Gezinshereniging tussen EU-burgers

 

OPGELET !

Vanaf 01/09/2025 zal een EU-burger die meer dan drie maanden in België wenst te verblijven samen met zijn aanvraag voor een verklaring van inschrijving (bijlage 19) een volledig dossier moeten voorleggen.  Indien hij dat niet doet zal zijn aanvraag niet in overweging worden genomen (bijlage 19quinquies). Lees meer hieronder (Aanvraag voor een verklaring van inschrijving).

Met andere woorden: de EU-burger zal vanaf zijn aanvraag voor een verklaring van inschrijving niet meer over een termijn van drie maanden beschikken om de documenten die de status waaronder hij meer dan drie maanden in België wenst te verblijven aantonen voor te leggen.

Er worden echter overgangsbepalingen voorzien voor de aanvragen voor een verklaring van inschrijving (bijlage 19) die vóór 01/09/2025 worden ingediend en waarvoor op deze datum nog geen beslissing is genomen. Lees meer hieronder (Overgangsbepalingen).

Als familielid van de burger van de Unie worden beschouwd :

  • de echtgenoot of de vreemdeling waarmee een geregistreerd partnerschap werd gesloten dat beschouwd wordt als zijnde gelijkwaardig met het huwelijk in België, die hem begeleidt of zich bij hem voegt;
  • de partner, die hem begeleidt of zich bij hem voegt, met wie de burger van de Unie overeenkomstig een wet een geregistreerd partnerschap heeft gesloten.
  • de rechtstreekse bloedverwanten in neergaande lijn alsmede die van de echtgenoot of partner, beneden de leeftijd van 21 jaar;
  •  de rechtstreekse bloedverwanten in neergaande lijn alsmede die van de echtgenoot of partner, die in het land van oorsprong dan wel herkomst te hunnen laste zijn, die hen begeleiden of zich bij hen voegen;
  • de rechtstreekse bloedverwanten in opgaande lijn, alsmede die van de echtgenoot of partner die in het land van oorsprong dan wel herkomst te hunnen laste zijn en die hen begeleiden of zich bij hen voegen;
  • de rechtstreekse bloedverwanten in opgaande lijn in de eerste graad die het ouderlijk gezag, inclusief het recht van bewaring, uitoefenen over een minderjarige EU-burger.

Opgelet: indien de burger van de Europese Unie een student is (in de zin van artikel 40, §4, eerste lid, 3°, van de wet van 15 december 1980),kan hij enkel vervoegd worden door zijn echtgenoot of geregistreerde partner en door zijn kinderen of die van zijn echtgenoot of partner. Er wordt rekening gehouden met de situatie van de EU-burger op het moment van de indiening van het verzoek tot gezinshereniging.

Een EU-burger die meer dan drie maanden in België wenst te verblijven als familielid van een andere EU-burger, moet een aanvraag voor een verklaring van inschrijving (bijlage 19) indienen bij het gemeentebestuur van zijn verblijfplaats, en dit ten laatste na het verstrijken van de periode van drie maanden na de datum van aankomst in België.  

Nuttige info : de Dienst Vreemdelingenzaken kan een administratieve geldboete van 200 euro opleggen aan de EU-burger die geen verklaring van inschrijving aanvraagt voor het verstrijken van de periode van drie maanden.

Het gemeentebestuur aanvaardt dat de EU-burger deze verklaring van inschrijving aanvraagt indien de EU-burger, op het moment van de aanvraag, zijn hoedanigheid van EU-burger aantoont en alle documenten voorlegt waaruit blijkt dat hij familielid is van een EU-burger.

Als de aanvrager niet kan aantonen dat hij een EU-burger is, neemt het gemeentebestuur zijn aanvraag voor een verklaring van inschrijving niet in overweging en betekent een bijlage 19quinquies.

Indien de aanvrager bewijst dat hij een EU-burger is, maar niet alle documenten waaruit blijkt dat hij familielid is van een EU-burger voorlegt, neemt het gemeentebestuur zijn aanvraag voor een verklaring van inschrijving niet in overweging en betekent een bijlage 19quinquies. Het gemeentebestuur vermeldt op de bijlage 19quinquies de documenten die niet werden voorgelegd.

Indien de aanvrager bewijst dat hij een EU-burger is en alle documenten waaruit blijkt dat hij familielid is van een EU-burger voorlegt, betekent het gemeentebestuur een bijlage 19 en schrijft de EU-burger in het wachtregister in.

Als de aanvrager niet op het grondgebied van de gemeente woont, schrapt het gemeentebestuur hem uit het wachtregister (geen recht op inschrijving). Als de aanvrager op het grondgebied van de gemeente woont, schrijft het gemeentebestuur hem in het vreemdelingenregister in.

Het gemeentebestuur stuurt het dossier naar de Dienst Vreemdelingenzaken. 

