Ingediend vanuit het buitenland (visa D)

  

 

[Artikelen 58, 60 en volgende, van de wet van 15 december 1980]

De niet-EU-onderdanen die voltijds hogere studies wil volgen aan een erkende instelling voor hoger onderwijs in België, of een voorbereidend jaar voor dit onderwijs, moet toestemming krijgen om langer dan 90 dagen in België te verblijven.

De algemene regel is dat deze aanvraag wordt ingediend bij de Belgische diplomatieke of consulaire post die bevoegd is voor de verblijfplaats in het buitenland. Zijn aanvraag neemt de vorm aan van een D-visumaanvraag (nationaal voor ) op grond van artikel 60 van de wet van 15 december 1980.

Visueel dat het traject van een aanvraag voor een studentenvisum weergeeft voor het openbaar hoger onderwijs

De niet-EU-onderdaan dient zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning in bij de Belgische diplomatieke of consulaire post die bevoegd is voor de plaats van zijn verblijf of verblijfplaats in het buitenland. Zijn aanvraag neemt de vorm aan van een D-visumaanvraag (nationaal visum voor lang verblijf) op grond van artikel 60 van de wet van 15 december 1980.

De lijst van de Belgische ambassades en consulaten wordt op de site van de FOD Buitenlandse Zaken gepubliceerd (www.diplomatie.belgium.be).

De procedure voor het indienen van een visumaanvraag wordt uitgelegd op de website van de bevoegde post en op de website van de externe dienstverlener waarmee de post samenwerkt voor het ontvangen van visumaanvragen (VFS Global, TLS Contact).

Als algemene regel geldt dat aanvragers hun visumaanvraag persoonlijk moeten indienen, aangezien ze hun vingerafdrukken moeten afgeven en een vragenlijst moeten beantwoorden om na te gaan of hun academische achtergrond en hun plannen om in België te studeren overeenstemmen.

[Artikelen 60 en 61/1 van de wet van 15 december 1980]

Volledig dossier

Een niet-EU-onderdaan die een eerste machtiging tot verblijf aanvraagt om een voltijdse studies te volgen aan een erkende instelling voor hoger onderwijs, of een voorbereidend jaar voor deze studies, moet de volgende documenten bij zijn aanvraag voegen:  

  • een kopie van zijn geldig paspoort of een kopie van een daarmee gelijkgestelde reistitel;
  • het bewijs van betaling van de retributie, indien deze verplichting op hem van toepassing is;
  • een attest dat conform het model van het standaardformulier dat per het ministerieel besluit van 28 maart 2022 vastgelegd is opgesteld is door een instelling voor hoger onderwijs en bewijst dat hij ingeschreven is aan die instelling om voltijds hogere studies of een voorbereidend jaar te volgen, of dat hij toegelaten is tot de studies, of dat hij ingeschreven is voor een toelatingsexamen of een toelatingsproef;
  • indien hij jonger dan achttien jaar is, een bewijs van toestemming van zijn ouders of, in voorkomend geval, van de persoon die de voogdij uitoefent;
  • het bewijs dat hij gedurende zijn verblijf zal beschikken over voldoende bestaansmiddelen om te voorkomen dat hij tijdens zijn verblijf ten laste komt van het Belgische sociale bijstandsstelsel;
  • het bewijs dat hij beschikt of zal beschikken over een ziektekostenverzekering die alle risico's in België dekt gedurende zijn verblijf:
  • een geneeskundig getuigschrift waaruit blijkt dat hij niet lijdt aan één van de in de bijlage bij de wet van 15 december 1980 opgesomde ziekten;
  • indien hij ouder is dan achttien jaar, een uittreksel uit het strafregister of een gelijkwaardig document, afgegeven door het land van oorsprong of het land van zijn laatste verblijfplaats, dat niet ouder is dan zes maanden en bevestigt dat hij niet veroordeeld is geweest voor misdaden of wanbedrijven van gemeen recht.

