Gezinshereniging met een Belg die geen gebruik heeft gemaakt van het recht van vrij verkeer (artikel 40ter)

 

[Artikel 40ter van de wet van 15 december 1980, gewijzigd bij de wet van 10 maart 2024 - In werking getreden op 1 september 2024]

Een Belg die geen gebruik heeft gemaakt van het recht van vrij verkeer en verblijf kan zich, onder bepaalde voorwaarden, in België laten vergezellen of vervoegen door bepaalde familieleden.

Familielid

Als familielid van een Belg worden beschouwd:

  • de echtgenoot of de vreemdeling waarmee een geregistreerd partnerschap werd gesloten dat beschouwd wordt als zijnde gelijkwaardig met een huwelijk in België;
  • de vreemdeling met wie hij overeenkomstig een wet een geregistreerd partnerschap heeft gesloten.
  • de rechtstreekse bloedverwanten in neergaande lijn alsmede die van zijn echtgenoot of partner, beneden de leeftijd van 18 jaar of die in het land van oorsprong dan wel herkomst te hunnen laste zijn ;
  • de rechtstreekse bloedverwanten in opgaande lijn in de eerste graad, die het ouderlijk gezag inclusief het recht van bewaring over een minderjarige Belg uitoefenen.
Voorwaarden voor een gezinshereniging 

De voorwaarden voor een gezinshereniging worden hieronder voor elk van de begunstigden uiteengezet.

Opgelet: de wet van 18 juli 2025, gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 8 augustus 2025 en in werking getreden op 18 augustus 2025, wijzigt de bepalingen van de wet van 15 december 1980. Deze wet voorziet in overgangsbepalingen, zodat de oude en de nieuwe bepalingen gedurende een bepaalde periode naast elkaar zullen bestaan.

De bepalingen die van toepassing zijn vóór 18 augustus 2025 (oude bepalingen) blijven na die datum van toepassing op aanvragen voor een visum gezinshereniging met een Belg die:

  • vóór 18 augustus 2025 zijn ingediend en op die datum nog in behandeling zijn;
  • ingediend zijn gedurende een periode van twee jaar vanaf 18 augustus 2025 (18 augustus 2025 - 18  augustus 2027).

De nieuwe bepalingen van de wet van 18 juli 2025 zullen vanaf 18 augustus 2027 volledig van toepassing zijn.

Aanvraag tot gezinshereniging

De algemene regel is dat een aanvraag tot gezinshereniging moet worden ingediend bij de Belgische diplomatieke of consulaire post die bevoegd is voor de verblijfplaats van het familielid in het buitenland (zie Aanvraag ingediend in het buitenland). In bepaalde gevallen kan de aanvraag worden ingediend bij het gemeentebestuur van de verblijfplaats in België (zie Aanvraag ingediend in België). 

 

De echtgenoot of partner van een Belg die geen gebruik heeft gemaakt van het recht van vrij verkeer en verblijf heeft een recht op gezinshereniging. Dit recht moet worden erkend indien de betrokkenen met documenten aantonen dat aan de voorwaarden van een gezinshereniging is voldaan.

Huwelijk / partnerschap dat als gelijkwaardig wordt beschouwd met een huwelijk in België

De aanvrager moet gehuwd zijn met de vervoegde Belg of een partnerschap in Duitsland, Denemarken, Finland, IJsland, Noorwegen, Zweden of het Verenigd Koninkrijk met hem hebben afgesloten.

Indien de aanvrager of de vervoegde Belg opnieuw in het huwelijk getreden is, of in het geval van een nieuwe relatie, moeten de betrokkenen, naast het bewijs van het huwelijk of het partnerschap, het bewijs van de ontbinding van het vorige huwelijk of de vorige relatie (echtscheidingsakte, overlijdensakte van de echtgenoot of partner, enz.) voorleggen.