Overeenkomstig artikel 41 van de wet van 15/12/1980 en van artikel 46 van het koninklijk besluit van 08/10/1981 wordt dit EU-burgerschap door middel van een van de volgende documenten aangetoond: 

  • een geldige identiteitskaart of een geldig paspoort; of
  • een vervallen identiteitskaart of een vervallen paspoort; of
  • enig ander bewijs van de identiteit en nationaliteit.

Elke EU-burger heeft het recht om, onder bepaalde voorwaarden, het grondgebied van een lidstaat waarvan hij de nationaliteit niet bezit binnen te komen en er vrij te verblijven.

Nuttige info: De Dienst Vreemdelingenzaken kan een administratieve geldboete van 200 euro opleggen aan de EU-burger die geen geldige identiteitskaart of geen geldig paspoort voorlegt.

Een EU-burger die een aanvraag voor een verklaring van inschrijving indient als familielid van een andere EU-burger, moet de volgende documenten overleggen:

Echtgenoot en vreemdeling gebonden door een geregistreerd partnerschap dat beschouwd wordt als zijnde gelijkwaardig met een huwelijk in België: (1) 

  • bewijs van het huwelijk of het partnerschap ; (2)
  • bewijs dat hij gedekt wordt door de ziektekostenverzekering afgesloten door de EU-burger ; (3)
  • bewijs dat de EU-burger over voldoende bestaansmiddelen beschikt, om te voorkomen dat hij tijdens zijn verblijf ten laste komt van het Belgische sociale bijstandsstelsel.  (3) (4)

Vreemdeling gebonden door een wettelijk geregistreerd partnerschap:

  • bewijs van het partnerschap ; (2)
  • bewijs dat de partners ouder zijn dan 21 jaar, of ouder zijn dan 18 jaar als zij sedert minstens een jaar vóór de aankomst van de EU-burger in België samenwoonden;
  • bewijs dat de partners ongehuwd zijn ;
  • bewijs dat de partners een duurzame en stabiele relatie hebben. Het duurzame en stabiele karakter van een relatie wordt aangetoond :
  • indien de partners bewijzen gedurende minstens één jaar, voorafgaand aan de aanvraag, op ononderbroken wijze te hebben samengewoond in België of in een ander land, of
  • indien de partners bewijzen dat ze elkaar sedert ten minste twee jaar, voorafgaand aan de aanvraag, kennen en het bewijs leveren dat zij regelmatig, telefonisch, via briefwisseling of elektronische berichten met elkaar contact onderhielden, en dat zij elkaar in de twee jaar voorafgaand aan de aanvraag driemaal ontmoet hebben en dat deze ontmoetingen in totaal 45 of meer dagen betreffen, of 
  • indien de partners een gemeenschappelijk kind hebben.
  • bewijs dat hij gedekt wordt door de ziektekostenverzekering afgesloten door de EU-burger ; (3)
  • bewijs dat de EU-burger over voldoende bestaansmiddelen beschikt, om te voorkomen dat hij tijdens zijn verblijf ten laste komt van het Belgische sociale bijstandsstelsel.  (3) (4)

Opgelet : de partner heeft geen recht op gezinshereniging indien het partnerschap wordt afgesloten tussen (a) bloedverwanten in opgaande lijn en neergaande lijn en verwanten in dezelfde lijn ; (b) in collaterale lijn, tussen broers, tussen zussen of tussen broers en zussen ; of (c) tussen oom en nicht of neef, of tussen tante en nicht of neef.  Anderzijds mogen de partners niet het voorwerp hebben uitgemaakt van een definitieve beslissing tot weigering van de voltrekking van het huwelijk op basis van artikel 167 van het Burgerlijk Wetboek.
 

Rechtstreekse bloedverwanten in neergaande lijn van de EU-burger en die van zijn echtgenoot of zijn geregistreerde partner:

  • bewijs van de bloedverwantschapsband ; (2)
  • bewijs dat de bloedverwant in neergaande lijn jonger is dan 21 jaar, of bewijs dat de bloedverwant in neergaande lijn ten laste is van de EU-burger, zijn echtgenoot of zijn partner;
  • indien de bloedverwant in neergaande lijn minderjarig is en geboren werd uit een vorige relatie van de EU-burger, van zijn echtgenoot of van zijn partner, bewijs dat de laatstgenoemde persoon over het recht van bewaring beschikt en, in geval van gedeelde bewaring, het akkoord van de andere houder van het recht van bewaring in verband met het verblijf van de bloedverwant in neergaande lijn in België ;
  • bewijs dat hij gedekt wordt door de ziektekostenverzekering afgesloten door de EU-burger ; (3)
  • bewijs dat de EU-burger over voldoende bestaansmiddelen beschikt, om te voorkomen dat hij tijdens zijn verblijf ten laste komt van het Belgische sociale bijstandsstelsel.  (3) (4)

