Lintopdrachten overslaan
Verdergaan naar hoofdinhoud

Kinderrechtencomité

Kinderrechtencomité


​​Op 27 september heeft het Kinderrechtencomité ten aanzien van België haar vaststellingen meegedeeld in een dossier betreffende de afgifte van een machtiging tot voorlopig verblijf aan een kind opgevangen in Marokko in het kader van een kafala teneinde met zijn voogden in België te komen leven.

Het Comité oordeelt dat België de artikelen 3 (rekening houden met de belangen van het kind op een concrete wijze), 10 (verplichting om de aanvraag voor gezinshereniging te behandelen met welwillendheid, menselijkheid en spoed) en 12 (recht van het kind om gehoord te worden) van het Kinderrechtenverdrag heeft geschonden.

Het Comité stelt met name dat artikel 10 van dit Verdrag de betrokken lidstaat niet verplicht om het recht op gezinshereniging te erkennen aan kinderen onder de hoede genomen in het kader van een kafala maar dat ze de bestaande banden die zich hebben ontwikkeld op grond van deze kafala tussen het kind en zijn voogd(en) in rekening moet brengen wanneer de belangen van het kind worden onderzocht tijdens het onderzoek van een aanvraag om machtiging tot verblijf.