Richtbedragen voor kort verblijf

Door de nationale autoriteiten vastgestelde referentiebedragen voor de overschrijding van de buitengrenzen.

In de wet is bepaald dat de beschikbaarheid van voldoende middelen van bestaan dient te worden aangetoond.

De bestuurlijke praktijk is de volgende:

a) bij een particulier verblijvende vreemdeling

Het bewijs van voldoende middelen van bestaan kan worden geleverd door middel van een toezegging tot tenlasteneming, welke door de in België woonachtige gastheer van de vreemdeling is ondertekend en door het gemeentebestuur van zijn woonplaats is gelegaliseerd.

De toezegging tot tenlasteneming heeft betrekking op de verblijfskosten en de kosten voor gezondheidszorg, logiesverstrekking en teruggeleiding van de vreemdeling, indien deze daar zelf niet toe in staat zou zijn, teneinde te voorkomen dat deze kosten door de overheid dienen te worden gedragen. De toezegging dient door een kredietwaardig persoon te zijn ondertekend en, indien het om een vreemdeling gaat, vergezeld te zijn van een verblijfs- of vestigingstitel.

Zo nodig kan de vreemdeling tevens worden verzocht, bewijs te leveren van persoonlijke middelen.

Indien de betrokkene over generlei financiële middelen beschikt, moet hij voor elke dag van het voorgenomen verblijf over ca. 45 EUR kunnen beschikken.

b) in een hotel verblijvende vreemdeling

Indien de vreemdeling het bestaan van enigerlei financiële middelen niet kan bewijzen, moet hij voor elke dag van het voorgenomen verblijf over ca. 95 EUR kunnen beschikken.

Bovendien dient de betrokkene in het merendeel der gevallen een reisticket (vliegtuigticket) over te leggen, waarmee hij naar zijn land van origine of zijn land van woonplaats kan terugkeren.

Het bewijs van voldoende middelen van bestaan wordt geleverd door één of meerdere van de volgende middelen :

  • Een toezegging tot tenlasteneming, welke door de in België woonachtige gastheer van de vreemdeling is ondertekend en door het gemeentebestuur van zijn woonplaats is gelegaliseerd. De toezegging tot tenlasteneming heeft betrekking op de verblijfskosten en de kosten voor gezondheidszorg, logiesverstrekking en teruggeleiding van de vreemdeling, indien deze daar zelf niet toe in staat zou zijn, teneinde te voorkomen dat deze kosten door de overheid dienen te worden gedragen. De toezegging dient door een  kredietwaardig persoon te zijn ondertekend en, indien het om een vreemdeling gaat, vergezeld te zijn van een verblijfs- of vestigingstitel. 
  • Cash geld
  • Bank- , krediet- of prepaidkaart waarmee betrokkene zelf in België op een legale wijze liquide middelen kan afhalen.

Bovendien dient de betrokkene in het merendeel der gevallen een terugkeerticket te kunnen voorleggen waarmee hij naar zijn land van origine of zijn land van woonplaats terugreist, of in voorkomend geval een doorreisticket naar een Extra-Schengen bestemming te kunnen voorleggen.

Verbintenis tot tenlasteneming

In overeenstemming met artikel 19, punt 5, van de Instructie inzake de voorwaarden en procedures voor de afgifte van visa, goedgekeurd bij Decreet nr. 97 van de Ministerraad van 11 mei 2002, dient elke vreemdeling die een aanvraag voor een Bulgaars inreisvisum indient, aan te tonen dat hij beschikt over middelen van bestaan ten belope van ten minste 50 euro per dag, doch niet minder dan 500 euro in totaal. Over dit bedrag dient de vreemdeling ook te kunnen beschikken bij de inreis in de Republiek Bulgarije, tenzij hij in het bezit is van een bewijs van vooruitbetaling van toeristische diensten in Bulgarije.

Overeenkomstig de vreemdelingen- en immigratiereglementen (Reglement 9, 2, B) beslissen de immigratiefunctionarissen aan de grenzen over de binnenkomst van vreemdelingen met het oog op een verblijf van tijdelijke duur in de Republiek, op grond van de algemene of specifieke instructies van de minister van Binnenlandse Zaken dan wel de hierboven bedoelde regelingen. De immigratiefunctionarissen aan de grenzen nemen per geval een beslissing over de binnenkomst, rekening houdend met het doel en de duur van het verblijf, eventuele hotelreserveringsbewijzen dan wel uitnodigingen van personen die regelmatig op Cyprus verblijven.

In de Deense vreemdelingenwet is bepaald dat een vreemdeling bij binnenkomst op het Deense grondgebied over voldoende middelen van bestaan en voldoende middelen voor zijn terugkeer moet beschikken.

Ter evaluatie van die middelen verrichten de diensten die met de toegangscontrole zijn belast, per geval een concrete raming op basis van de economische situatie van de vreemdeling en rekening houdend met informatie over zijn mogelijkheden war logies en terugkeer betreft.

De overheid heeft een bedrag bepaald om na te gaan of een vreemdeling over voldoende middelen van bestaan beschikt. Een vreemdeling moet in beginsel over 350 DKK per verblijfsdag beschikken.

De vreemdeling moet bovendien het bewijs leveren dat hij over voldoende middelen beschikt voor zijn terugkeer, bv. in de vorm van een retourbiljet.

Op grond van artikel 15, lid 2, van de Verblijfswet van 30 juli 2004 kan een vreemdeling aan de grens onder meer de toegang worden geweigerd indien hij niet voldoet aan de in artikel 5 van de Schengenuitvoeringsovereenkomst genoemde voorwaarden voor binnenkomst op het grondgebied van de lidstaten. Dit is bijvoorbeeld het geval, wanneer een vreemdeling niet over de nodige financiële middelen beschikt, of deze niet legaal kan verwerven, om te kunnen voorzien in zijn verblijf, met inbegrip van zijn terugkeer naar het land van herkomst dan wel naar een derde land waarvoor hij een verblijfstitel bezit die hem het recht van terugkeer naar dat land geeft.

