Lintopdrachten overslaan
Verdergaan naar hoofdinhoud

beroepsmiddelen

 
De Beroepsmiddelen

 

1. U kunt tegen een beslissing tot weigering van een visum in beroep gaan. Dit beroep wordt ingesteld tegen de Schengenstaat die de beslissing heeft genomen krachtens zijn wetgeving.

Als de beslissing tot weigering door België is genomen, vordert u de schorsing en/of stelt u een beroep tot nietigverklaring in bij de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen, krachtens de artikelen 39/82 en 39/2, § 2, van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen.

Als u de schorsing van de tenuitvoerlegging vordert, kunt u kiezen voor een schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid of voor een gewone schorsing.

2. Behalve in het geval van uiterst dringende noodzakelijkheid, moeten de vordering tot schorsing en het beroep tot nietigverklaring met één en dezelfde akte worden ingesteld.

In het opschrift van het verzoekschrift moet worden vermeld dat ofwel een beroep tot nietigverklaring, ofwel een vordering tot schorsing en een beroep tot nietigverklaring wordt ingesteld. Als aan deze formaliteit niet is voldaan, wordt het verzoekschrift geacht enkel een beroep tot nietigverklaring te bevatten (artikel 39/82, § 3).

3. Onverminderd de andere wettelijke en reglementaire bepalingen, worden de vordering tot schorsing en het beroep tot nietigverklaring ingesteld bij verzoekschrift binnen dertig dagen (30) na de kennisgeving van de beslissing (artikel 39/57). Dit verzoekschrift moet voldoen aan de voorwaarden van artikel 39/78 van de wet en van artikel 32 van de procedureregeling van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen.

4. De vordering tot schorsing en het beroep tot nietigverklaring worden ingediend met een  aangetekende brief, onder voorbehoud van de afwijkingen die zijn bepaald in artikel 3, § 1, 2e en 4e lid, van de zo-even vermelde procedureregeling, gericht aan de Eerste Voorzitter van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen, Gaucheretstraat 92-94, 1030 Brussel.

5. Onder voorbehoud van de toepassing van artikel 39/79 van de wet, heeft het instellen van een beroep tot nietigverklaring en een vordering tot schorsing niet tot gevolg dat de uitvoering van de maatregel in kwestie wordt opgeschort.