De richtlijn 2001/55/EG over de regels voor het verlenen van tijdelijke bescherming in geval van massale toestroom van ontheemden en maatregelen ter bevordering van een evenwicht tussen de inspanning van de EU-lidstaten bevat een regeling voor de aanpak van een massale aankomst in de Europese Unie van buitenlanders die niet naar hun eigen land terug kunnen, met name als gevolg van oorlog, geweld of de schending van de mensenrechten.
De richtlijn biedt onmiddellijke en tijdelijke bescherming voor deze ontheemden.
Na de grootschalige Russische invasie van Oekraïne in februari 2022 heeft de Raad een uitvoeringsbesluit aangenomen, Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/382 tot vaststelling van het bestaan van een massale toestroom van ontheemden uit Oekraïne in de zin van Richtlijn 2001/55/EG, en tot invoering van tijdelijke bescherming naar aanleiding daarvan. Dit is de eerste keer dat een dergelijk besluit in het kader van Richtlijn 2001/55/EG is vastgesteld.
Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/382 is van toepassing op:
- Oekraïense onderdanen die voor 24 februari 2022 in Oekraïne verbleven;
- staatlozen en onderdanen van niet-EU-landen anders dan Oekraïne, die vóór 24 februari 2022 in Oekraïne internationale bescherming of gelijkwaardige nationale bescherming genoten; en
- gezinsleden van de hiervoor genoemde personen.
Opgelet: er moet een onderscheid worden gemaakt tussen de familieleden die zelf tijdelijke bescherming nodig hebben en diegenen die een dergelijke bescherming niet nodig hebben.
Momenteel wordt deze tijdelijke beschermingsstatus tot 4 maart 2027 toegekend.
De wet van 18 juli 2025, gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 8 augustus 2025 en in werking getreden op 18 augustus 2025, wijzigt de bepalingen van de wet van 15 december 1980. Deze wet voorziet in overgangsbepalingen, zodat de oude en de nieuwe bepalingen gedurende een bepaalde periode naast elkaar zullen bestaan.
De bepalingen die vóór 18 augustus 2025 van toepassing waren (oude bepalingen), blijven van toepassing op aanvragen tot gezinshereniging:
- die vóór 18 augustus 2025 zijn ingediend en op die datum nog in behandeling zijn;
- die gedurende een periode van twee jaar vanaf 18 augustus 2025 (d.w.z. tot 18 augustus 2027) zijn ingediend, indien de vreemdeling die vervoegd wordt toegelaten werd tot een verblijf in België van meer dan drie maanden vóór 18 augustus 2025. Voor alle aanvragen ingediend tussen 18 augustus 2025 en 18 augustus 2027 is het daarom van cruciaal belang om de datum te verifiëren waarop de vreemdeling die vervoegd wordt toegelaten werd tot een verblijf in België van meer dan drie maanden
De nieuwe bepalingen van de wet van 18 juli 2025:
- zijn van toepassing op aanvragen voor gezinshereniging die gedurende een periode van twee jaar vanaf 18 augustus 2025 (d.w.z. tot 18 augustus 2027) zijn ingediend, indien de vreemdeling die vervoegd wordt niet gemachtigd of toegelaten werd tot een verblijf in België van meer dan drie maanden vóór 18 augustus 2025;
- zullen volledig van toepassing zijn op aanvragen voor gezinshereniging die vanaf 18 augustus 2027 worden ingediend.
Bepalingen van toepassing vóór 18 augustus 2025 (oude bepalingen):
[Artikel 57/34 van de wet van 15 december 1980]
Om een gezinshereniging te genieten, moeten de familieleden van een vreemdeling die de tijdelijke beschermingsstatus geniet en die zelf tijdelijke bescherming nodig hebben aan de volgende cumulatieve voorwaarden voldoen:
- het gezin was reeds gevormd in het land van oorsprong ten tijde van de gebeurtenissen die tot een massale toestroom van ontheemden hebben geleid;
- de scheiding van het gezin is het gevolg van de gebeurtenissen die tot een massale toestroom van ontheemden hebben geleid;
- ze voldoen persoonlijk aan de voorwaarden voor de toekenning van de tijdelijke beschermingsstatus;
- ze bevinden zich buiten het grondgebied van de lidstaten van de Europese Unie.