De algemene regel is dat de aanvrager officiële documenten overeenkomstig artikel 30 van de wet van 16 juli 2004 houdende het Wetboek van internationaal privaatrecht of de internationale overeenkomsten betreffende dezelfde materie moet voorleggen om de bloed- of aanverwantschapsband met de vreemdeling die vervoegd wordt, vast te stellen.

Bijzondere bepaling: als de aanvrager de bloed- of aanverwantschapsband niet kan aantonen door middel van officiële documenten, kan de Dienst Vreemdelingenzaken rekening houden met andere geldige bewijzen die met betrekking tot deze band werden overgelegd. Indien dat niet mogelijk is, kan de Dienst Vreemdelingenzaken overgaan of laten overgaan tot interviews en onderzoeken met de aanvrager of de Belg en, in voorkomend geval, voorstellen om een aanvullende analyse te laten uitvoeren (bijvoorbeeld een DNA-test). [Artikel 44, tweede lid van het koninklijk besluit van 8 oktober 1981].

Leeftijd

De aanvrager en de vervoegde Belg moeten meer dan 21 jaar oud zijn.  Deze minimumleeftijd wordt tot 18 jaar teruggebracht indien de betrokkenen bewijzen dat het huwelijk/het partnerschap al vóór de indiening van het verzoek tot gezinshereniging bestond.

→ De geboorteakte van de betrokkenen, of elk ander document dat hun leeftijd op geldige wijze aantoont, voorleggen. 

Let op: vanaf 18 augustus 2027 moeten beide echtgenoten ouder zijn dan 21 jaar. (Wet van 18 juli 2025)

Beperking in cascade van het recht op gezinshereniging

Wanneer de vreemdeling die wordt vervoegd zelf werd toegelaten of toegelaten tot verblijf als echtgeno(o)t(e) of ongehuwde partner overeenkomstig de artikelen 10, 10bis, 40bis, 40ter, 47/2,1° of 57/34/1 van de wet van 15 december 1980, kan het recht om zich bij hem te voegen op grond van huwelijk of partnerschap slechts worden toegekend als hij bewijst dat hij sinds 2 jaar legaal in België verblijft en voor zover de voorwaarden voor gezinshereniging vervuld zijn. 

Bijgevolg zullen alle niet-EU/EER vreemdelingen die in België verblijven in het kader van gezinshereniging als echtgeno(o)t(e) of partner, met uitzondering van diegenen die genieten van gezinshereniging op basis van artikel 57/34 van de wet van 15 december 1980, 2 jaar moeten wachten vooraleer ze zich in België kunnen vervoegen met hun nieuwe echtgeno(o)t(e) of partner

Bestaansmiddelen

De vervoegde Belg moet beschikken over stabiele, regelmatige en voldoende bestaansmiddelen om in zijn eigen behoeften en die van zijn familieleden te voorzien en om te voorkomen dat zij ten laste vallen van de openbare overheden. 

Voor meer info : Stabiele, regelmatige en voldoende bestaansmiddelen

Let op: vanaf 18 augustus 2027, moet de Belg die vervoegd wordt beschikken over een bedrag dat gelijk is aan 110 % van het gewaarborgd gemiddeld minimum maandinkomen (GGMMI) dat door artikel 3 van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 43 van 2 mei 1988 betreffende de waarborg van een gemiddeld minimummaandinkomen wordt beoogd. Dit bedrag moet met 10 % worden verhoogd voor elk bijkomend gezinslid ten laste van de buitenlandse partner, ongeacht of dit gezinslid al legaal bij hem in België woont of een gezinshereniging aanvraagt.

Vanaf 18 augustus 2017 moet de Belg die vervoegd wordt dus beschikken over ten minste 2.325,079 euro netto per maand.  

