Lintopdrachten overslaan
Verdergaan naar hoofdinhoud
Hogere studies of het voorbereidend jaar op het hoger onderwijs

08/10/2018

Principe

De algemene regel is dat de machtiging om langer dan 3 maanden in België te verblijven toegekend wordt aan de buitenlandse student die er hogere studies of een voorbereidend jaar op het hoger onderwijs wil volgen, in de hoedanigheid van regelmatige leerling in een door de overheid georganiseerde, erkende of gesubsidieerde onderwijsinstelling , indien deze student:

  •  zijn hoedanigheid van regelmatige leerling bewijst in een door de overheid georganiseerde, erkende of gesubsidieerde instelling voor hoger onderwijs ;
  • bewijst dat hij over toereikende bestaansmiddelen beschikt ;
  • bewijst dat hij niet lijdt aan een van de ziekten die de volksgezondheid in gevaar kunnen brengen ;
  • indien hij ouder is dan 21 jaar een document overlegt waaruit blijkt dat hij niet veroordeeld is geweest wegens misdaden en wanbedrijven van gemeen recht.

Enkele preciseringen  

Regelmatige student :

De inschrijvingen als vrije student, als toehoorder, of de inschrijvingen voor afzonderlijke cursussen worden niet in aanmerking genomen. Een onderwijs met beperkt uurrooster kan daarentegen wel in aanmerking genomen worden wanneer de vreemdeling bewijst dat dit onderwijs zijn hoofdbezigheid en de voorbereiding of de aanvulling van een onderwijs met volledig leerplan zal uitmaken.  In dit geval wordt aan het dossier een uitvoerig studieplan en een motiveringsbrief toegevoegd.

Het attest van inschrijving :

Drie soorten van attesten komen in aanmerking:

  • een attest van inschrijving als regelmatig student voor een leerplan van universitair of niet-universitair hoger onderwijs ;
  • een attest van toelating tot of voorinschrijving voor een leerplan van universitair of niet-universitair hoger onderwijs. Dit document moet vermelden onder welke voorwaarden de student nadien zijn definitieve inschrijving kan verkrijgen ;
  • een attest van inschrijving voor een toelatingsexamen (de test of een aantal tests waarin men moet slagen om te mogen inschrijven).

Het voorbereidend jaar op het hoger onderwijs :

Dit wil zeggen :

  • het zevende jaar van het secundair onderwijs dat voorbereidt op het hoger onderwijs. Anders gezegd een studiejaar dat specifiek is bedoeld om de student op het hoger onderwijs voor te bereiden, namelijk door het vervolledigen van zijn kennis in een of meerdere welbepaalde vakken ;
  • een jaar taalonderwijs (Nederlands – Frans – Duits) gevolgd in een door de overheid georganiseerde, erkende of gesubsidieerde onderwijsinstelling, op voorwaarde dat dit jaar voorbereidt op hoger onderwijs.

Waar de aanvraag voor de machtiging tot verblijf indienen?

U bent in het buitenland : Klik voor meer informatie op procedure die moet worden gevolgd

U bent in België : Klik voor meer informatie op procedure die moet worden gevolgd

Verlenging van de verblijfstitel

Sinds 27/05/2018 dient de student ten laatste 15 dagen voor het vervallen van zijn verblijfsvergunning de aanvraag in te dienen. Een aanvraag om een afspraak te bekomen wordt ook aanzien als het aanvragen van een verblijfsvergunning.

Volgende documenten dienen steeds bij de aanvraag tot verlenging worden voorgelegd:

  • geldig paspoort ;
  • bewijs van voldoende bestaansmiddelen conform art. 60 van de wet van 15/12/1980 ;
  • bewijs van inschrijving aan een onderwijsinstelling
  • bewijs van een ziektekostenverzekering die alle risico's in België dekt,  ofwel een privé-verzekering, ofwel een inschrijving bij een erkende mutualiteit. (NIEUW !)
  • het standaardformulier .docx / .pdf ingevuld door de onderwijsinstelling. (NIEUW !) 
  • een puntenlijst met behaalde credits toe te voegen. (aanbeveling)

Vraagt de student zijn of haar verlenging van de verblijfsvergunning niet uiterlijk 15 dagen voor de vervaldatum van de verblijfsvergunning, dan verklaart het gemeentebestuur de aanvraag onontvankelijk via de nieuwe bijlage 29 bij het K.B. van 08/10/1981.

Indien de student niet alle documenten voorlegt, dan nodigt de gemeente hem schriftelijk uit om binnen de 15 dagen de nodige documenten binnen te brengen.

Worden de ontbrekende documenten niet binnen de 15 dagen voorgelegd, dan verklaart het  gemeentebestuur de aanvraag onontvankelijk via de nieuwe bijlage 29 bij het K.B. van 08/10/1981.

Wanneer de vreemdeling zijn aanvraag tot vernieuwing 15 dagen voor het verstrijken van zijn verblijfstitel ingediend heef, maar de DVZ niet voor het einde van de geldigheidsdatum een beslissing neemt, stelt de gemeente hem in het bezit van een bijlage 15 (K.B. 08/10/1981), 45 dagen geldig. Deze bijlage kan tweemaal verlengd worden met eenzelfde periode (2*45 dagen).

