Lintopdrachten overslaan
Verdergaan naar hoofdinhoud

Aanvraag_om_uitzonderlijk_verblijf

 
Aanvraag om uitzonderlijk verblijf

 

Wettelijke en reglementaire bronnen :

1) Wet van 15.12.1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen (artikel 9bis, artikel 9quater), zoals gewijzigd door de wet van 15 september 2006 tot wijziging van de wet van 15 december 1980 ;
2) Koninklijk besluit van 08.10.1981 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen ;
3) Omzendbrief van 21.06.2007 betreffende de wijzigingen in de reglementering betreffende het verblijf van vreemdelingen tengevolge van de inwerkingtreding van de wet van 15 september 2006 (p. 7 tot 10).

Artikel 9 van de wet van 15.12.1980 bepaalt het volgende: « (…)Behoudens de in een internationaal verdrag, in een wet of in een koninklijk besluit bepaalde afwijkingen, moet deze machtiging [om langer dan de in artikel 6 bepaalde termijn in het Rijk te mogen verblijven] door de vreemdeling aangevraagd worden bij de Belgische diplomatieke of consulaire post die bevoegd is voor zijn verblijfplaats of zijn plaats van oponthoud in het buitenland.»

Artikel 9bis voorziet echter een uitzondering op de door artikel 9 vastgelegde regel, door het volgende te bepalen : « In buitengewone omstandigheden, en op voorwaarde dat de vreemdeling over een identiteitsdocument beschikt, kan de machtiging tot verblijf worden aangevraagd bij de burgemeester van de plaats waar hij verblijft. Deze maakt ze over aan de minister of aan diens gemachtigde. Indien de minister of diens gemachtigde de machtiging tot verblijf toekent, zal de machtiging tot verblijf in België worden afgegeven.»

Een aanvraag voor een machtiging tot verblijf op basis van artikel 9bis MOET worden ingediend bij het gemeentebestuur van de Belgische gemeente waar de vreemdeling verblijft. Er is enkel aan deze voorwaarde voldaan indien de gemeente waar de aanvraag wordt ingediend bevestigt dat de aanvrager effectief op haar grondgebied verblijft. Er zal geen enkel gevolg gegeven worden aan de kopieën van aanvragen die rechtstreeks naar de Dienst Vreemdelingenzaken gestuurd worden.

Voor elke aanvraag moet het gemeentebestuur binnen de tien dagen overgaan tot een onderzoek naar effectief verblijf van de aanvrager op het grondgebied van de gemeente. Indien dit onderzoek een positief resultaat oplevert zal de aanvraag, samen met het bevestigend verslag van verblijf, onverwijld naar de Dienst Vreemdelingenzaken gestuurd worden. Levert het onderzoek een negatief resultaat op, dan zal het gemeentebestuur weigeren de aanvraag in overweging te nemen en zal deze aanvraag niet doorgezonden worden naar de Dienst Vreemdelingenzaken. De weigering tot inoverwegingname zal daarentegen wel meegedeeld worden aan de vreemdeling en aan de Dienst Vreemdelingenzaken.

De aanvragen die door de gemeentebesturen samen met de bevestiging van effectief verblijf aan de Dienst Vreemdelingenzaken worden overgemaakt zullen op hun ontvankelijkheid en, in voorkomend geval, ten gronde worden onderzocht. Zodra een beslissing getroffen wordt zullen de vreemdeling, via het gemeentebestuur of op zijn gekozen woonplaats (de kennisgeving op de gekozen woonplaats wordt voorzien bij artikel 9quater van de wet van 15.12.1980), en zijn advocaat hiervan brievelings op de hoogte worden gebracht.

Op straffe van onontvankelijkheid MOET de aanvraag 9bis vergezeld zijn van kopieën van identiteitsdocumenten. Er wordt enkel rekening gehouden met een internationaal erkend paspoort, een daarmee gelijkgestelde reistitel of een nationale identiteitskaart. Er wordt niet geëist dat deze documenten geldig zijn.

De wet bepaalt overigens het volgende : « De voorwaarde dat de vreemdeling beschikt over een identiteitsdocument is niet van toepassing op :

- de asielzoeker wiens asielaanvraag niet definitief werd afgewezen of die tegen deze beslissing een overeenkomstig artikel 20 van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, toelaatbaar cassatieberoep heeft ingediend en dit tot op het ogenblik waarop een verwerpingsarrest inzake het toegelaten beroep is uitgesproken ;
- de vreemdeling die zijn onmogelijkheid om het vereiste identiteitsdocument te verwerven in België, op geldige wijze aantoont. »

Indien de vreemdeling geen enkel argument vermeldt dat door hem als een buitengewone omstandigheid wordt beschouwd, of indien geen enkel element als dusdanig wordt weerhouden door de Minister of diens gemachtigde, zal de aanvraag onontvankelijk verklaard worden.
Indien een buitengewone omstandigheid wordt aangetoond zal de aanvraag echter ten gronde behandeld worden.

In geval van positieve beslissing zal de vreemdeling in het bezit gesteld worden van een A-kaart (tijdelijk verblijf) of van een B-kaart (verblijf van onbepaalde duur), in functie van de motieven die voor de machtiging tot verblijf weerhouden worden.

Ten slotte kan tegen de betekende beslissingen binnen een periode van 30 dagen (na de betekening) beroep aangetekend worden bij de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen. De regels voor de aantekening van dit beroep worden in elke beslissing gepreciseerd.

Opgelet : deze tekst is niet exhaustief. De teksten onder referte moeten beslist integraal geraadpleegd worden.