  • Voorbeeld 1: de gezinshereniger is alleen in België en wil worden vergezeld of herenigd met zijn partner en zijn twee kinderen: het bedrag is 110% (partner die gezinshereniging aanvraagt) + 20% (10% per kind dat gezinshereniging aanvraagt): 2.787,69 euro.
  • Voorbeeld 2: dezelfde situatie, maar de gezinshereniger verblijft al in België met een ander kind: het bedrag is 110% (partner die gezinshereniging aanvraagt) + 20% (10% per kind dat gezinshereniging aanvraagt) + 10% (kind dat al in België verblijft): 3.020 euro.

Als het referentiebedrag niet wordt bereikt, moet de Dienst Vreemdelingenzaken bepalen over hoeveel middelen de Belg moet beschikken om in zijn eigen behoeften en die van zijn gezinsleden te voorzien zonder ten laste te vallen van de overheid. Deze bepaling bestond al. De wetgever verplicht de aanvrager nu echter om bij de indiening van zijn aanvraag tot gezinshereniging alle documenten en informatie voor te leggen die de Dienst Vreemdelingenzaken in staat stellen het bedrag van de nodige middelen te bepalen.

Er is geen wijziging wat betreft de aard en de regelmatigheid van de bestaansmiddelen die in aanmerking kunnen worden genomen. 

Huisvesting

De vervoegde Belg moet beschikken over voldoende huisvesting om het familielid of de familieleden dat of die gevraagd heeft of hebben om zich bij hem te komen voegen te herbergen, en die voldoet aan de voorwaarden die gesteld worden aan een onroerend goed dat wordt verhuurd als hoofdverblijfplaats, zoals bepaald in artikel 2 van Boek III, Titel VIII, Hoofdstuk II, Afdeling 2 van het Burgerlijk Wetboek.

Voor meer info : Voldoende huisvesting

Opgelet: vanaf 18 augustus 2027 moet de Belg die vervoegd wordt beschikken over behoorlijke huisvesting die als normaal beschouwd wordt voor een vergelijkbaar gezin en dewelke voldoet aan de wettelijk geldende criteria inzake veiligheid en hygiëne. De criteria waaraan het onroerend goed moet voldoen alsook de wijze waarop de vreemdeling bewijst dat het onroerend goed voldoet aan de gestelde voorwaarden worden bepaald in een koninklijk besluit. (Wet van 18 juli 2025) 

Verzekering

De vervoegde Belg moet een ziektekostenverzekering hebben die de risico's in België voor hemzelf en zijn familieleden dekt.​

Voor meer info : Ziektekostenverzekering

Samenleven

De aanvrager moet met de vervoegde Belg komen samenleven.  

Het is mogelijk dat de Dienst Vreemdelingenzaken twijfel koestert in verband met de werkelijke intentie van de aanvrager en/of de gezinshereniger om een duurzame levensgemeenschap te creëren. In dat geval kan de aanvrager en/of de gezinshereniger voor een onderhoud worden uitgenodigd en kan het advies van het parket worden gevraagd. 

Indien het onderzoek aantoont dat het gaat om een huwelijk met het oog op het bekomen van een verblijfsvoordeel (bv. een verblijfstitel) zal de Dienst Vreemdelingenzaken het verzoek tot gezinshereniging waarschijnlijk weigeren.  Deze controles zullen ook gevolgen hebben voor de onderzoekstermijn van het verzoek tot gezinshereniging.

De wettelijke partner van een Belg die geen gebruik heeft gemaakt van het recht van vrij verkeer en verblijf heeft een recht op gezinshereniging. Dit recht moet worden erkend indien de betrokkenen met documenten aantonen dat aan de voorwaarden van een gezinshereniging is voldaan. 

Wettelijk geregistreerd partnerschap

In België verwijst het geregistreerd partnerschap naar de verklaring van wettelijke samenwoning die voor een ambtenaar van de burgerlijke stand wordt afgelegd (cf. artikelen 1475 en volgende van het burgerlijk wetboek).

De verklaring van wettelijke samenwoning of het bewijs van een wettelijk geregistreerd partnerschap voorleggen.

