Inspanningen tot integratie in de Belgische samenleving

  • Algemene verblijfsvoorwaarde

Elke niet vrijgestelde persoon die meer dan 90 dagen in België wenst te verblijven wordt geïnformeerd over het feit dat zijn inspanningen om zich in de Belgische samenleving te integreren door de Dienst Vreemdelingenzaken zullen worden gecontroleerd.

Deze algemene verblijfsvoorwaarde is van toepassing op de aanvragen die na 25 januari 2017 werden ingediend bij een Belgische diplomatieke of consulaire post (aanvraag visum D) of bij het gemeentebestuur van de verblijfplaats (verblijfsaanvraag). 

  • Vrijstellingen

De verplichting om de inspanningen die geleverd werden om zich in de Belgische samenleving te integreren te bewijzen is niet van toepassing :

  • op minderjarige personen (minder dan 18 jaar oud);
  • op ernstig zieke personen;
  • op de personen die bedoeld worden in de artikelen 388, 491 en 492 van het burgerlijk wetboek;
  • op vluchtelingen (door België erkende status);
  • op begunstigden van een subsidiaire bescherming (toegekend door België);
  • op de begunstigden van de associatieovereenkomst tussen de Europese Economische Gemeenschap en Turkije, getekend op 12 september 1963.

Anderzijds is de verplichting niet van toepassing op de volgende aanvragen:

  • de verzoeken om internationale bescherming;
  • de aanvragen voor een machtiging of toelating tot verblijf die worden ingediend door een vreemdeling die door de bevoegde Belgische overheden als staatloze erkend is;
  • de aanvragen die op basis van de volgende artikelen van de wet van 15 december 1980 worden ingediend;
    • artikel 10, § 1, 4° tot 6°, voor zover het over de familieleden gaat van een vreemdeling die erkend is als vluchteling of die de subsidiaire bescherming geniet of die door de bevoegde Belgische overheden erkend is als staatloze;
    • artikel 10, § 1, 7° ;
    • artikel 19, § 2, tweede lid;
    • artikel 40;
    • artikel 40bis ;
    • artikel 40ter, voor zover het gaat over de familieleden van een Belg die zijn recht op vrij verkeer heeft uitgeoefend, overeenkomstig het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie ;
    • artikel 58;
    • artikelen 61/2 tot 61/4 ;
    • artikel 61/7;
    • artikel 61/26 ;
    • artikel 61/29-4 ;
    • artikel 10bis, §§ 4 tot 6 ;
    • artikel 61/34; ;
    • artikel 61/45.

Een geconsolideerde versie van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen werd op de site van de FOD Justitie gepubliceerd : http://www.ejustice.just.fgov.be/cgi_loi/loi.pl

  • Bewijs van de inspanningen tot integratie
  1. Persoon die voor een beperkte duur tot een verblijf in België gemachtigd is (A-kaart)

Ten laatste wanneer hij de vernieuwing van zijn A-kaart voor de eerste keer aanvraagt, moet de persoon die voor een beperkte duur tot een verblijf in België gemachtigd is bewijzen dat hij inspanningen geleverd heeft om zich in de Belgische samenleving te integreren.  

Vervolgens kan de Dienst Vreemdelingenzaken andere controles uitvoeren gedurende vier jaar, vanaf het verstrijken van een termijn van een jaar na de toekenning van de eerste machtiging tot verblijf. 

In het kader van deze controles kan de Dienst Vreemdelingenzaken  inlichtingen en documenten vragen die de inspanningen tot integratie bewijzen.

  1. Persoon die voor een onbeperkte duur tot een verblijf in België gemachtigd is (B-kaart)

De Dienst Vreemdelingenzaken kan de inspanningen die door een persoon die gemachtigd is tot een verblijf van onbeperkte duur in België geleverd werden om zich in de Belgische samenleving te integreren controleren, en dit gedurende vier jaar vanaf het verstrijken van een termijn van een jaar na de toekenning van de machtiging tot onbeperkt verblijf. 

In het kader van deze controles kan de Dienst Vreemdelingenzaken  inlichtingen en documenten vragen die de inspanningen tot integratie bewijzen.

  1. Persoon die in de hoedanigheid van familielid van een zittende Belg verblijft (F-kaart) 

De Dienst Vreemdelingenzaken kan de inspanningen om zich in de Belgische samenleving te integreren die geleverd werden door een persoon die in de hoedanigheid van familielid van een zittende Belg verblijft controleren, en dit  gedurende vier jaar vanaf het verstrijken van een termijn van een jaar na de toelating tot verblijf.

In het kader van deze controles kan de Dienst Vreemdelingenzaken  inlichtingen en documenten vragen die de inspanningen tot integratie bewijzen.

  • Beoordeling van de inspanningen tot integratie

Bij het beoordelen van de inspanningen die door een persoon geleverd worden om zich in de Belgische samenleving te integreren houdt de Dienst Vreemdelingenzaken, in het bijzonder, rekening met de volgende criteria:

  • het volgen van een inburgeringscursus waarin wordt voorzien door de bevoegde overheid van de hoofdverblijfplaats;
  • het uitoefenen van een activiteit als werknemer, als ambtenaar of als zelfstandige;
  • het voorleggen van een diploma, getuigschrift of bewijs van inschrijving uitgereikt door een georganiseerde, erkende of gesubsidieerde onderwijsinstelling ;
  • het volgen van een door een bevoegde overheid erkende beroepsopleiding;
  • kennis van de taal van de plaats van inschrijving in het bevolkings- of vreemdelingenregister;
  • actieve deelname aan het verenigingsleven.

Indien de inspanningen om zich in de Belgische samenleving te integreren onbestaande of onvoldoende zijn kan de Dienst Vreemdelingenzaken weigeren om de verblijfstitel te vernieuwen of kan hij een einde maken aan het verblijf.  Vooraleer hij een dergelijke beslissing neemt, houdt de Dienst Vreemdelingenzaken echter rekening met de aard en de hechtheid van de familiebanden van de betrokkene met andere personen die in België verblijven, de duur van zijn verblijf in België alsmede met het bestaan van familiebanden of culturele of sociale banden met zijn land van herkomst.