Lintopdrachten overslaan
Verdergaan naar hoofdinhoud

De_machtiging_tot_verblijf_om_medische_redenen_artikel_9_ter

De machtiging tot verblijf om medische redenen (artikel 9ter)


Wetgeving en reglementaire teksten

 

1. Wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen, zoals vervangen door de wet van 15 september 2006;
2. Wet van 7 juni 2009 (B.S. 03.08.2009) tot wijziging van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen wat het advies van de geneesheer betreft;
3. Wet van 29 december 2010 houdende diverse bepalingen (B.S. 31.12.10)- Artikelen 187 en 188;
4. Wet van 8 januari 2012 (B.S. 06.02.2012) tot wijziging van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen;
5. Wet van 14.12.2015 (B.S. 30.12.2015) tot wijziging van artikelen 9bis en 9ter van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen.
6. Koninklijk besluit van 8 oktober 1981 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en verwijdering van vreemdelingen;
7. Koninklijk besluit van 17 mei 2007 (B.S. 31.05.2007) tot vaststelling van de uitvoeringsmodaliteiten van de wet van 15 september 2006 tot wijziging van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen;
8. Koninklijk besluit van 7 mei 2009 (B.S. 02.06.2009) houdende aanduiding van medische deskundigen;
9. Koninklijk besluit van 24 januari 2011 (B.S. 28.01.2011) tot wijziging van het koninklijk besluit van 17 mei 2007 tot vaststelling van de uitvoeringsmodaliteiten van de wet van 15 september 2006 tot wijziging van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen;
10. Omzendbrief van 21 juni 2007 (B.S. 04.07.2007) betreffende de wijzigingen in de reglementering betreffende het verblijf van vreemdelingen tengevolge van de inwerkingtreding van de wet van 15.09.2006.

 

Procedure

 

De procedure inzake medische regularisatie is erop gericht om werkelijk ernstig zieke vreemdelingen tot het verblijf toe te laten indien hun verwijdering humanitair onaanvaardbare gevolgen zou hebben, m.a.w. indien de zieke op zodanige wijze aan een aandoening lijdt dat deze een reëel risico inhoudt voor zijn leven of fysieke integriteit, of een reëel risico inhoudt op onmenselijke en vernederende behandeling wanneer er geen adequate behandeling is in zijn land van herkomst of het land waar hij verblijft.

De vreemdeling maakt samen met de aanvraag alle nuttige en recente inlichtingen over aangaande zijn ziekte en de mogelijkheden en de toegankelijkheid tot een adequate behandeling in zijn land van herkomst of in het land waar hij verblijft.

Een aanvraag om machtiging tot verblijf op basis van Art 9ter dient door de in België verblijvende vreemdeling rechtstreeks en per aangetekend schrijven bij de Dienst Vreemdelingenzaken te worden ingediend op volgend adres:

Dienst Vreemdelingenzaken
Directie Uitzonderlijk Verblijf – Medische Sectie
Antwerpsesteenweg 59B
1000 Brussel

De wet kent de gemachtigde van de Minister de bevoegdheid toe te oordelen over de ontvankelijkheid van de aanvragen en voorziet dat deze gemachtigde de aanvraag 9ter in volgende gevallen onontvankelijk zal verklaren:

1. indien de vreemdeling zijn aanvraag niet indient per aangetekende brief bij de minister of zijn gemachtigde of wanneer de aanvraag niet het adres van de effectieve verblijfplaats in België bevat;

2. indien, in de aanvraag, de vreemdeling zijn identiteit niet aantoont op de wijze bepaald in Art 9ter § 2 van de wet van 15 december 1980 of wanneer de aanvraag het bewijs voorzien in § 2, derde lid, niet bevat;

3. indien het standaard medisch getuigschrift [1] niet wordt voorgelegd bij de aanvraag of indien het standaard medisch getuigschrift niet beantwoordt aan de voorwaarden voorzien in Art 9ter § 1, vierde lid van de wet van 15 december 1980 (Dit medisch getuigschrift [dat niet ouder is dan drie maanden voorafgaand aan de indiening van de aanvraag getuigschrift] vermeldt de ziekte, haar graad van ernst en de noodzakelijk geachte behandeling);

4. indien de in artikel 9Ter § 1, vijfde lid, vermelde ambtenaar-geneesheer of geneesheer aangewezen door de minister of zijn gemachtigde in een advies vaststelt dat de ziekte kennelijk niet beantwoordt aan een ziekte zoals voorzien in § 1, eerste lid, die aanleiding kan geven tot het bekomen van machtiging tot verblijf in het Rijk;

5. in de gevallen bepaald in artikel 9bis, § 2, 1° tot 3°, of wanneer de ingeroepen elementen ter ondersteuning van de aanvraag tot machtiging tot verblijf in het Rijk reeds werden ingeroepen in het kader van een vorige aanvraag 9Ter (met uitzondering van de elementen die werden aangehaald in het kader van een aanvraag die als onontvankelijk werd beoordeeld op basis van punten 1 tot 3 en met uitzondering van de elementen aangehaald in eerdere aanvragen waarvan afstand werd gedaan).