Goed om te weten: uitgesloten partnerschappen
  • De aanvrager en de vervoegde Belg mogen geen duurzame relatie hebben met een andere persoon. 
  • Het partnerschap geeft geen recht op gezinshereniging wanneer het wordt afgesloten tussen (i) bloedverwanten in opgaande en neergaande lijn en verwanten in dezelfde lijn , of (ii) in de zijlijn, tussen broers, tussen zussen, of tussen broers en zussen, of tussen oom en nicht of neef, of (iii) tussen tante en nicht of neef.
  • De aanvrager en de gezinshereniger mogen niet het voorwerp hebben uitgemaakt van een definitieve beslissing tot weigering van de voltrekking van het huwelijk op basis van artikel 167 van het Burgerlijk Wetboek. 
Stabiele en duurzame relatie

De relatie tussen de aanvrager en de vervoegde Belg moet stabiel en duurzaam zijn. Het duurzaam en stabiel karakter van deze relatie is aangetoond:

  • indien de partners bewijzen gedurende minstens één jaar, voorafgaand aan de aanvraag, onafgebroken in België of een ander land te hebben samengewoond; ofwel indien
  • de partners bewijzen dat zij elkaar sedert ten minste twee jaar, voorafgaand aan de aanvraag, kennen en het bewijs leveren dat zij regelmatig, telefonisch, via briefwisseling of elektronische berichten met elkaar contact onderhielden en dat zij elkaar in de twee jaar voorafgaand aan de aanvraag drie maal ontmoet hebben en dat deze ontmoetingen in totaal 45 of meer dagen betreffen; ofwel indien
  • de partners een gemeenschappelijk kind hebben.

→ Het bewijs van het stabiel en duurzaam karakter van de relatie voorleggen.

Leeftijd

De aanvrager en de vervoegde Belg moeten meer dan 21 jaar oud zijn.  Deze minimumleeftijd wordt tot 18 jaar teruggebracht indien de partners bewijzen dat ze vóór de indiening van het verzoek tot gezinshereniging al minstens een jaar samenwoonden.   

→ De geboorteakte van de betrokkenen, of elk ander document dat hun leeftijd op geldige wijze aantoont, voorleggen, en, in voorkomend geval, het bewijs van een samenwoning van op zijn minst een jaar vóór de indiening van het verzoek.

Let op: vanaf 18 augustus 2027 moeten beide partners ouder zijn dan 21 jaar. (Wet van 18 juli 2025)

Ongehuwde staat

De aanvrager en de vervoegde Belg moeten ongehuwd zijn.

→ Een bewijs van ongehuwde staat van de aanvrager en de gezinshereniger voorleggen.

Beperking in cascade van het recht op gezinshereniging

Wanneer de vreemdeling die wordt vervoegd zelf werd toegelaten of toegelaten tot verblijf als echtgeno(o)t(e) of ongehuwde partner overeenkomstig de artikelen 10, 10bis, 40bis, 40ter, 47/2,1° of 57/34/1 van de wet van 15 december 1980, kan het recht om zich bij hem te voegen op grond van huwelijk of partnerschap slechts worden toegekend als hij bewijst dat hij sinds 2 jaar legaal in België verblijft en voor zover de voorwaarden voor gezinshereniging vervuld zijn. 

Bijgevolg zullen alle niet-EU/EER vreemdelingen die in België verblijven in het kader van gezinshereniging als echtgeno(o)t(e) of partner, met uitzondering van diegenen die genieten van gezinshereniging op basis van artikel 57/34 van de wet van 15 december 1980, 2 jaar moeten wachten vooraleer ze zich in België kunnen vervoegen met hun nieuwe echtgeno(o)t(e) of partner

Bestaansmiddelen

De vervoegde Belg moet beschikken over stabiele, regelmatige en voldoende bestaansmiddelen om in zijn eigen behoeften en die van zijn familieleden te voorzien en om te voorkomen dat zij ten laste vallen van de openbare overheden. 