Rechtstreekse bloedverwanten in opgaande lijn van de EU-burger en die van zijn echtgenoot of zijn partner:

  • bewijs van de bloedverwantschapsband ; (2)
  • bewijs dat de bloedverwant in opgaande lijn in het land van oorsprong of herkomst ten laste is van de EU-burger, van zijn echtgenoot of van zijn partner;
  • bewijs dat hij gedekt wordt door de ziektekostenverzekering afgesloten door de EU-burger, tenzij de EU-burger een student is ; (3)
  • bewijs dat de EU-burger over voldoende bestaansmiddelen beschikt, om te voorkomen dat hij tijdens zijn verblijf ten laste komt van het Belgische sociale bijstandsstelsel, tenzij de EU-burger een student is.  (3) (4)

Rechtstreekse bloedverwanten in opgaande lijn in de eerste graad van een minderjarige EU-burger:

  • bewijs van de bloedverwantschapsband ; (2)
  • bewijs dat de bloedverwant in opgaande lijn het ouderlijk gezag, inclusief het recht van bewaring, uitoefent over de minderjarige EU-burger;
  • bewijs dat de bloedverwant in opgaande lijn daadwerkelijk zorg draagt voor de minderjarige EU-burger;
  • bewijs dat de bloedverwant in opgaande lijn  over een ziektekostenverzekering beschikt die alle risico's in België voor hemzelf en voor de minderjarige EU-burger dekt, tenzij die reeds over een duurzaam verblijf beschikt ;
  • bewijs dat de bloedverwant in opgaande lijn  over voldoende bestaansmiddelen beschikt om in zijn eigen behoeften en de behoeften van de minderjarige EU-burger te voorzien, om niet ten laste te komen van het Belgische sociale bijstandsstelsel, tenzij die reeds over een duurzaam verblijf beschikt. (4)

 

(1) Het gaat om het partnerschap afgesloten in Denemarken, Duitsland, Finland, IJsland, Noorwegen, het Verenigd Koninkrijk, Zweden.

(2) De akten van de burgerlijke stand moeten door een beëdigd vertaler vertaald worden indien ze niet in het Frans, het Nederlands, het Duits of het Engels zijn opgesteld.  De buitenlandse akten van de burgerlijke stand moeten over het algemeen gelegaliseerd zijn of van een apostille voorzien zijn.  Meer info op de site van de FOD Buitenlandse Zaken: Legalisatie van documenten | FOD Buitenlandse Zaken - Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking    

(3) Indien de EU-burger gemachtigd is tot een verblijf van meer dan drie maanden omdat hij voor zichzelf over voldoende bestaansmiddelen en een ziektekostenverzekering (in de zin van artikel 40, § 4, eerste lid, 2° van de wet van 15 december 1980) beschikt of indien hij als student (in de zin van artikel 40, § 4, eerste lid, 3° van de wet van 15 december 1980) gemachtigd is tot een verblijf van meer dan drie maanden.

(4) Voldoende bestaansmiddelen | IBZ

De Dienst Vreemdelingenzaken moet zijn beslissing ten laatste zes maanden na de datum van de indiening van de aanvraag voor een verklaring van inschrijving (bijlage 19) nemen.  

Nuttige info: het is mogelijk dat de Dienst Vreemdelingenzaken zijn beslissing na deze termijn van zes maanden neemt, krachtens het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 27 juni 2018 (C-246/17 – Diallo).

Indien de beslissing positief is, geeft het gemeentebestuur, in afwachting van de EU-kaart, een bijlage 8ter die 45 dagen geldig is af. 

Indien de beslissing negatief is, betekent het gemeentebestuur een beslissing tot weigering van verblijf van meer dan drie maanden (bijlage 20), zonder bevel om het grondgebied te verlaten. Het gemeentebestuur schrapt de aanvrager uit het vreemdelingenregister (schrapping met verlies van het verblijfsrecht).

Er worden overgangsbepalingen voorzien voor de aanvragen voor een verklaring van inschrijving (bijlage 19) die vóór 1 september 2025 worden ingediend en waarvoor op deze datum nog geen beslissing is genomen.​

Deze aanvragen zullen overeenkomstig de procedure die voor 1 september 2025 van kracht is behandeld worden.

Met andere woorden: de burger die samen met zijn aanvraag voor een verklaring van inschrijving geen volledig dossier heeft voorgelegd zal nog over een termijn van drie maanden, vanaf de op de bijlage 19 aangebrachte datum, beschikken om de ontbrekende documenten voor te leggen. 

Nuttige info : indien de vóór 01/09/2025 ingediende aanvraag voor een verklaring van inschrijving van de EU-burger geweigerd wordt en hij na 01/09/2025 een nieuwe aanvraag indient, is hij aan de nieuwe wettelijke bepalingen onderworpen.