Let op! De niet-EU-onderdaan die zich wil inschrijven in het hoger onderwijs van de eerste cyclus dat georganiseerd wordt door de Fédération Wallonie Bruxelles moet een gelijkwaardigheid van zijn diploma of baccalaureaat hebben om toegang te krijgen tot het hoger onderwijs. [http://www.equivalences.cfwb.be]  

Let op! Indien ze in een andere taal dan het Duits, het Engels, het  Frans of het Nederlands zijn opgesteld, dienen de voorgelegde stukken vergezeld te zijn van een beëdigde vertaling in één van deze vier talen.

Indien alle documenten bij de aanvraag zijn gevoegd, overhandigt de diplomatieke of consulaire post een ontvangstbewijs aan de aanvrager.  [Bijlage 33ter van het van het koninklijk besluit van 8 oktober 1981]

Onvolledig dossier

Als niet alle vereiste documenten bij de aanvraag zijn gevoegd, verzoekt de diplomatieke of consulaire post de aanvrager om de ontbrekende documenten binnen 30 dagen na de datum van de kennisgeving in te dienen.

Als de aanvrager de ontbrekende documenten binnen de termijn van 30 dagen (of, indien de aanvraag in België wordt ingediend, vóór het verstrijken van de verblijfsvergunning of -toestemming) indient, geeft de diplomatieke of consulaire post (of de gemeente) hem een ontvangstbewijs van zijn aanvraag.  [Bijlage 33ter van het koninklijk besluit van 8 oktober 1981]

Als de aanvrager de ontbrekende documenten niet binnen de termijn van 30 dagen (of, indien de aanvraag in België wordt ingediend, vóór het verstrijken van de verblijfsvergunning of -toelating) voorlegt, kan de Dienst Vreemdelingenzaken zijn aanvraag niet- ontvankelijk verklaren en wordt de procedure beëindigd.  [ Bijlage 29 van het koninklijk besluit van 8 oktober 1981]

[Artikel 61/1/1 van de wet van 15 december 1980]

De Belgische autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor de behandeling van de visumaanvraag moeten een beslissing nemen binnen 90 dagen na de datum op het ontvangstbewijs. [Bijlage 33ter van het van het koninklijk besluit van 8 oktober 1981]

Let op! De Belgische autoriteiten die bevoegd zijn voor de behandeling van visumaanvragen doen er alles aan om deze aanvragen zo snel mogelijk te behandelen. Vanwege het grote aantal visumaanvragen voor studie dat in korte tijd moet worden behandeld, is het echter mogelijk dat de Belgische autoriteiten hun beslissing niet kunnen nemen vóór de datum waarop de cursussen weer beginnen. Het is daarom belangrijk dat visumaanvragen zo snel mogelijk worden ingediend, en in ieder geval ten minste 90 dagen vóór de datum waarop de cursussen weer beginnen.  

[Artikel 61/1/1 van de wet van 15 december 1980] 

De niet-EU-onderdaan wiens aanvraag aanvaard wordt, ontvangt een visum D waarvan de geldigheidsduur afhangt van het type attest dat door de onderwijsinstelling afgegeven wordt.

Attest van inschrijving

De niet-UE-onderdaan die een attest van inschrijving aan een erkende instelling voor hoger onderwijs om voltijds hogere studies of een voorbereidend jaar voor deze studies te volgen, heeft voorgelegd, wordt gemachtigd om op zijn minst een jaar in België te verblijven, tenzij hij niet kan aantonen dat hij beschikt of zal beschikken over een ziektekostenverzekering die alle risico's in België dekt voor de duur van zijn verblijf.     

Bewijs van toelating of van inschrijving voor een toelatingsexamen of een toelatingsproef

De niet-UE-onderdaan die een bewijs van toelating tot de studies of een bewijs van inschrijving voor een toelatingsexamen of een toelatingsproef heeft voorgelegd wordt gemachtigd om voor vier maanden in België te verblijven.

Ten laatste 15 dagen voor het verstrijken van deze machtiging tot verblijf zal hij een attest van inschrijving aan een instelling voor hoger onderwijs, om voltijds hogere studies of een voorbereidend jaar te volgen, moeten voorleggen aan het gemeentebestuur van zijn verblijfplaats.

Geen ziektekostenverzekering

De niet-UE-onderdaan die het bewijs dat hij beschikt of zal beschikken over een ziektekostenverzekering die alle risico's in België voor de duur van zijn verblijf dekt niet bij zijn aanvraag kon voegen wordt gemachtigd om voor vier maanden in België te verblijven, ongeacht het type attest dat voorgelegd wordt. 

