persoon die de terugbetaling van de bijdrage vraagt niet de persoon is die de bijdrage betaald heeft, moet de terugbetalingsaanvraag gepaard gaan met twee bijkomende  documenten: