Boetes van 200EUR aan de buitengrenzen

De Wet van 15.12.1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen legt de mogelijkheid vast voor Dienst Vreemdelingenzaken om aan de buitengrenzen een boete van 200EUR op te leggen in de volgende omstandigheden:

Artikel 4bis: “Aan de buitengrenzen in de zin van de internationale overeenkomsten betreffende de overschrijding van de buitengrenzen die België binden of van de Europese regelgeving, dient het binnenkomen en het verlaten van het Rijk plaats te grijpen via een toegelaten doorlaatpost, dit gedurende de vastgestelde openingstijden, zoals aangegeven bij deze doorlaatposten.”


De inning van deze geldboetes is omschreven in artikel 4bis §3-6, evenals de mogelijkheden tot het instellen van een tegen de beslissing. Beide procedures zijn ook beschreven in de geïndividualiseerde beslissing die wordt betekend aan betrokkene of aan de vervoerder.


Bijvoorbeeld: Bij het vertrek met een privé-vlucht vanuit de luchthaven van Deurne met bestemming Londen zijn alle passagiers en alle crew verplicht zich in persoon aan te melden bij de Luchtvaarpolitie van Deurne ten einde er het voorwerp uit te maken van de verplichte Schengen uitreiscontrole. Indien dit niet effectief plaatsvond kan een boete van 200 EUR opgelegd worden.

Artikel 41: “§ 4. Indien de burger van de Unie niet in het bezit is van een geldige identiteitskaart of een geldig nationaal paspoort, of indien het familielid van de burger van de Unie, dat geen burger van de Unie is, niet in het bezit is van een geldig nationaal paspoort dat, in voorkomend geval, voorzien is van een geldig inreisvisum overeenkomstig de voormelde Verordening (EU) 2018/1806, kan de minister of zijn gemachtigde hem een administratieve geldboete van 200 euro opleggen. Deze geldboete wordt geïnd overeenkomstig artikel 42octies.”


De inning van deze geldboetes is omschreven in artikel 42octies van de Wet van 15.12.1980, evenals de mogelijkheden tot het instellen van een beroep tegen de beslissing. Beide procedures zijn ook beschreven in de geïndividualiseerde beslissing die wordt betekend aan betrokkene.

Bijvoorbeeld: Een EU-burger biedt zich aan de Extra-Schengen grenscontrole aan met:

  • een vervallen paspoort van de EU-lidstaat X,
  • een geldige Belgische verblijfskaart van type EU+ “Duurzaam Verblijf – art.19 RL 2004/38/EG” 

Betrokkene is hierbij niet in het bezit van een geldige identiteitskaart van de EU-lidstaat X. In dit geval wordt niet voldaan aan de verplichting omschreven in art. 41§4 en kan een boete opgelegd worden van 200EUR