Lintopdrachten overslaan
Verdergaan naar hoofdinhoud

Studeren_in_een_prive_instelling_voor_hoger_onderwijs

Privé-instelling voor hoger onderwijs

Studeren in een privé-instelling voor hoger onderwijs

Principe

De machtiging om voorlopig in België te verblijven kan worden verleend aan de buitenlandse student die er een opleiding wil volgen in een privé-instelling voor hoger onderwijs.

De inschrijvingen als vrije student, als toehoorder, of de inschrijvingen voor afzonderlijke cursussen worden niet in aanmerking genomen.

Een onderwijs met beperkt uurrooster kan daarentegen wel in aanmerking genomen worden wanneer de vreemdeling bewijst dat dit onderwijs zijn hoofdbezigheid en de voorbereiding of de aanvulling van een onderwijs met volledig leerplan zal uitmaken. In dit geval wordt aan het dossier een uitvoerig studieplan en een motiveringsbrief toegevoegd.

Waar de aanvraag voor de machtiging tot verblijf indienen?

Student is in het buitenland : procedure die moet worden gevolgd

Student is in België : procedure die moet worden gevolgd

Verlenging van de verblijfstitel

De student dient ten laatste 15 dagen voor het vervallen van zijn verblijfsvergunning de aanvraag in te dienen. Een aanvraag om een afspraak te bekomen wordt ook aanzien als een aanvraag to verlenging.

Volgende documenten dienen steeds bij de aanvraag tot verlenging worden voorgelegd:

  • Geldig paspoort
  • Bewijs van voldoende bestaansmiddelen conform art. 60 van de wet van 15/12/1980.
  • Bewijs van inschrijving aan een onderwijsinstelling
  • Bewijs van een ziektekostenverzekering die alle risico's in België dekt,  ofwel een privé-verzekering, ofwel een inschrijving bij een erkende mutualiteit
  • Standaardformulier ingevuld door de onderwijsinstelling. .docx / .pdf

+ Een puntenlijst met behaalde credits toe te voegen. (aanbevelling) 

Vraagt de student zijn verlenging van de verblijfsvergunning niet uiterlijk 15 dagen voor de vervaldatum van de verblijfsvergunning, dan verklaart het gemeentebestuur de aanvraag onontvankelijk (bijlage 29 bij het K.B. van 08/10/1981).

Indien de student niet alle documenten voorlegt, dan nodigt de gemeente hem schriftelijk uit om binnen de 15 dagen de nodige documenten binnen te brengen.

Worden de ontbrekende documenten niet binnen de 15 dagen voorgelegd, dan verklaart het  gemeentebestuur de aanvraag onontvankelijk (bijlage 29 bij het K.B. van 08/10/1981).

Wanneer de vreemdeling zijn aanvraag tot vernieuwing 15 dagen voor het verstrijken van zijn verblijfstitel ingediend heef, maar de DVZ niet voor het einde van de geldigheidsdatum een beslissing neemt, stelt de gemeente hem in het bezit van een bijlage 15 (K.B. 08/10/1981), 45 dagen geldig. Deze bijlage kan tweemaal verlengd worden met eenzelfde periode (2*45 dagen).

Indien een aanvraag onontvankelijk werd verklaard en de verblijfsvergunning is intussen verstreken, dan zal de student een nieuwe machtiging moeten aanvragen door het bewijzen van buitengewone omstandigheden conform art. 9 bis met betaling van de bijdrage.

Einde van het verblijf

De Minister kan de student het bevel geven om het grondgebied te verlaten :

  • wanneer hij, rekening houdend met de resultaten, zijn studies op overdreven wijze verlengt;
  • wanneer hij een winstgevende bedrijvigheid uitoefent die de normale voortzetting van zijn studies kennelijk hindert;
  • wanneer hij zich zonder geldige reden niet aanmeldt voor de examens. 

De Minister of DVZ kan de student het bevel geven om het grondgebied te verlaten :

  • wanneer hij na afloop van zijn studies zijn verblijf verlengt en niet meer in het bezit is van een regelmatig verblijfsdocument;
  • wanneer hij geen bewijs meer aanbrengt dat hij over voldoende middelen van bestaan beschikt;
  • wanneer hij zelf of een lid van zijn gezin bedoeld in (artikel 10bis, § 1), dat met hem samenleeft, financiële steun genoten heeft, verleend door een openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn, waarvan het totaalbedrag, berekend over een periode van twaalf maanden die voorafgaan aan de maand waarin het bevel om het grondgebied te verlaten genomen wordt, meer dan het drievoudige bedraagt van het maandelijks bedrag van het bestaansminimum, vastgesteld overeenkomstig artikel 2, § 1, van de wet van 7 augustus 1974 tot instelling van het recht op het bestaansminimum en voor zover die hulp niet werd terugbetaald binnen zes maanden na de uitkering van de laatste maandelijkse hulp.

 

Basisteksen

  • Wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen
  • Koninklijk besluit van 8 oktober 1981 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen
  • Koninklijk besluit van 23 april 2018 tot wijziging van artikelen 101 en 103/2 en tot vervanging van de bijlage 29 van het koninklijk besluit van 8 oktober 1981 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen, BS 17 mei 2018.
  • Ministerieel besluit van 14 juni 2018 tot vaststelling van het standaardformulier zoals bedoeld in artikel 101, § 2, 5° van het koninklijk besluit van 8 oktober 1981 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen, BS 26 juni 2018.