Toereikende bestaansmiddelen

De kandidaat-student moet bewijzen dat hij over toereikende bestaansmiddelen beschikt om de kosten voor zijn verblijf, studie, gezondheidszorgen en repatriëring te dekken. 

Het minimumbedrag dat vastgesteld is voor het academiejaar 2021/2022 bedraagt 679 euro netto/maand (€).

Dit bedrag wordt elk jaar geïndexeerd.

De algemene regel is dat de kandidaat-student met een attest van de beurs of lening, of een verbintenis tot tenlasteneming, bewijst dat hij over toereikende bestaansmiddelen beschikt.

Nuttige info:

Sommige universiteiten eisen dat hun studenten op een bankrekening een geldbedrag storten dat het eerste studiejaar dekt. Vervolgens storten zij dat bedrag, met maandelijkse tranches, op een rekening die de student heeft geopend toen hij in België aankwam. De Dienst Vreemdelingenzaken aanvaardt deze storting als een geldig bewijs van toereikende bestaansmiddelen, op voorwaarde dat de student een document van opstelling voorlegt dat aantoont dat een geldsom die het eerste studiejaar dekt gestort werd,  en aangeeft dat een som die gelijk is aan die waarover een student elke maand moet beschikken zal worden teruggestort op de rekening van de student.

Attest van de beurs of lening

 

Het attest moet opgesteld zijn door een internationale organisatie of een nationale overheid, of door een Belgische of buitenlandse rechtspersoon die voldoende middelen heeft.

Het attest moet vermelden dat de kandidaat-student over een beurs of een lening beschikt die zijn kosten voor gezondheidszorgen, zijn verblijfskosten, zijn studiekosten en de kosten van zijn repatriëring kan dekken, of dat hij binnenkort over een dergelijke beurs of lening zal beschikken.

Het bedrag van de beurs of de lening moet op zijn minst gelijk zijn aan het vastgelegd maandelijks minimumbedrag. Indien het bedrag lager is, moet de kandidaat-student bewijzen dat hij over bijkomende middelen zal beschikken. 

De duur van de beurs of de lening moet op zijn minst gelijk zijn aan de duur van het verblijf.

Verbintenis tot tenlasteneming

 

Elke Belgische of buitenlandse natuurlijke persoon of rechtspersoon die over voldoende middelen beschikt, kan zich er ten opzichte van de Belgische Staat en de kandidaat-student toe verbinden om de kosten voor gezondheidszorgen, het verblijf, de studies en de repatriëring van de vreemdeling voor op zijn minst een academiejaar ten laste te nemen.

Deze verbintenis wordt geformaliseerd in een document conform artikel 32 van het koninklijk besluit van 8 oktober 1981, dat door de garant moet worden ingevuld, gedateerd en ondertekend. 

Verbintenis tot tenlasteneming

Wat is het minimumbedrag van de inkomsten waarover een garant moet beschikken?

De algemene regel is dat de garant op zijn minst moet beschikken over een som die gelijk is aan:

  • een minimaal basisbedrag van 1.330,74 euro (€) netto/maand*, plus (+)
  • 679 euro (€) netto /maand ** ; plus (+)
  • een bedrag van 150 euro (€) netto/maand voor elke persoon die reeds ten laste is van de garant.

* bedrag van het leefloon voor een volwassen gezinshoofd vastgesteld op 1ste januari 2020.
** minimumbedrag dat een student moet hebben om zijn kosten voor gezondheidszorgen, verblijf, studie en repatriëring te dekken gedurende het academiejaar 2021/2022.

Welk bewijs van zijn inkomsten moet door de garant worden verstrekt?

 

Indien de garant een natuurlijke persoon in loondienst is, moet hij zijn drie laatste loonfiches verstrekken, zijn laatste aanslagbiljet en alle aanvullende documenten die andere maandelijkse bronnen van inkomsten vermelden (bijvoorbeeld vastgoedinkomsten).

