Het indienen van het verzoek

De dag van de registratie van het verzoek of uiterlijk 30 dagen na het doen van het verzoek, krijgt de verzoeker de mogelijkheid om het verzoek in te dienen.

Met uitzondering voor personen aan de grens of personen die opgesloten of op een welbepaalde plaats worden vastgehouden, vindt het indienen van het verzoek plaats in het aanmeldcentrum ‘Klein Kasteeltje’ of in het gebouw van de Dienst Vreemdelingenzaken gesitueerd te Pachecolaan 44, 1000 Brussel:

  • Als de registratie en de indiening van het verzoek op dezelfde dag gebeuren, vinden beide plaats in het aanmeldcentrum ‘Klein Kasteeltje’.
  • Als de indiening op een latere dag gebeurt, vermeldt het bewijs van aanmelding waar en wanneer de verzoeker zich moet aanbieden voor de indiening van het verzoek.

Bij het indienen van het verzoek dient aan enkele wettelijke verplichtingen voldaan te worden:

  • Woonplaats kiezen in België

Elke verzoeker is verplicht in België woonplaats te kiezen. Dit kan het adres zijn waarop de verzoeker effectief verblijft, maar de verzoeker kan ook woonplaats kiezen bij zijn/haar advocaat, bij vrienden, familie, … in België.

De DVZ en het CGVS zullen alle briefwisseling in het kader van de procedure (namelijk uitnodigingen, vragen om inlichtingen, beslissingen, …) naar dit adres versturen.

Als de verzoeker zelf geen woonplaats kiest, zal het adres van het CGVS als de gekozen woonplaats beschouwd worden en zal al de briefwisseling naar dit adres verstuurd worden. De verzoeker zal zich dan steeds bij het CGVS moeten aanbieden om zijn/haar briefwisseling in ontvangst te nemen.

Het is wettelijk verplicht steeds de DVZ en het CGVS te verwittigen wanneer de woonplaatskeuze wijzigt.

Hiervoor is een speciaal formulier voorzien, dat ingevuld per aangetekende brief naar de DVZ en het CGVS dient verstuurd te worden.

Opgelet: Al de briefwisseling wordt steeds verstuurd naar de laatst gekende gekozen woonplaats. Het niet of niet tijdig doorgeven van een wijziging van woonplaatskeuze aan de DVZ en het CGVS kan tot gevolg hebben dat  bepaalde documenten niet of laattijdig ontvangen zullen worden.

  • Taal van de procedure vaststellen

Bij de indiening van het verzoek dient vastgesteld te worden welke taal tijdens de procedure zal gebruikt worden. Dit kan ofwel het Frans zijn, ofwel het Nederlands.

De vreemdeling dient op het moment van het indienen van zijn verzoek om internationale bescherming aan te geven of hij bij het onderzoek van dit verzoek de hulp van een tolk nodig heeft.

Indien de verzoeker voldoende Frans of Nederlands spreekt, kan deze kiezen voor het Frans of het Nederlands als proceduretaal.

Als de verzoeker niet voldoende Frans of Nederlands spreekt, kan deze de bijstand van een tolk vragen. In dat geval zal de DVZ zelf de taal van de procedure bepalen in functie van de behoeften van de diensten en instanties.

Eens de proceduretaal is vastgesteld, blijft deze behouden gedurende de volledige procedure, dus ook bij het CGVS en de RVV.

De proceduretaal zal ook behouden blijven wanneer een volgend verzoek wordt ingediend. 

Tegen deze beslissing kan geen afzonderlijk beroep aangetekend worden.

  • Afgifte bijlage 26 / 26quinquies

Bij het indienen van het verzoek zal de DVZ een bijlage 26 (indien het om een eerste verzoek gaat) overhandigen, of een bijlage 26 quinquies (indien het om een volgend verzoek gaat).

Op dit document staan de identiteitsgegevens van de verzoeker vermeld, alsook diens foto. Het document geldt als bewijs dat een verzoek om internationale bescherming is ingediend.

Dit document is echter geen identiteitsbewijs of nationaliteitsbewijs.

Opgelet: Indien de verzoeker geen gevolg geeft aan de uitnodiging om het verzoek in te dienen, zal het verzoek van rechtswege vervallen. Vanaf dat moment is men geen verzoeker meer om internationale bescherming. Als de betrokkene op een later tijdstip toch nog een verzoek wil indienen, zal het verzoek opnieuw heropend worden.