De registratie van het verzoek om omvat:
- Het vaststellen van de identiteit
De DVZ zal bij de registratie de identiteit (naam, voornaam, geboortedatum, geboorteplaats, nationaliteit) van de verzoeker vaststellen. Bij voorkeur gebeurt dit op basis van de identiteitsdocumenten die hij/zij in zijn/haar bezit heeft. Als de verzoeker echter geen identiteitsdocumenten ter beschikking heeft, worden de gegevens genoteerd op basis van diens verklaringen.
Indien de verzoeker beschikt over originele identiteitsdocumenten, of een kopie van deze documenten, is het dus verplicht, deze steeds mee te brengen en voor te leggen bij de DVZ.
- Het verkrijgen van andere relevante informatie
Om de registratie te vervolledigen, zal de DVZ nagaan sinds wanneer de verzoeker in België is, of de verzoeker reeds een verblijfsadres heeft in België en of de verzoeker nood heeft aan opvang.
Er zal eveneens gevraagd worden of de verzoeker zich verder in de procedure wil laten bijstaan door een tolk.
- Het vaststellen van eventuele kwetsbaarheden van de verzoeker
Bij de registratie wordt de verzoeker gevraagd naar eventuele kwetsbaarheden. Het is belangrijk dat de verzoeker eventuele kwetsbaarheden aangeeft die een invloed kunnen hebben op de verdere procedure en waar desgevallend rekening mee moet gehouden worden.
De verzoeker heeft steeds de mogelijkheid om later in de procedure nog bijkomende informatie of elementen aan te brengen.
- Het informeren van de verzoeker over zijn rechten en plichten
De verzoeker heeft als verzoeker om internationale bescherming een aantal rechten, maar ook een aantal verplichtingen. De verzoeker wordt hierover geïnformeerd bij de registratie van zijn verzoek.
Zo heeft de verzoeker om internationale bescherming recht op opvang en kan hij/zij materiële hulp verkrijgen van .
Opgelet: het recht op opvang kan beperkt worden.
Daarnaast is de verzoeker om internationale bescherming beschermd tegen . Tijdens de procedure internationale bescherming kan de verzoeker niet teruggestuurd worden naar zijn/haar land van herkomst, behoudens in de gevallen voorzien in de wet van 15 december 1980 (artikelen 39/70 en 49/3/1).
Anderzijds wordt van de verzoeker om internationale bescherming verwacht dat hij/zij steeds de waarheid vertelt, steeds volledige en correcte informatie geeft en volledige medewerking verleent gedurende de procedure.
De verzoeker wordt daarbij geacht gevolg te geven aan elke oproeping en bij deze oproeping in persoon aanwezig te zijn. Indien de verzoeker door overmacht niet aanwezig kan zijn op de datum van oproeping dient hij de DVZ hier zo snel mogelijk over te informeren en de reden voor de volledige periode van de onbeschikbaarheid te rechtvaardigen.
Indien de verzoeker over identiteitsdocumenten beschikt, is de verzoeker verplicht deze dan ook zo snel mogelijk voor te leggen bij het registreren van het verzoek.
De verzoeker is ook verplicht alle andere elementen die de bevoegde autoriteiten kunnen helpen bij het bepalen van de verantwoordelijke lidstaat of bij de behandeling van het verzoek, zo snel mogelijk voor te leggen.
Welke documenten zijn belangrijk?
Alle documenten over de leeftijd, achtergrond (ook die van relevante familieleden), identiteit, nationaliteit(en), land(en) en plaats(en) van eerder verblijf, informatie over eerdere verzoeken om internationale bescherming, reisroute(s), identiteitsdocumenten, … zijn belangrijk, maar ook alle andere documenten die de problemen in het land van herkomst kunnen aantonen.
Het achterhouden van documenten, of het weigeren bepaalde documenten voor te leggen, kan wijzen op een gebrek aan medewerking.
Het niet nakomen van de verplichtingen kan er toe leiden dat het verzoek wordt beëindigd, dat het recht op materiële hulp wordt beperkt, de verzoeker tijdens de behandeling van het verzoek wordt vastgehouden in een welbepaalde plaats, of dat het verzoek versneld behandeld zal worden door het CGVS, in het geval België bevoegd is voor de behandeling van het verzoek.
- Het nemen van biometrische gegevens
Een medewerker van de DVZ zal bij de registratie van het verzoek een foto en de vingerafdrukken van de verzoeker (af)nemen. Op basis van de vingerafdrukken zal nagegaan worden of de verzoeker reeds gekend is bij de Dienst Vreemdelingenzaken of in een ander EU+ land (illegale binnenkomst, verzoek om internationale bescherming, ).
De foto wordt toegevoegd aan het administratief dossier en zal op verschillende documenten die de verzoeker in het kader van zijn/haar procedure van de DVZ zal ontvangen, toegevoegd worden.
Indien de verzoeker de afname van de biometrische gegevens weigert, zal het verzoek als impliciet ingetrokken beschouwd worden.
Juridische counseling
Gedurende de registratiefase voorziet de DVZ in een juridische counseling. Hierbij kan de verzoeker informatie krijgen over de registratie, de indiening en de procedure.
Bij de juridische counseling wordt geen inhoudelijk advies gegeven, deze rol blijft voorbehouden voor de advocaat, waar de verzoeker gedurende de procedure op kan doen.