Indien een aanvraag onontvankelijk werd verklaard en de verblijfsvergunning is intussen verstreken, dan zal de vreemdeling een nieuwe machtiging moeten aanvragen door het bewijzen van buitengewone omstandigheden conform art. 9 bis met betaling van de bijdrage.

Uw verblijf verlengen na het beëindigen van studies of onderzoeker

De richtlijn 2016/801 betreffende de voorwaarden voor toegang en verblijf van derdelanders met het oog op onderzoek, studie, stages, vrijwilligerswerk, scholierenuitwisseling, educatieve projecten of au-pairactiviteiten werd nog niet omgezet naar Belgische wetgeving.

Art. 25 van de richtlijn 2016/801, die een directe werking heeft, voorziet in een verlengd verblijf indien uw studies zijn voltooid. Dit verlengd verblijf heeft de mogelijkheid om werk te zoeken of een bedrijf op te richten.

De volgende voorwaarden zijn van toepassing :

  • In het afgelopen (academie)jaar een erkend diploma behaald hebben in België van minstens een bachelor-niveau ;
  • Indien het onderzoek werd afgerond: bewijs dat het onderzoek werd voltooid ;
  • Voorleggen van het bewijs van stabiele en voldoende bestaansmiddelen om te voorzien in de eigen behoeften. Deze bestaansmiddelen kunnen onder andere bewezen worden door een bankattest of bankafschriften van de betrokkene. Het referentiebedrag werd vastgelegd op minstens 8000 euro.  (dit wil zeggen het bedrag dat een student dient te hebben x12 maanden) ;
  • U dient werk te vinden in overeenstemming met het niveau van de afgeronde studie of onderzoek ;
  • U mag op geen enkel ogenblik ten laste vallen van de Belgische overheid.

Na 3 maanden kan de Dienst Vreemdelingenzaken vragen om aan te tonen dat u een reële kans maakt om te worden aangeworven of een bedrijf te beginnen.

 

Tijdelijke procedure in afwachting van de omzetting van de richtlijn:

U dient voor het verstrijken van uw verblijfsvergunning een aanvraag in te dienen conform art. 9 bis van de wet van 15/12/1980.

Het bewijs van rolrecht moet betaald worden (350 euro) en daarbij voegt u ook het bewijs van voldoende bestaansmiddelen en het bewijs dat u recent uw erkend diploma hebt behaald of het onderzoek hebt afgerond.

Indien de aanvraag positief wordt beoordeeld door de Dienst Vreemdelingenzaken, wordt u in het bezit gesteld van een tijdelijke verblijfsvergunning van 12 maanden.

Opgelet: deze verblijfsvergunning heeft geen recht op werken in België !

Einde van het verblijf

De Minister kan de student het bevel geven om het grondgebied te verlaten :

1° wanneer hij, rekening houdend met de resultaten, zijn studies op overdreven wijze verlengt;
2° wanneer hij een winstgevende bedrijvigheid uitoefent die de normale voortzetting van zijn studies kennelijk hindert;
3° wanneer hij zich zonder geldige reden niet aanmeldt voor de examens. 

De Minister of zijn gemachtigde kan de student het bevel geven om het grondgebied te verlaten :

1° wanneer hij na afloop van zijn studies zijn verblijf verlengt en niet meer in het bezit is van een regelmatig verblijfsdocument;
2° wanneer hij geen bewijs meer aanbrengt dat hij over voldoende middelen van bestaan beschikt;
3° wanneer hij zelf of een lid van zijn gezin bedoeld in (artikel 10bis, § 1), dat met hem samenleeft, financiële steun genoten heeft, verleend door een openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn, waarvan het totaalbedrag, berekend over een periode van twaalf maanden die voorafgaan aan de maand waarin het bevel om het grondgebied te verlaten genomen wordt, meer dan het drievoudige bedraagt van het maandelijks bedrag van het bestaansminimum, vastgesteld overeenkomstig artikel 2, § 1, van de wet van 7 augustus 1974 tot instelling van het recht op het bestaansminimum en voor zover die hulp niet werd terugbetaald binnen zes maanden na de uitkering van de laatste maandelijkse hulp.

Gezinsleden

Meer info met betrekking tot de te volgen procedures, de voorwaarden en de voor te leggen documenten vindt u in de rubriek Gezinshereniging.

Basisteksten

  • Wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen
  • Koninklijk besluit van 8 oktober 1981 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen
  • Koninklijk besluit van 23 april 2018 tot wijziging van artikelen 101 en 103/2 en tot vervanging van de bijlage 29 van het koninklijk besluit van 8 oktober 1981 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen, BS 17 mei 2018.
  • Ministerieel besluit van 14 juni 2018 tot vaststelling van het standaardformulier zoals bedoeld in artikel 101, § 2, 5° van het koninklijk besluit van 8 oktober 1981 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen, BS 26 juni 2018.