Lintopdrachten overslaan
Verdergaan naar hoofdinhoud

Administratieve boeten

Administratieve boeten

2016-12-07

Wettelijke verplichtingen waarvan het niet-naleven tot een administratieve geldboete kan leiden
Onmiddellijke betaling van de administratieve geldboete
Wijze van betaling
Beroep tegen de beslissing van de Dienst Vreemdelingenzaken
Niet-betaling
Wettelijke grondslag

 

Brief naar de Deposito-en Consignatiekas: Voorbeeldbrief voor de Kas / Voorbeeldbrief voor de Kas

 

De Dienst Vreemdelingenzaken kan een administratieve geldboete van 200 EUR opleggen aan de vreemdeling die de volgende wettelijke verplichtingen niet naleeft. Als de overtreder minderjarig is, wordt de geldboete opgelegd aan zijn wettelijke vertegenwoordiger of de natuurlijke persoon of rechtspersoon die met zijn opvoeding en/of onderhoud is belast.

Cumulatie van de geldboeten is mogelijk bij meervoudige inbreuken of als na een eerste geldboete uw inbreuk voortduurt.

De bepalingen met betrekking tot de burgers van de Europese Unie en hun familieleden, hebben ook betrekking op de burgers van de Economische Europese Ruimte en de Zwitsers, alsook op hun familieleden

a) Verplichtingen voor iedere vreemdeling (burgers van de Europese Unie en onderdanen van een derde land)

    •       Aan de buitengrenzen van het Schengengebied, België binnenkomen via een toegelaten doorlaatpost, gedurende de vastgestelde openingstijden.
    •       Aan de buitengrenzen van het Schengengebied, België verlaten via een toegelaten doorlaatpost, gedurende de vastgestelde openingstijden.

De buitengrenzen zijn: de luchthavens van Brussel-Nationaal, Oostende, Deurne, Bierset, Gosselies en Wevelgem, de havens van Antwerpen, Oostende, Zeebrugge, Nieuwpoort, Gent en Blankenberge, het station van Brussel-Zuid (Terminal Eurostar). 

b) Verplichtingen voor een burger van de Europese Unie en zijn familieleden die zelf burger van de Europese Unie zijn:

    •       ­Aan de buitengrenzen, in het bezit zijn van een geldige identiteitskaart of een geldig nationaal paspoort.
    •       In het kader van een kort verblijf (verblijf < 3 maanden), in het bezit zijn van een geldige identiteitskaart of een geldig nationaal paspoort bij zijn verplaatsingen op het grondgebied.
    •       In het kader van een kort verblijf (verblijf < 3 maanden), zijn aanwezigheid melden bij het gemeentebestuur van de verblijfplaats binnen tien dagen na de binnenkomst in België (bijlage 3ter).
    •       In het kader van een lang verblijf (verblijf > 3 maanden), een verklaring van inschrijving aanvragen bij het gemeentebestuur van de verblijfplaats binnen drie maanden na de binnenkomst in België (bijlage 19).

c) Verplichtingen voor de familieleden van een burger van de Europese Unie die zelf geen burger van de Europese Unie zijn:

    •       Aan de buitengrenzen, in het bezit zijn van een geldig nationaal paspoort, zo nodig voorzien van een visum, of van een geldig reistitel waarmee binnenkomst zonder visum mogelijk is.
    •       In het kader van een verblijf van ten hoogste drie maanden, in het bezit zijn van een geldig nationaal paspoort, zo nodig voorzien van een visum, of van een geldig verblijfstitel waarmee binnenkomst zonder visum mogelijk is, bij zijn verplaatsingen op het grondgebied.
    •       In het kader van een kort verblijf (verblijf < 3 maanden), zijn aanwezigheid melden bij het gemeentebestuur van de verblijfplaats binnen tien werkdagen na de binnenkomst in België (bijlage 3ter).
    •       In het kader van een lang verblijf (verblijf > 3 maanden), een verblijfkaart van familielid van burger van de Europese Unie aanvragen bij het gemeentebestuur van de verblijfplaats binnen drie maanden na de binnenkomst in België (bijlage 19ter).
    •       Een verblijfsvergunning tot bewijs van het duurzaam verblijfsrecht aanvragen alvorens de verblijfsvergunning tot bewijs van het verblijf is verstreken (bijlage 22).

 

U moet een administratieve geldboete onmiddellijk betalen, ondanks het feit dat u in beroep gaat. Met andere woorden, in beroep gaan tegen de beslissing van de Dienst Vreemdelingenzaken ontslaat u niet van de betaling van de geldboete.

Als de beslissing van de Dienst Vreemdelingenzaken wordt vernietigd, krijgt u het bedrag van de geldboete terugbetaald.

 

U schrijft bij voorkeur de boete over op de rekening van de Dienst Vreemdelingenzaken. De mededeling die u dient te vermelden wordt meegegeven in de beslissing (bevoegde dienst + Naam Voornaam Geboortedatum van de overtreder).  

Gegevens van de rekening:  
IBAN - BE35 6792 0060 9437                     
BIC - PCHQBEBB

U kunt eveneens de boete overschrijven op rekening van de Deposito-en Consignatiekas (IBAN - BE58 6792 0030 3279). De mededeling die u dient te vermelden: de naam, de voornaam en het geboortedatum van de persoon die de betaling uitvoert. Daarnaast moet de persoon die de betaling uitvoert een brief naar de Kas sturen waarin ze zijn naam, zijn voornaam, zijn adres en zijn rekeningnummer, het bedrag van de storting, de begunstigde van het deposito (Dienst Vreemdelingenzaken – FOD Binnenlandse Zaken) en de reden van het deposito vermeldt. Ze dient ook een kopie van de beslissing van de Dienst Vreemdelingenzaken bij zijn brief te voegen.  

NB: Deze betalingswijze wordt echter niet aangeraden, behalve indien de overtreder de intentie heeft om beroep aan te tekenen tegen de beslissing van de Dienst Vreemdelingenzaken.

Voorbeeldbrief voor de Kas Voorbeeldbrief voor de Kas / Voorbeeldbrief voor de Kas

 

U kan tegen de beslissing van de Dienst Vreemdelingenzaken in beroep gaan bij de rechtbank van eerste aanleg, binnen een maand na de kennisgeving van de beslissing. De rechtbank moet een uitspraak doen binnen een termijn van een maand na de indiening van dit beroep. De wet bepaalt evenwel geen sanctie voor het overschrijden van deze termijn. Indien de rechtbank uw beroep ontvankelijk en gegrond verklaart, wordt het betaalde of geconsigneerde bedrag terugbetaald. 

 

Als u niet betaalt, wordt de beslissing van de Dienst Vreemdelingenzaken ter kennis gebracht van de administratie van het Kadaster, Registratie en Domeinen (FOD Financiën), met het oog op de invordering van de geldboete.

 

-   Artikelen 4bis, 41, 41bis, 42, 42quinquies en 42octies van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen:
­-   Koninklijk besluit van 17 april 2016 betreffende de wijze van betaling van de administratieve geldboeten bedoeld in de artikelen 4bis, 41, 41bis, 42 en 42quinquies van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, de vestiging, het verblijf en de verwijdering van vreemdelingen (BS 14/07/2016);
­-   Omzendbrief van 16/06/2016 betreffende het opleggen van de administratieve geldboeten van 200 euro in het kader van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen (BS 14/07/2016).

 

(update: 07/12/2016 )