Voor meer info : Stabiele, regelmatige en voldoende bestaansmiddelen

Let op: vanaf 18 augustus 2027, moet de Belg die vervoegd wordt beschikken over een bedrag dat gelijk is aan 110 % van het gewaarborgd gemiddeld minimum maandinkomen (GGMMI) dat door artikel 3 van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 43 van 2 mei 1988 betreffende de waarborg van een gemiddeld minimummaandinkomen wordt beoogd. Dit bedrag moet met 10 % worden verhoogd voor elk bijkomend gezinslid ten laste van de buitenlandse partner, ongeacht of dit gezinslid al legaal bij hem in België woont of een gezinshereniging aanvraagt.

Vanaf 18 augustus 2027 moet de Belg die vervoegd wordt dus beschikken over ten minste 2.325,079 euro netto per maand. 

  • Voorbeeld 1: de gezinshereniger is alleen in België en wil worden vergezeld of herenigd met zijn partner en zijn twee kinderen: het bedrag is 110% (partner die gezinshereniging aanvraagt) + 20% (10% per kind dat gezinshereniging aanvraagt): 2.787,69 euro.
  • Voorbeeld 2: dezelfde situatie, maar de gezinshereniger verblijft al in België met een ander kind: het bedrag is 110% (partner die gezinshereniging aanvraagt) + 20% (10% per kind dat gezinshereniging aanvraagt) + 10% (kind dat al in België verblijft): 3.020 euro.

Als het referentiebedrag niet wordt bereikt, moet de Dienst Vreemdelingenzaken bepalen over hoeveel middelen de Belg moet beschikken om in zijn eigen behoeften en die van zijn gezinsleden te voorzien zonder ten laste te vallen van de overheid. Deze bepaling bestond al. De wetgever verplicht de aanvrager nu echter om bij de indiening van zijn aanvraag tot gezinshereniging alle documenten en informatie voor te leggen die de Dienst Vreemdelingenzaken in staat stellen het bedrag van de nodige middelen te bepalen.

Er is geen wijziging wat betreft de aard en de regelmatigheid van de bestaansmiddelen die in aanmerking kunnen worden genomen. 

Huisvesting

De vervoegde Belg moet beschikken over voldoende huisvesting om het familielid of de familieleden dat of die gevraagd heeft of hebben om zich bij hem te komen voegen te herbergen, en die voldoet aan de voorwaarden die gesteld worden aan een onroerend goed dat wordt verhuurd als hoofdverblijfplaats, zoals bepaald in artikel 2 van Boek III, Titel VIII, Hoofdstuk II, Afdeling 2 van het Burgerlijk Wetboek.

Voor meer info : Voldoende huisvesting

Opgelet: vanaf 18 augustus 2027 moet de Belg die vervoegd wordt beschikken over behoorlijke huisvesting die als normaal beschouwd wordt voor een vergelijkbaar gezin en dewelke voldoet aan de wettelijk geldende criteria inzake veiligheid en hygiëne. De criteria waaraan het onroerend goed moet voldoen alsook de wijze waarop de vreemdeling bewijst dat het onroerend goed voldoet aan de gestelde voorwaarden worden bepaald in een koninklijk besluit. (Wet van 18 juli 2025) 

Verzekering

De vervoegde Belg moet een ziektekostenverzekering hebben die de risico's in België voor hemzelf en zijn familieleden dekt.​

Voor meer info : Ziektekostenverzekering

Samenleven

De aanvrager moet met de vervoegde Belg komen samenleven. 

Het is mogelijk dat de Dienst Vreemdelingenzaken twijfel koestert in verband met de werkelijke intentie van de aanvrager en/of de gezinshereniger om een duurzame levensgemeenschap te creëren.  In dat geval kan de aanvrager en/of de gezinshereniger voor een onderhoud worden uitgenodigd en kan het advies van het parket worden gevraagd. 

