Verblijfsaanvraag

[Artikel 25/2, §1, 2° van het koninklijk besluit van 8 oktober 1981]

Uitzonderlijk kan de kandidaat-student die reeds toegelaten of gemachtigd is tot een verblijf van maximum drie maanden in België (verblijf van korte duur), of voor meer dan drie maanden (verblijf van lange duur), zijn aanvraag voor een machtiging tot verblijf indienen bij het gemeentebestuur van de plaats waar hij verblijft tijdens het gemachtigd verblijf van korte of lange duur. De kandidaat-student die zijn aanvraag indient terwijl hij illegaal in het land verblijft, moet een verklaring geven over de buitengewone omstandigheden die hem verhinderen zijn aanvraag in te dienen bij de Belgische diplomatieke of consulaire post die bevoegd is voor de plaats waar hij verblijft in het buitenland, overeenkomstig artikel 9, tweede lid, van de wet.

De kandidaat-student moet de documenten die aantonen dat hij voldoet aan de door de wet vastgelegde voorwaarden om gemachtigd te worden om de kandidaat-student, in de hoedanigheid van student, meer dan drie maanden in België te verblijven voorleggen.

Het gemeentebestuur overhandigt een document dat de indiening van zijn aanvraag aantoont aan de kandidaat-student die daadwerkelijk in de gemeente verblijft (positieve verblijfscontrole) en die de bovengenoemde documenten heeft voorgelegd. Vervolgens stuurt het gemeentebestuur het dossier voor beslissing naar de Dienst Vreemdelingenzaken.

Het gemeentebestuur houdt daarentegen geen rekening met de aanvraag van de kandidaat-student die niet daadwerkelijk in de gemeente woont (negatieve verblijfscontrole) en/of die de bovengenoemde documenten niet heeft voorgelegd. Het gemeentebestuur betekent deze beslissing aan de kandidaat-student met een document overeenkomstig de bijlage 40.

De kandidaat-student die door de Dienst Vreemdelingenzaken tot een verblijf van meer dan drie maanden gemachtigd wordt, ontvangt een verblijfstitel (A-kaart).  Indien hij reeds in het bezit is van een verblijfstitel, wordt hij eenvoudigweg op de hoogte gebracht van de beslissing. 

De Dienst Vreemdelingenzaken verwerpt daarentegen de aanvraag van de kandidaat-student die niet voldoet aan de voorwaarden voor de toekenning van een machtiging tot verblijf. In voorkomend geval geeft de Dienst Vreemdelingenzaken hem ook het bevel om het grondgebied te verlaten (bijlage 13).  De buitenlandse kandidaat kan een beroep instellen tegen deze beslissing. 

  1. Documenten die moeten worden voorgelegd voor studies in het openbaar hoger onderwijs

  2. Documenten die moeten worden voorgelegd voor een op het openbaar hoger onderwijs voorbereidend jaar