Ten laatste 15 dagen voor het verstrijken van deze machtiging tot verblijf zal hij het bewijs dat hij over een ziektekostenverzekering beschikt aan het gemeentebestuur van zijn verblijfplaats moeten voorleggen.

[Artikel 61/1/3 van de wet van 15 december 1980]

De beslissing wordt altijd genomen door de Dienst Vreemdelingenzaken.

De redenen voor weigering zijn de volgende :

  • Er is niet voldaan aan de voorwaarden voor de toekenning van een machtiging tot verblijf in artikel 60 van de wet van 15 december 1980;
  • De niet-UE-onderdaan wordt geacht een bedreiging te vormen voor de openbare orde, de nationale veiligheid of de volksgezondheid;
  • De niet-UE-onderdaan heeft valse of misleidende informatie of valse of vervalste documenten gebruikt of heeft fraude gepleegd of andere onwettige middelen gebruikt die bijdragen tot het verkrijgen van het verblijf;
  • Er is bewijs of er zijn ernstige en objectieve redenen om vast te stellen dat het verblijf andere doeleinden zou dienen dan de studies;
  • De instelling voor hoger onderwijs waar de onderdaan van een derde land is ingeschreven heeft niet voldaan aan haar wettelijke verplichtingen met betrekking tot sociale zekerheid, belastingen, rechten van werknemers of de arbeidsomstandigheden;
  • De instelling voor hoger onderwijs waar de onderdaan van een derde land is ingeschreven, is bestraft wegens zwartwerk of illegale arbeid;
  • De instelling voor hoger onderwijs waar de onderdaan van een derde land is ingeschreven is opgericht of opereert met als voornaamste doel onderdanen van een derde land toegang te verschaffen tot het Rijk;
  • De instelling voor hoger onderwijs waar de onderdaan van een derde land is ingeschreven maakt het voorwerp uit of heeft het voorwerp uitgemaakt van een vereffening of faillissement of er vindt geen economische activiteit plaats.

De niet-UE-onderdaan wiens aanvraag geweigerd wordt, kan een beroep indienen of een nieuwe aanvraag indienen. Hij voegt de documenten die aantonen dat hij zich niet in één van de bovengenoemde gevallen bevindt bij de aanvraag.

De houder van een visum D moet zich binnen de 8 dagen na aankomst in België aanbieden bij het gemeentebestuur van de plaats waar hij verblijft om zich in te schrijven in de registers en een verblijfsvergunning aan te vragen.

[Artikel 102 van het  ]

A-kaart

Indien hij daadwerkelijk op het grondgebied van de gemeente verblijf (positief verblijfplaatsonderzoek) geeft het gemeentebestuur een A-kaart af aan de niet-UE-onderdaan die samen met zijn aanvraag een attest van inschrijving en een ziektekostenverzekering heeft voorgelegd. 

De vermeldingen « Arbeidsmarkt : beperkt » en « Student » worden aangebracht op de kaart.

Deze kaart is één jaar geldig en kan onder bepaalde voorwaarden worden verlengd. (Zie Verlenging van het verblijf)

Attest van immatriculatie

Indien hij daadwerkelijk op het grondgebied van de gemeente verblijft (positief verblijfplaatsonderzoek) geeft het gemeentebestuur een attest van immatriculatie af aan de niet-UE-onderdaan die een bewijs van toelating tot de studies, of een bewijs van inschrijving voor een toelatingsexamen of een toelatingsproef, heeft voorgelegd, en aan de student die samen met zijn aanvraag geen ziektekostenverzekering heeft voorgelegd. 

Vanaf de binnenkomst in België is dit attest van immatriculatie vier maanden geldig.

Ten laatste 15 dagen voor het verstrijken van het attest van immatriculatie zal de niet-UE-onderdaan een bewijs van inschrijving en/of een ziektekostenverzekering moeten voorleggen aan het gemeentebestuur. Indien dit document of deze documenten niet tijdig wordt (worden) voorgelegd wordt een bevel om het grondgebied te verlaten gegeven.  [Bijlage 12 van het koninklijk besluit van 8 oktober 1981]