Indien het onderzoek aantoont dat het gaat om een partnerschap met het oog op het bekomen van een verblijfsvoordeel (bv. een verblijfstitel) zal de Dienst Vreemdelingenzaken het verzoek tot gezinshereniging waarschijnlijk weigeren.  Deze controles zullen ook gevolgen hebben voor de onderzoekstermijn van het verzoek tot gezinshereniging.

De rechtstreekse bloedverwant in neergaande lijn van een Belg die geen gebruik heeft gemaakt van het recht van vrij verkeer en verblijf, en/of van zijn echtgenoot of van zijn partner, heeft een recht op gezinshereniging. Dit recht moet worden erkend indien de betrokkenen met documenten aantonen dat aan de voorwaarden van een gezinshereniging is voldaan. 

Afstamming

De aanvrager moet bewijzen dat hij van de vervoegde Belg en/of van zijn echtgenoot of zijn partner afstamt.

De algemene regel is dat de aanvrager officiële documenten overeenkomstig artikel 30 van de wet van 16 juli 2004 houdende het Wetboek van internationaal privaatrecht of de internationale overeenkomsten betreffende dezelfde materie moet voorleggen om de bloed- of aanverwantschapsband met de vreemdeling die vervoegd wordt, vast te stellen.

Bijzondere bepaling: als de aanvrager de bloed- of aanverwantschapsband niet kan aantonen door middel van officiële documenten, kan de Dienst Vreemdelingenzaken rekening houden met andere geldige bewijzen die met betrekking tot deze band werden overgelegd. Indien dat niet mogelijk is, kan de Dienst Vreemdelingenzaken overgaan of laten overgaan tot interviews en onderzoeken met de aanvrager of de Belg en, in voorkomend geval, voorstellen om een aanvullende analyse te laten uitvoeren (bijvoorbeeld een DNA-test). [Artikel 44, tweede lid van het koninklijk besluit van 8 oktober 1981].

Leeftijd

De aanvrager moet minder dan 18 jaar oud zijn, of ten laste zijn van de vervoegde Belg en van zijn echtgenoot of zijn partner in het land van oorsprong of herkomst. [Artikel 40ter, §2, eerste lid, 2°, van de wet van 15 december 1980, gewijzigd bij de wet van 10 maart 2024 – In werking getreden op 1 september 2024]

→ De geboorteakte van de aanvrager voorleggen of het bewijs voorleggen dat de aanvrager ten laste is van de vervoegde Belg en van zijn echtgenoot of zijn partner in het land van herkomst of oorsprong. 

Ouderlijk gezag

Als de aanvrager de leeftijd van 18 jaar nog niet bereikt heeft, moet hij aantonen dat de vervoegde Belg, of diens echtgenoot of partner, het ouderlijk gezag, inclusief het recht van bewaring, over hem uitoefent. Indien het ouderlijk gezag wordt gedeeld, dient de andere houder van het ouderlijk gezag zijn toestemming te geven voor de gezinshereniging. 

Nuttige info: indien de vervoegde Belg, of zijn echtgenoot of zijn partner het ouderlijk gezag niet kan aantonen door middel van officiële documenten overeenkomstig artikel 35 van de wet van 16 juli 2004 houdende het Wetboek van internationaal privaatrecht of de internationale overeenkomsten betreffende dezelfde materie, houdt de Dienst Vreemdelingenzaken rekening met andere geldige bewijzen die door de aanvrager worden overgelegd.

→ Het bewijs voorleggen dat de vervoegde Belg, of diens echtgenoot of partner het ouderlijk gezag, inclusief het recht van bewaring, uitoefent, en in het geval van gedeeld ouderlijk gezag, dat hij de toestemming heeft van de andere houder van dit ouderlijk gezag.

Bestaansmiddelen

De vervoegde Belg moet beschikken over stabiele, regelmatige en voldoende bestaansmiddelen om in zijn eigen behoeften en die van zijn familieleden te voorzien en om te voorkomen dat zij ten laste vallen van de openbare overheden. 