Het familielid moet zich buiten het grondgebied van de lidstaten van de Europese Unie bevinden. Bijgevolg moet hij zijn aanvraag tot gezinshereniging indienen bij de diplomatieke of consulaire post van België die bevoegd is voor de plaats waar hij in het buitenland verblijft.
Onder familieleden van een vreemdeling die tijdelijke bescherming geniet worden de volgende personen verstaan:
- de echtgenoot;
- de vreemdeling met wie een geregistreerd partnerschap werd gesloten dat als gelijkwaardig wordt beschouwd met het huwelijk in België, voor zover de partners een duurzame en stabiele relatie onderhouden en beiden ouder zijn dan achttien jaar;
- de vreemdeling die door middel van een wettelijk geregistreerd partnerschap verbonden is met hem, voor zover de partners aan de volgende cumulatieve voorwaarden voldoen :
- een duurzame en stabiele relatie onderhouden. Het duurzaam en stabiel karakter van de relatie is aangetoond indien de partners bewijzen (a) dat ze gedurende minstens één jaar, voorafgaand aan de aanvraag, onafgebroken op legale wijze hebben samengewoond, of (b) indien de partners bewijzen dat zij elkaar sedert ten minste twee jaar, voorafgaand aan de aanvraag, kennen en zij het bewijs leveren dat zij regelmatig, telefonisch, via briefwisseling, of elektronische berichten met elkaar contact onderhielden en dat zij elkaar in de twee jaar voorafgaand aan de aanvraag drie maal ontmoet hebben en dat deze ontmoetingen in totaal vijfenveertig dagen of meer betreffen, of (c) indien de partners een gemeenschappelijk kind hebben.
- met elkaar komen samenleven;
- beiden ouder zijn dan 18 jaar;
- ongehuwd zijn en geen duurzame en stabiele partnerrelatie onderhouden met een andere persoon;
- niet onder een van de gevallen van huwelijksbelemmering vallen (artikelen 161 tot 163 van het oud Burgerlijk Wetboek);
- ten aanzien van geen van beiden is een definitieve beslissing genomen tot weigering van de voltrekking van het huwelijk.
- de minderjarige kinderen, evenals die van de echtgenoot of de partner, voor zover ze aan de volgende bijkomende cumulatieve voorwaarden voldoen :
- ongehuwd zijn ;
- met de vervoegde vreemdeling komen samenleven vooraleer zij de leeftijd van achttien jaar hebben bereikt;;
- de vervoegde vreemdeling, zijn echtgenoot of zijn partner moet het ouderlijk gezag, inclusief het recht van bewaring, uitoefenen. Indien het ouderlijk gezag wordt gedeeld, dient de andere houder van het ouderlijk gezag zijn toestemming te geven voor de gezinshereniging.
- zijn rechtstreekse bloedverwanten in opgaande lijn in de eerste graad (vader en moeder), voor zover de vreemdeling die vervoegd wordt minderjarig en ongehuwd is en zijn rechtstreekse bloedverwanten in opgaande lijn in de eerste graad aan de volgende bijkomende cumulatieve voorwaarden voldoen :
- het ouderlijk gezag uitoefenen, inclusief het recht van bewaring ;
- met de vreemdeling die vervoegd wordt komen samenleven alvorens hij de leeftijd van achttien jaar bereikt.
De Dienst Vreemdelingenzaken kan ook een verblijfsvergunning toekennen aan een ander naast familielid van een begunstigde van de tijdelijke beschermingsstatus, op voorwaarde dat de familieband is aangetoond en voor zover dit ander naast familielid, ten tijde van de gebeurtenissen die tot een massale toestroom van ontheemden hebben geleid, samenwoonde met de vreemdeling die de tijdelijke beschermingsstatus geniet en volledig of hoofdzakelijk te zijnen laste was.
Naast de documenten die aantonen dat hij aan de hierboven uiteengezette voorwaarden voor een gezinshereniging voldoet, moet een (ander naast) familielid de volgende zaken voorleggen:
- een medisch getuigschrift waaruit blijkt dat hij niet lijdt aan een van de in de bijlage aan de wet van 15 december 1980 opgesomde ziekten;
- een uittreksel uit het strafregister of een gelijkwaardig document, indien hij ouder is dan 18 jaar.
