Lintopdrachten overslaan
Verdergaan naar hoofdinhoud

Stabiele, regelmatige en voldoende bestaansmiddelen

 
Bestaansmiddelen van de gezinshereniger

04/09/2018

 

Voldoende bestaansmiddelen

De gezinshereniger moet stabiele, regelmatige en voldoende bestaansmiddelen hebben om in zijn eigen behoeften en in die van zijn gezinsleden te voorzien en te voorkomen dat zij ten laste van de overheid komen (Lees meer: Uitzonderingen). 

De bestaansmiddelen moeten ten minste gelijk zijn aan 120% van het bedrag bedoeld in artikel 14, § 1, 3°, van de wet van 26 mei 2002 betreffende het recht op maatschappelijke integratie, dat wil zeggen 1.505,784 € netto/maand.  

De gezinshereniger die een inkomen heeft dat lager is dan 1.505,784 € netto/maand kan, behalve de documenten die aantonen dat hij over  stabiele, regelmatige en voldoende bestaansmiddelen beschikt, alle documenten voorleggen op basis waarvan de Dienst Vreemdelingenzaken zich een correct beeld kan vormen van zijn financiële toestand, zijn behoeften en de behoeften van zijn gezin (bijvoorbeeld: het huurbedrag als hij huurder is, het bedrag van het alimentatiegeld dat hij ontvangt of betaalt, huurgelden die hij ontvangt als hij onroerende goederen verhuurt, sommige verminderingen toegekend op grond van zijn persoonlijke situatie, allerlei premies, een door zijn bank of de nationale bank afgegeven attest waaruit blijkt dat er geen betalingsachterstand is inzake hypothecair krediet of consumentenkrediet, enzovoort). 

Het feit op zich dat de gezinshereniger geen inkomsten heeft hoger dan 1.505,784 € netto/maand, leidt niet automatisch tot een afwijzing van de visum- of verblijfsaanvraag. De Dienst Vreemdelingenzaken moet immers de globale situatie van de gezinshereniger onderzoeken en bepalen welke bestaansmiddelen hij nodig heeft om in zijn eigen behoeften en in die van zijn gezin te voorzien, zonder ten laste van de overheid te vallen. 

Stabiele en regelmatige bestaansmiddelen

Opdat de Dienst Vreemdelingenzaken de stabiliteit en de regelmatigheid zijn inkomsten kan evalueren, legt de gezinshereniger bewijsstukken voor die een voldoende lange referentieperiode dekken (idealiter de 12 maanden die aan de aanvraag voorafgaan, en zelfs langer wanneer het gaat om zelfstandigen).

Als de gezinshereniger werknemer is, kan hij een arbeidsovereenkomst, loonfiches, het laatste aanslagbiljet van de FOD Financiën, of het attest van de FOD Financiën van de toekomstige belastingen, rekeninguittreksels, een pensioenfiche, en alle documenten die de gezinshereniger nuttig vindt voor het onderzoek van de aanvraag voorleggen.

Als de gezinshereniger zelfstandige is, kan hij onder andere het laatste aanslagbiljet van de FOD Financiën, of het attest van de FOD Financiën van de toekomstige belastingen, loonfiches van bedrijfsleider (bijvoorbeeld loonfiche 281.20 met ontvangstbewijs van de FOD Financiën), het bewijs dat de gezinshereniger in orde is met de sociale zekerheidsbijdragen, het bedrag van de bedrijfsvoorheffing of de vrijstelling van deze betaling, en ook alle documenten die bij de berekening van deze belasting kunnen dienen, rekeninguittreksels, en alle documenten die de gezinshereniger nuttig vindt voor het onderzoek van de aanvraag voorleggen. Aangezien er enige tijd kan overgaan tussen het laatste aanslagbiljet en de indiening van de aanvraag tot gezinshereniging, wordt de gezinshereniger aangeraden eveneens alle andere documenten voor te leggen die zijn huidige bestaansmiddelen en de continuïteit van zijn beroepsactiviteiten kunnen aantonen (bij voorbeeld: jaarrekening, betaling van de sociale bijdragen, attesten van de boekhouder, loonstaten, bankrekeninguittreksels, …).

De werkloosheidsuitkeringen kunnen in rekening worden gebracht indien de gezinshereniger bewijst dat hij actief werk zoekt. Hij legt dus elk document voor dat zijn actief zoeken naar werk aantoont, of het bewijs dat hij is vrijgesteld van het actief zoeken naar werk.

De inkomsten uit uitzendwerk na een periode van werkloosheid kunnen ook in aanmerking worden genomen. Ze worden ook in aanmerking genomen indien dit uitzendwerk ononderbroken sinds ten minste 1 jaar is uitgeoefend en de gezinshereniger een inkomen van ten minste 1.505,784 € netto/maand oplevert.

Let op: 

Met sommige inkomsten uit aanvullende stelsels, zoals het leefloon en de aanvullende kinderbijslag, financiële maatschappelijke bijstand (OCMW),  kinderbijslag,  wachtuitkering, overgangsuitkering, inkomensvervangende tegemoetkoming en integratietegemoetkoming ontvangen door een persoon met een handicap, inkomsten uit een arbeidsovereenkomst ondertekend op grond van artikel 60, § 7, van de organieke wet betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn van 8 juli 1976, en verbintenis tot tenlasteneming aangegaan ten voordele van een student (bijlage 32) worden geen rekening houden.

 

Uitzonderingen:

1) De gezinshereniger die is gemachtigd tot het onbeperkt verblijf in België sinds ten minste 12 maanden (kaart B, C, D, F of F+) moet niet bewijzen dat hij stabiele, regelmatige en voldoende bestaansmiddelen heeft wanneer de aanvrager (a) zijn kind is, het kind van zijn echtgenoot, het kind van de vreemdeling met wie hij verbonden is door een partnerschap dat als gelijkwaardig aan een huwelijk in België wordt beschouwd, of een gemeenschappelijk kind, (b) bij hem komt wonen alvorens 18 jaar te zijn, (c) ongehuwd is, en (d) de enige is die zich bij hem komt voegen (d.w.z. de andere ouder vraagt niet terzelfdertijd de gezinshereniging aan).

2) Een Belgische gezinshereniger moet niet bewijzen dat hij stabiele, regelmatige en voldoende bestaansmiddelen heeft wanneer de aanvrager (a) zijn kind is, het kind van zijn echtgenoot, het kind van de vreemdeling met wie hij verbonden is door een partnerschap dat als gelijkwaardig aan een huwelijk in België wordt beschouwd, of een gemeenschappelijk kind, (b) bij hem komt wonen alvorens 18 jaar te zijn, en (c) de enige is die zich bij de gezinshereniger komt voegen (d.w.z. de andere ouder vraagt niet terzelfdertijd de gezinshereniging aan). Maar:

  • Als de aanvrager tussen 18 en 21 jaar oud is, moet de Belgische gezinshereniger aantonen dat hij bestaansmiddelen heeft;
  • Als de aanvrager ouder is dan 21 jaar, moet hij aantonen dat hij ten laste is van de Belgische gezinshereniger en moet de Belgische gezinshereniger aantonen dat hij bestaansmiddelen heeft;
  • Als de aanvrager een kind is van de partner (wettelijk geregistreerd partnerschap) van de Belgische gezinshereniger, moet de Belgische gezinshereniger aantonen dat hij bestaansmiddelen heeft.