Voor meer info : Stabiele, regelmatige en voldoende bestaansmiddelen

Nuttige info: deze voorwaarde is niet van toepassing indien alleen een minderjarige rechtstreekse bloedverwant in neergaande lijn de Belg vergezelt of vervoegt.

Let op: vanaf 18 augustus 2027, moet de Belg die vervoegd wordt beschikken over een bedrag dat gelijk is aan 110 % van het gewaarborgd gemiddeld minimum maandinkomen (GGMMI) dat door artikel 3 van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 43 van 2 mei 1988 betreffende de waarborg van een gemiddeld minimummaandinkomen wordt beoogd. Dit bedrag moet met 10 % worden verhoogd voor elk bijkomend gezinslid ten laste van de buitenlandse partner, ongeacht of dit gezinslid al legaal bij hem in België woont of een gezinshereniging aanvraagt.

Vanaf 18 augustus 2017 moet de Belg die vervoegd wordt dus beschikken over ten minste 2.325,079 euro netto per maand. 

  • Voorbeeld 1: de gezinshereniger is alleen in België en wil worden vergezeld of herenigd met zijn partner en zijn twee kinderen: het bedrag is 110% (partner die gezinshereniging aanvraagt) + 20% (10% per kind dat gezinshereniging aanvraagt): 2.787,69 euro.
  • Voorbeeld 2: dezelfde situatie, maar de gezinshereniger verblijft al in België met een ander kind: het bedrag is 110% (partner die gezinshereniging aanvraagt) + 20% (10% per kind dat gezinshereniging aanvraagt) + 10% (kind dat al in België verblijft): 3.020 euro.

Als het referentiebedrag niet wordt bereikt, moet de Dienst Vreemdelingenzaken bepalen over hoeveel middelen de Belg moet beschikken om in zijn eigen behoeften en die van zijn gezinsleden te voorzien zonder ten laste te vallen van de overheid. Deze bepaling bestond al. De wetgever verplicht de aanvrager nu echter om bij de indiening van zijn aanvraag tot gezinshereniging alle documenten en informatie voor te leggen die de Dienst Vreemdelingenzaken in staat stellen het bedrag van de nodige middelen te bepalen.

Er is geen wijziging wat betreft de aard en de regelmatigheid van de bestaansmiddelen die in aanmerking kunnen worden genomen. 

Huisvesting

De vervoegde Belg moet beschikken over voldoende huisvesting om het familielid of de familieleden dat of die gevraagd heeft of hebben om zich bij hem te komen voegen te herbergen, en die voldoet aan de voorwaarden die gesteld worden aan een onroerend goed dat wordt verhuurd als hoofdverblijfplaats, zoals bepaald in artikel 2 van Boek III, Titel VIII, Hoofdstuk II, Afdeling 2 van het Burgerlijk Wetboek.

Voor meer info : Voldoende huisvesting

Opgelet: vanaf 18 augustus 2027 moet de Belg die vervoegd wordt beschikken over behoorlijke huisvesting die als normaal beschouwd wordt voor een vergelijkbaar gezin en dewelke voldoet aan de wettelijk geldende criteria inzake veiligheid en hygiëne. De criteria waaraan het onroerend goed moet voldoen alsook de wijze waarop de vreemdeling bewijst dat het onroerend goed voldoet aan de gestelde voorwaarden worden bepaald in een koninklijk besluit. (Wet van 18 juli 2025) 

Verzekering

De vervoegde Belg moet een ziektekostenverzekering hebben die de risico's in België voor hemzelf en zijn familieleden dekt.​

Voor meer info : Ziektekostenverzekering

Samenleven

De aanvrager moet met de vervoegde Belg komen samenleven. 

→ Elk bewijsmiddel voorleggen (vliegticket of vervoerticket, uitnodiging om de gezinshereniger te begeleiden of te vervoegen, bewijs dat de aanvrager en de gezinshereniger onder hetzelfde dak leven, enz.)