Nieuwe bepalingen van de wet van 18 juli 2025:
[Artikel 57/34, van de wet van 15 december 1980, van de wet van 15 december 1980, gewijzigd bij de wet van 18 juli 2025 – In werking getreden op 18 augustus 2025]
Aanvraag van een verblijfsvergunning
De familieleden die zich nog niet op het grondgebied van de Europese Unie bevinden en tijdelijke bescherming nodig hebben, kunnen een verblijfsvergunning voor meer dan drie maanden aanvragen om zich te voegen bij een vreemdeling die als begunstigde van de tijdelijke beschermingsstatus toegelaten werd tot een verblijf in België van meer dan 3 maanden
Het gezin moest echter al in het land van herkomst zijn gevormd op het moment van de gebeurtenissen die hebben geleid tot een massale toestroom van ontheemden, en de scheiding van het gezin moet het gevolg zijn van de gebeurtenissen die hebben geleid tot deze massale toestroom van ontheemden.
Leeftijd van de echtgenoot of partner
De echtgenoot of geregistreerde partner van de vreemdeling die vervoegd wordt, en de vreemdeling die vervoegd wordt, moeten ouder zijn dan 21 jaar.
Partnerschap
De wet van 18 juli 2025 afschaft het onderscheid tussen het "geregistreerd partnerschap gelijkwaardig aan het huwelijk" en het "wettelijk geregistreerd partnerschap". De vreemdeling die met de vervoegde vreemdeling is verbonden via een geregistreerd partnerschap gelijkwaardig aan het huwelijk, moet voortaan aan dezelfde voorwaarden voldoen als een vreemdeling die met de vervoegde vreemdeling is verbonden via een wettelijk geregistreerd partnerschap.
De wet van 18 juli 2025, die op 18 augustus 2025 in werking is getreden, voorziet niet in overgangsmaatregelen.
Bijgevolg zijn de aanvragen die vóór 18 augustus 2025 op grond van het oude artikel 57/34/1 van de wet zijn ingediend en op die datum nog steeds in behandeling zijn, zonder voorwerp geworden, aangezien de wet van 18 juli 2025 dit artikel afschaft. Sindsdien is de gezinshereniging met een begunstigde van de tijdelijke bescherming geregeld worden door artikel 57/34 (familieleden die zelf tijdelijke bescherming kunnen genieten) en artikel 10bis, § 2/1 (familieleden die zelf geen tijdelijke bescherming kunnen genieten), van de wet van 15 december 1980.
Deze twee nieuwe artikelen zijn ook van toepassing op verblijfsaanvragen die vanaf 18 augustus 2025 worden ingediend.
Wijzigingen ingevoerd door de wet van 18 juli 2025 en van toepassing op aanvragen die vanaf 18 augustus 2025 vanuit het buitenland worden ingediend (visumaanvragen):
Wachttermijn
De vreemdeling die vervoegd wordt, moet sedert minimum twee jaar toegelaten zijn tot een verblijf in België. Deze termijn vervalt echter indien de vreemdeling zich enkel laat vervoegen door een minderjarig kind of een ongehuwd gehandicapt kind dat ouder is dan achttien jaar.
Gezinsbanden moeten bestaan vóór de aankomst van de vreemdeling die vervoegd wordt
Het is vereist dat de gezinsbanden reeds bestonden voordat de vreemdeling die vervoegd wordt, in België aankwam. Bijgevolg zijn de bepalingen inzake gezinshereniging niet van toepassing op gezinnen die zijn gevormd na aankomst van de vreemdeling naar België.
Belangrijk: familieband na aankomst van de vreemdeling die vervoegd wordt (nieuwe gezinscel)
De familieleden van een begunstigde van tijdelijke bescherming worden expliciet uitgesloten van het toepassingsgebied van artikel 10bis, §2, van de wet (gezinshereniging met een vreemdeling met beperkt verblijf). Ze kunnen zich enkel beroepen op artikel 10bis,§2/1, van de wet van 15 december 1980.
Uitsluiting van ouders van een minderjarige
De ouders van een minderjarige vreemdeling die de subsidiaire beschermingsstatus geniet, hebben geen recht meer op gezinshereniging.
Leeftijd van de echtgenoten en partners
De echtgenoot/echtgenote/geregistreerde partner en de vervoegde vreemdeling moeten ouder zijn dan 21 jaar.
