Lintopdrachten overslaan
Verdergaan naar hoofdinhoud

De toereikende bestaansmiddelen (Studenten)

De toereikende bestaansmiddelen

07/06/2018

Bedrag

Het minimumbedrag van de bestaansmiddelen waarover een student moet beschikken om de medische kosten, de verblijfskosten, de studiekosten en de repatriëringskosten te dekken wordt elk jaar door middel van een koninklijk besluit geïndexeerd. Voor het academische jaar 2018/2019 bedraagt dit bedrag 654 EUR (netto/maand).

 

Bewijsstukken

Men geeft de voorkeur aan de volgende bewijsstukken :

a) een beurs- of leningsattest dat uitgaat van een internationale organisatie of een nationale overheid, van een Belgische of buitenlandse rechtspersoon die over toereikende middelen beschikt. Het bedrag van deze beurs of lening mag niet lager zijn dan het minimumbedrag waarover een student elke maand moet beschikken. Indien dat nodig is, overlegt u een bewijs van aanvullende middelen.

b) de verbintenis tot tenlasteneming (bijlage 32)

 

Andere bewijsmiddelen

Andere bewijsmiddelen kunnen echter eveneens in aanmerking worden genomen zoals:

a) De storting van een geldsom op een bankrekening van de instelling voor hoger onderwijs waaraan u ingeschreven bent of waar u zich mag inschrijven.

 Bepaalde universiteiten eisen dat de studenten op een bankrekening een som storten die geacht wordt het eerste studiejaar te dekken. Vervolgens wordt deze som, in maandelijkse schijven, teruggestort op de rekening die door de  student na zijn aankomst in België werd geopend. In dit geval overlegt u een door de instelling voor hoger onderwijs opgesteld attest dat betrekking heeft op de storting van de som in kwestie en de storting, in maandelijkse schijven, van een bedrag dat op zijn minst gelijk is aan het bedrag waarover een student moet beschikken (654 EUR).

b) Het bewijs van inkomsten die opgeleverd worden door de uitoefening van een winstgevende activiteit

U mag buiten de uren die normaal gezien gewijd zijn aan de studies een winstgevende activiteit uitoefenen. Bijgevolg moet dit een bijkomende activiteit zijn: de voortzetting van uw studies moet uw hoofdactiviteit zijn.

U moet hoe dan ook aantonen dat deze activiteit een bijkomende activiteit is die tijdens uw vrije tijd wordt uitgeoefend (arbeidscontract) en dat ze op wettelijke wijze wordt uitgeoefend (arbeidskaart, beroepskaart of het bewijs dat u vrijgesteld bent van de verplichting om over een arbeidskaart of een beroepskaart te beschikken).