Indien de garant een natuurlijke persoon is die als zelfstandige werkt, moet hij zijn laatste aanslagbiljet verstrekken, het bewijs van de betaling van de sociale bijdragen, zijn BTW-inschrijvingsnummer en het bewijs van zijn inschrijving in het handelsregister, indien hij deze verplichtingen heeft, en alle aanvullende documenten die andere maandelijkse bronnen van inkomsten vermelden (bijvoorbeeld vastgoedinkomsten).

Indien de garant een rechtspersoon is (bijvoorbeeld een vennootschap), moet hij de laatste handelsbalans ingediend bij de griffie van de Rechtbank van Koophandel van de plaats van de hoofdzetel verstrekken, zijn BTW-inschrijvingsnummer en het bewijs van zijn inschrijving in het handelsregister, indien hij deze verplichtingen heeft, en een kopie van de statuten van de onderneming.

Nuttige info:
De bewijsmiddelen zijn aangepast aan de lokale omstandigheden. Een garant die in het buitenland verblijft, moet dus inlichtingen inwinnen bij de Belgische diplomatieke of consulaire post die bevoegd is voor zijn verblijfplaats.

Aan wie moet de verbintenis tot tenlasteneming worden voorgelegd?

Het antwoord hangt af van de plaats waar de garant verblijft.

  1. De garant verblijft in België of in hetzelfde land als de kandidaat-student

De kandidaat-student moet de volgende documenten voorleggen aan de Belgische diplomatieke of consulaire post wanneer hij zijn visumaanvraag indient :

  • door de garant ingevulde, gedateerde en ondertekende verbintenis tot tenlasteneming;
  • een kopie van de identiteitskaart of de verblijfskaart van de garant;
  • een gezinssamenstelling van de garant (document afgegeven door de bevoegde overheid)
  • documenten waaruit blijkt dat de garant voldoende inkomsten heeft om de tenlasteneming te dragen.

Indien de inkomsten van de garant voldoende zijn, brengt de post de vermelding «Voldoende solvabiliteit» op de verbintenis tot tenlasteneming aan. De post overhandigt het origineel document aan de kandidaat-student. Dit document is het bewijs dat hij over toereikende bestaansmiddelen beschikt.

Indien de inkomsten van de garant ontoereikend zijn (of indien de garant geen geldig of afdoend bewijs van zijn inkomsten levert), is de post van mening dat de kandidaat-student niet over toereikende bestaansmiddelen beschikt (een van de voorwaarden voor de toekenning van het visum wordt bijvoorbeeld niet vervuld). De post stuurt de visumaanvraag voor beslissing naar de Dienst Vreemdelingenzaken.

  1. De garant verblijft noch in België, noch in hetzelfde land als de kandidaat-student 

De garant moet de volgende documenten voorleggen aan de Belgische diplomatieke of consulaire post die bevoegd is voor zijn verblijfplaats:

  • de ingevulde, gedateerde en ondertekende verbintenis tot tenlasteneming;
  • een kopie van de identiteitskaart of de verblijfskaart van de garant;
  • een gezinssamenstelling (document afgegeven door de bevoegde overheid)
  • documenten waaruit blijkt dat hij voldoende inkomsten heeft om de tenlasteneming te dragen.

Indien de inkomsten van de garant voldoende zijn, brengt de post de vermelding «Voldoende solvabiliteit» op de verbintenis tot tenlasteneming aan. De post overhandigt het origineel document aan de garant. De kandidaat-student zal het origineel document moeten voorleggen als bewijs dat hij over toereikende bestaansmiddelen beschikt wanneer hij zijn visumaanvraag indient.

Indien de inkomsten van de garant ontoereikend zijn (of indien de garant geen geldig of afdoend bewijs van zijn inkomsten levert), brengt de post de vermelding «Voldoende solvabiliteit» niet aan. Het document kan niet het bewijs zijn dat de kandidaat-student over toereikende bestaansmiddelen beschikt.