Partnerschap
De wet van 18 juli 2025 afschaft het onderscheid tussen het "geregistreerd partnerschap gelijkwaardig aan het huwelijk" en het "wettelijk geregistreerd partnerschap". De vreemdeling die met de vervoegde vreemdeling is verbonden via een geregistreerd partnerschap gelijkwaardig aan het huwelijk, moet voortaan aan dezelfde voorwaarden voldoen als een vreemdeling die met de vervoegde vreemdeling is verbonden via een wettelijk geregistreerd partnerschap.
Verblijfsvoorwaarden
De echtgenoot en partner van de vreemdeling die vervoegd wordt, evenals zijn kinderen en die van zijn echtgenoot of partner, moeten aantonen dat de vreemdeling die vervoegd wordt over een ziektekostenverzekering, behoorlijke huisvesting en stabiele, regelmatige en toereikende bestaansmiddelen beschikt.
Afwijking: een minderjarig kind van de vreemdeling die vervoegd wordt of van zijn echtgenoot moet niet het bewijs leveren dat de vreemdeling die vervoegd wordt over stabiele, regelmatige en toereikende bestaansmiddelen beschikt, op voorwaarde dat hij ongehuwd is, bij de vreemdeling die vervoegd wordt komt wonen alvorens 18 jaar te zijn en de enige is die zich bij deze vreemdeling komt voegen (dit wil zeggen dat de andere ouder de gezinshereniging niet gelijktijdig aanvraagt).
Voldoende huisvesting
De vreemdeling die vervoegd wordt moet beschikken over behoorlijke huisvesting die als normaal beschouwd wordt voor een vergelijkbaar gezin en dewelke voldoet aan de wettelijk geldende criteria inzake veiligheid en hygiëne moet beschikken . De criteria waaraan het onroerend goed moet voldoen alsook de wijze waarop de vreemdeling bewijst dat het onroerend goed voldoet aan de gestelde voorwaarden worden bepaald in een koninklijk besluit.
Voor meer info : Voldoende huisvesting
Voldoende bestaansmiddelen
De vreemdeling die vervoegd wordt moet beschikken over stabiele, regelmatige en voldoende bestaansmiddelen om in zijn eigen behoeften en die van zijn familieleden te voorzien en om te voorkomen dat zij ten laste vallen van de openbare overheden.
Het bedrag van de bestaansmiddelen moet netto ten minste gelijk zijn aan 110% van het gewaarborgd gemiddeld maandelijks minimuminkomen dat door artikel 3 van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 43 van 2 mei 1988 betreffende de waarborg van een gemiddeld minimummaandinkomen wordt beoogd (GGMMI), d.w.z. 2.325,079 euro netto per maand. Dit bedrag wordt verhoogd met 10% voor elk bijkomend familielid ten laste van de vreemdeling die vervoegd wordt.
- Voorbeeld 1: de gezinshereniger is alleen in België en wil worden vergezeld of herenigd met zijn partner en zijn twee kinderen: het bedrag is 110% (partner die gezinshereniging aanvraagt) + 20% (10% per kind dat gezinshereniging aanvraagt): 2.787,69 euro.
- Voorbeeld 2: dezelfde situatie, maar de gezinshereniger verblijft al in België met een ander kind: het bedrag is 110% (partner die gezinshereniging aanvraagt) + 20% (10% per kind dat gezinshereniging aanvraagt) + 10% (kind dat al in België verblijft): 3.020 euro.
Als het referentiebedrag niet wordt bereikt, moet de Dienst Vreemdelingenzaken bepalen over hoeveel middelen de vreemdeling die vervoegd wordt moet beschikken om in zijn eigen behoeften en die van zijn gezinsleden te voorzien zonder ten laste te vallen van de overheid.
Deze bepaling bestond al. De wetgever verplicht de aanvrager nu echter om bij de indiening van zijn aanvraag tot gezinshereniging alle documenten en informatie voor te leggen die de Dienst Vreemdelingenzaken in staat stellen het bedrag van de nodige middelen te bepalen.
Er is geen wijziging wat betreft de aard en de regelmatigheid van de bestaansmiddelen die in aanmerking kunnen worden genomen.
Voor meer info : Stabiele, regelmatige en voldoende bestaansmiddelen