Indien de vreemdeling niet uitgesloten wordt van het voordeel van Art 9ter (omwille van het feit dat de minister of zijn gemachtigde van oordeel is dat er ernstige redenen zijn om aan te nemen dat de betrokkene handelingen gepleegd heeft bedoeld in artikel 55/4 van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen), en indien de aanvraag 9ter aan alle ontvankelijkheidsvoorwaarden voldoet, geeft de gemachtigde van de Minister de gemeente de instructie de aanvrager onder Attest van Immatriculatie te plaatsen en in te schrijven in het Vreemdelingenregister.

Vanaf 1 maart 2016 wordt enkel nog de laatst ingediende aanvraag 9bis of 9ter behandeld (inwerkingtreding wet 14.12.2015). Concreet betekent dit dat wanneer een vreemdeling na 1 maart 2016 een nieuwe aanvraag 9ter heeft ingediend terwijl nog een andere aanvraag 9ter vooraf bestond en nog hangende [2] is, DVZ enkel de recentste aanvraag zal behandelen. Het indienen van een nieuwe aanvraag impliceert dus dat de aanvrager geacht wordt afstand te doen van de eerdere hangende aanvragen, of deze nu voor of na de invoering van deze wet werden ingediend.

De vreemdeling moet ook in elke nieuwe aanvraag steeds alle elementen aanbrengen die hij nuttig acht voor het doen gelden van zijn aanspraken. Ook gegevens die hij reeds aanbracht bij eerdere hangende aanvragen dienen opnieuw te worden aangehaald indien deze pertinent zijn: het betreft hier een bevestiging van zijn plicht tot naarstigheid.

De beoordeling of de ziekte waaraan de aanvrager lijdt een reëel risico inhoudt voor zijn leven of fysieke integriteit of een reëel risico inhoudt op een onmenselijke of vernederende behandeling wanneer er geen adequate behandeling is in zijn land van herkomst of het land waar hij verblijft, van de mogelijkheden van en van de toegankelijkheid tot behandeling in zijn land van herkomst of het land waar hij verblijft, en van de in het medisch getuigschrift vermelde ziekte, haar graad van ernst en de noodzakelijk geachte behandeling, gebeurt door een ambtenaar-geneesheer of een geneesheer aangeduid door de minister of zijn gemachtigde, die daaromtrent een advies verschaft. Deze geneesheer kan, indien hij dit nodig acht, de vreemdeling onderzoeken en een bijkomend advies inwinnen van deskundigen. De aangeduide arts is volledig onafhankelijk in het opstellen van zijn advies. Na dit advies te hebben ingewonnen neemt de gemachtigde de verblijfsbeslissing ten gronde.

De beslissing wordt via de gemeente of op de gekozen woonplaats betekend (dit laatste volgens de procedure voorzien bij Art 9quater van de wet van 15.12.80). Tegen de betekende beslissing kan de aanvrager binnen de 30 dagen beroep aantekenen bij de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen.

Bij gunstige beslissing ten gronde zal op instructie van de Dienst Vreemdelingenzaken door de gemeente een Bewijs van Inschrijving in het Vreemdelingenregister (A-Kaart) afgeleverd worden voor de duur van één jaar. De machtiging tot verblijf die verstrekt wordt voor beperkte duur op grond van artikel 9ter, wordt van onbeperkte duur (B-Kaart) bij het verstrijken van een periode van vijf jaar nadat de aanvraag tot machtiging werd aangevraagd.

De vreemdeling die gemachtigd werd tot beperkt verblijf op grond van artikel 9ter van de wet, wordt echter geacht niet meer te voldoen aan de aan zijn verblijf gestelde voorwaarden in de zin van artikel 13, § 3, 2°, van de wet, indien de omstandigheden op grond waarvan de machtiging werd verleend, niet langer bestaan, of zodanig zijn gewijzigd dat deze machtiging niet langer nodig is. Er dient hierbij te worden nagegaan of de verandering van deze omstandigheden een voldoende ingrijpend en niet-voorbijgaand karakter hebben.

Opgelet: huidige tekst is niet exhaustief. Het is absoluut noodzakelijk de teksten onder referte integraal te raadplegen.

Zie ook de Rubrieken ‘Nieuws’ (onder Onthaal) en ‘Wetgeving’ (onder Referentie teksten) op de Website van de Dienst Vreemdelingenzaken.

 

Medisch getuigschrift bestemd voor de Directie Uitzonderlijk Verblijf

 

_________


[1] SMG (Standaard Medisch Getuigschrift): zie Koninklijk besluit van 24.01.2011 (B.S. 28.01.2011) tot wijziging van het Koninklijk besluit van 17 mei 2007 tot vaststelling van de uitvoeringsmodaliteiten van de wet van 15 september 2006 tot wijziging van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen.
[2] Door “hangende aanvraag” wordt bedoeld dat omtrent een aanvraag nog geen beslissing werd genomen.