De rechtstreekse bloedverwanten in opgaande lijn in de eerste graad (vader en moeder) van een minderjarige Belg die geen gebruik heeft gemaakt van het recht van vrij verkeer en verblijf hebben een recht op gezinshereniging. Dit recht moet worden erkend indien de betrokkenen met documenten aantonen dat aan de voorwaarden van een gezinshereniging is voldaan.

Afstamming

De aanvrager moet aantonen dat hij een rechtstreekse bloedverwant in opgaande lijn in de eerste graad is van de begeleide of vervoegde minderjarige Belg.

De algemene regel is dat de aanvrager officiële documenten overeenkomstig artikel 30 van de wet van 16 juli 2004 houdende het Wetboek van internationaal privaatrecht of de internationale overeenkomsten betreffende dezelfde materie moet voorleggen om de bloed- of aanverwantschapsband met de vreemdeling die vervoegd wordt, vast te stellen.

Bijzondere bepaling: als de aanvrager de bloed- of aanverwantschapsband niet kan aantonen door middel van officiële documenten, kan de Dienst Vreemdelingenzaken rekening houden met andere geldige bewijzen die met betrekking tot deze band werden overgelegd. Indien dat niet mogelijk is, kan de Dienst Vreemdelingenzaken overgaan of laten overgaan tot interviews en onderzoeken met de aanvrager of de Belg en, in voorkomend geval, voorstellen om een aanvullende analyse te laten uitvoeren (bijvoorbeeld een DNA-test). [Artikel 44, tweede lid van het koninklijk besluit van 8 oktober 1981].

Leeftijd

De vervoegde Belg moet minder dan 18 jaar oud zijn.

→ De geboorteakte van de vervoegde Belg, of elk ander document dat op geldige wijze aantoont dat de vervoegde Belg minder dan 18 jaar oud is.

Identiteit

De aanvrager moet zijn identiteit bewijzen met een geldig identiteitsbewijs.

Ouderlijk gezag 

De aanvrager moet het ouderlijk gezag, inclusief het recht van bewaring, over de begeleide of vervoegde minderjarige Belg uitoefenen;

De aanvrager moet ook daadwerkelijk zorg dragen voor deze minderjarige Belg. 

Nuttige info: het concept van "daadwerkelijke zorg" dient, aldus het Hof van Justitie van de Europese Unie, te worden begrepen als het op zich nemen van de dagdagelijkse zorg- en opvoedingstaken zonder dewelke de minderjarige burger van de Unie niet op het grondgebied van de gastlidstaat kan verblijven. Zorg- en opvoedingstaken met een marginaal karakter voldoen niet aan de door het Hof van Justitie van de Europese Unie gestelde voorwaarde van de daadwerkelijke zorg, aangezien kan worden aangenomen dat het recht van vrij verkeer en verblijf in hoofde van de minderjarige burger van de Unie niet zou worden belemmerd indien het verblijfsrecht wordt geweigerd aan de ouder die slechts op een minimale wijze zorg voor hem draagt. Om die reden wordt als voorwaarde gesteld dat de zorg vanwege de ouder daadwerkelijk van aard is.

Het concept van daadwerkelijke zorg omvat, naast de dagdagelijkse zorg- en opvoedingstaken, tevens het aspect van materiële zorg en steun. 

→ Het bewijs voorleggen dat de aanvrager het ouderlijk gezag en het recht van bewaring uitoefent en daadwerkelijk zorg draagt voor de begeleide of vervoegde minderjarige Belg.

Begeleiden of vervoegen 

De aanvrager moet de minderjarige Belg in België begeleiden of vervoegen.  

→ Elk bewijsmiddel voorleggen (vliegticket of vervoerticket, uitnodiging om de minderjarige Belg te begeleiden of te vervoegen, bewijs dat de aanvrager en de minderjarige Belg onder hetzelfde dak leven, enz.)