Lintopdrachten overslaan
Verdergaan naar hoofdinhoud
 


Visum met het oog op een gezinshereniging (visum D)

Momenteel is de behandelingstermijn van een visum met het oog op een gezinshereniging door de Dienst Vreemdelingenzaken quasi gelijk aan de termijn die vastgelegd werd door de wet van 15/12/1980 (zie hieronder).

 

Visum D met het oog op een gezinshereniging met een vreemdeling die houder is van een A-, B-, C-, F- of F+-kaart :

De Dienst Vreemdelingenzaken moet binnen een termijn van 9 maanden, vanaf de datum die vermeld wordt op het door de post afgegeven attest van indiening (bijlage 15quinquies van het koninklijk besluit van 08/10/1980), een beslissing nemen.

De Dienst kan deze onderzoekstermijn echter twee keer verlengen (3 maanden). In dit geval stelt de post de aanvrager in kennis van de beslissing en deelt hem de reden van de verlenging mee.

Indien de Dienst geen beslissing neemt binnen de wettelijke termijn (9, 12 of 15 maanden) moet hij de afgifte van het visum toestaan. 

NB : indien u geen attest van indiening ontvangen heeft (onvolledig dossier) moet de Dienst geen beslissing nemen binnen deze termijn.

 

Visum D met het oog op een gezinshereniging met een vreemdeling die houder is van een H-kaart :

De Dienst Vreemdelingenzaken moet binnen een termijn van 4 maanden, vanaf de datum die vermeld wordt op het door de post afgegeven attest van indiening (bijlage 15quinquies van het koninklijk besluit van 08/10/1980), een beslissing nemen.

De Dienst kan deze onderzoekstermijn echter een keer verlengen (3 maanden). In dit geval stelt de post de aanvrager in kennis van de beslissing en deelt hem de reden van de verlenging mee.

Indien de Dienst geen beslissing neemt binnen de wettelijke termijn (4 of 7 maanden) moet hij de afgifte van het visum toestaan.

NB : indien u geen attest van indiening ontvangen heeft (onvolledig dossier) moet de Dienst geen beslissing nemen binnen deze termijn.

 

Visum D met het oog op een gezinshereniging met een vreemdeling die houder is van een D-kaart :

De Dienst Vreemdelingenzaken moet binnen een termijn van 4 maanden, vanaf de datum die vermeld wordt op het door de post afgegeven attest van indiening (bijlage 15quinquies van het koninklijk besluit van 08/10/1980), een beslissing nemen.

De Dienst kan deze onderzoekstermijn echter een keer verlengen (3 maanden). In dit geval stelt de post de aanvrager in kennis van de beslissing en deelt hem de reden van de verlenging mee.

Indien de Dienst geen beslissing neemt binnen de wettelijke termijn (4 of 7 maanden) moet hij de afgifte van het visum toestaan.

NB : indien u geen attest van indiening ontvangen heeft (onvolledig dossier) moet de Dienst geen beslissing nemen binnen deze termijn.

 

Visum D met het oog op een gezinshereniging met een Belg :

De Belgische diplomatieke en consulaire posten kunnen een visum D afgeven zonder de  Dienst Vreemdelingenzaken te raadplegen, indien de voorwaarden voor een gezinshereniging vervuld zijn.

Indien de voorwaarden niet vervuld zijn, moeten de posten de visumaanvraag naar de Dienst sturen.

De Dienst moet binnen een termijn van 6 maanden, vanaf de datum waarop de aanvrager zijn dossier heeft ingediend, een beslissing nemen.

Indien de Dienst geen beslissing neemt binnen de wettelijke termijn (6 maanden) moet hij de afgifte van het visum toestaan.

NB : dit punt is niet van toepassing wanneer de Belg zijn recht op vrij verkeer uitoefent.

 

Visum C met het oog op de begeleiding of de vervoeging van een burger van de Europese Unie of een burger van de Economische Ruimte, of een Zwitser, of een Belg die zijn recht op vrij verkeer uitoefent:

De visumaanvraag van een familielid van een door de richtlijn 2004/38/EG bedoelde persoon moet zo snel mogelijk, en in het kader van een versnelde procedure [artikel 5.2. van de richtlijn], worden onderzocht. 

De Belgische diplomatieke en consulaire posten kunnen een visum C afgeven zonder de Dienst Vreemdelingenzaken te raadplegen, indien de aanvrager aantoont dat hij bedoeld wordt door de richtlijn. In de meeste gevallen wordt dit visum binnen de 15 dagen na de indiening van de visumaanvraag afgegeven.

Indien de aanvrager niet aantoont dat hij bedoeld wordt door de richtlijn moeten de posten de visumaanvraag naar de Dienst sturen. In dit geval is de behandelingstermijn langer (6 maanden, vanaf de ontvangst van de visumaanvraag).