De gezinshereniger is een burger van de Europese Unie of van een geassocieerd land en de persoon die de gezinshereniging aanvraagt, is een onderdaan van een derde land

[Artikel 40bis en 47/1 van de wet van 15 december 1980]

Het verzoek tot gezinshereniging mag in België worden ingediend.

De procedure verloopt als volgt:

Het familielid moet zijn verzoek tot gezinshereniging indienen bij het gemeentebestuur van de plaats waar hij verblijft.  

Het gemeentebestuur overhandigt hem een aanvraag voor een verblijfskaart van een familielid (bijlage 19ter), na voorlegging van het bewijs dat hij een familielid is van een burger van de Europese Unie of van een gelijkgesteld land (IJsland, Liechtenstein, Noorwegen, Zwitserland).

Indien de verzoeker in de gemeente verblijft (positief verblijfplaatsonderzoek), overhandigt het gemeentebestuur hem een attest van immatriculatie dat, vanaf de op de bijlage 19ter vermelde datum, zes maanden geldig is.

Indien de verzoeker niet in de gemeente verblijft (negatief verblijfplaatsonderzoek) betekent het gemeentebestuur een beslissing tot weigering van verblijf van meer dan drie maanden met bevel om het grondgebied te verlaten (bijlage 20). De procedure wordt beëindigd.

De verzoeker moet het bewijs dat hij aan de voorwaarden voor een gezinshereniging voldoet binnen een termijn van drie maanden, vanaf de op de bijlage 19ter vermelde datum, voorleggen.

Indien de documenten binnen de termijn worden voorgelegd, stuurt het gemeentebestuur het dossier naar de Dienst Vreemdelingenzaken.

Indien de documenten niet binnen de termijn worden voorgelegd, betekent het gemeentebestuur een beslissing tot weigering van verblijf van meer dan drie maanden met bevel om het grondgebied te verlaten (bijlage 20). De procedure wordt beëindigd.

Goede praktijk:

Alle documenten voorleggen wanneer het verzoek wordt ingediend.

De Dienst Vreemdelingenzaken moet zijn beslissing binnen een termijn van zes maanden, vanaf de op de bijlage 19ter vermelde datum, nemen. 

Indien de Dienst Vreemdelingenzaken het verzoek aanvaardt, overhandigt het gemeentebestuur een F-kaart aan het familielid.

Indien de Dienst Vreemdelingenzaken het verzoek weigert, betekent het gemeentebestuur een beslissing tot weigering van verblijf van meer dan drie maanden met bevel om het grondgebied te verlaten (bijlage 20). De procedure wordt beëindigd.