Er zijn geen verplichte dagbedragen vastgesteld. Het met de controle belaste personeel voert per geval een afzonderlijke controle uit. Daarbij moet rekening worden gehouden met de persoonlijke omstandigheden, zoals aard en doel van de reis, duur van het verblijf, eventueel onderdak bij verwanten of vrienden, alsmede kosten voor levensonderhoud.

Indien de onderdaan van een derde land terzake geen bewijsstukken kan overleggen noch, ten minste, geloofwaardige informatie kan verstrekken, dan dient hij per dag over 45 EUR te beschikken. Daarnaast moet gegarandeerd zijn dat de terugreis c.q. voortzetting van de reis van de onderdaan van een derde land mogelijk is. Dit kan bijvoorbeeld worden aangetoond door overlegging van een reisbiljet voor het vervolg van de reis c.q. de terugreis.

De financiële middelen kunnen met name worden aangetoond door contant geld, creditcards en cheques, maar ook door:

  • een bankgarantie van een kredietinstelling die in de Bondsrepubliek Duitsland tot de markt is toegelaten,
  • een persoonlijke borgstelling door de gastheer,
  • een telegrafische betalingsopdracht,
  • het deponeren van een borgsom door de gastheer of door een derde bij de voor het verblijf bevoegde vreemdelingendienst,
  • een garantstelling.

Indien er gegronde twijfel bestaat aan de liquiditeit in een andere vorm dan contant geld, moet deze vóór de binnenkomst worden gecontroleerd.

 
 
Voorbeeld onderhoudsverklaring
 

Link 1

Link 2

In de Estse wetgeving is bepaald dat een vreemdeling die zonder uitnodiging Estland binnenkomt, bij binnenkomst op het grondgebied op verzoek van een functionaris van de grenswacht het bewijs moet leveren over voldoende geldmiddelen te beschikken om te voorzien in de kosten van zijn verblijf in en vertrek uit Estland. Onder voldoende geldmiddelen voor elke toegestane verblijfsdag wordt verstaan, 0,2 keer het minimummaandsalaris zoals dat is vastgesteld door de regering van de Republiek, namelijk 130,8 EUR.

Anders draagt degene die de vreemdeling uitnodigt, de kosten van het verblijf van de vreemdeling in en het vertrek van de vreemdeling uit Estland.

Krachtens de Vreemdelingenwet (301/2004, paragraaf 11) moet een vreemdeling bij binnenkomst bewijzen dat hij/zij beschikt over voldoende middelen van bestaan, rekening houdend met de duur van het voorgenomen verblijf en de terugkeer naar het land van herkomst, of over voldoende middelen voor de doorreis naar een derde land waar hij/zij met zekerheid zal worden toegelaten, dan wel dat hij/zij dergelijke middelen op wettige wijze kan verkrijgen. Of voldoende middelen beschikbaar zijn, wordt per geval beoordeeld. Naast de middelen, of biljetten, die nodig zijn voor het vertrek en het logies tijdens het verblijf, wordt ongeveer 30 EUR per dag noodzakelijk geacht, afhankelijk van de getroffen regelingen voor logies en het eventueel hebben van een sponsor.

Het richtbedrag inzake voldoende middelen van bestaan voor de duur van het door een vreemdeling voorgenomen verblijf of voor zijn doorreis door Frankrijk naar een derde land, stemt in Frankrijk overeen met het bedrag van het aan de economische groei gekoppelde minimumloon (SMIC – salaire minimum interprofessionnel de croissance), dat dagelijks op basis van het op 1 januari van het lopende jaar vastgestelde percentage wordt berekend.

Dit bedrag wordt op basis van de ontwikkeling van de kosten van het levensonderhoud in Frankrijk periodiek herzien, en wel:

  • automatisch, zodra het prijsindexcijfer een stijging van meer dan 2% vertoont;
  • bij besluit van de regering, na advies van de Commission Nationale de négociation collective (Nationale Commissie voor collectieve onderhandeling), om een stijging vast te stellen die hoger ligt dan de prijsontwikkeling.

Per 1 januari 2012 bedraagt het SMIC 65,00 EUR per dag.

Personen die in het bezit zijn van een uitnodiging (“attestation d’accueil”), dienen voor het verblijf in Frankrijk over bestaansmiddelen te beschikken die minimaal de helft van het SMIC bedragen, zijnde 32,50 euro per dag.

Het minimumbedrag waarover een vreemdeling per verblijfsdag in Frankrijk dient te beschikken indien hij geen hotelreservering kan overleggen als bewijs van logies, bedraagt met ingang van 19 juni 2014 120,00 EUR. Indien de hotelreservering een gedeelte van het verblijf dekt, bedraagt het dagbedrag 65,00 EUR voor de periode die door de reservering wordt gedekt en 120,00 EUR voor de rest van het verblijf.

Onderdanen van derde landen moeten in het bezit zijn van een bewijs van ziekteverzekering ter dekking van alle eventuele  medische, ziekenhuis- en overlijdenskosten die zij tijdens de volledige duur van hun verblijf in Frankrijk maken, met inbegrip van de kosten van repatriëring om medische redenen. Dit bewijs dient ten minste in het Engels te zijn vertaald.

In concreto: ten einde het richtbedrag inzake voldoende bestaansmiddelen te bepalen moet men oog hebben voor het reismotief van betrokkene.

Bij een verblijf op hotel:

  • 120€ per dag indien er geen hotelreservering kan worden voorgelegd als bewijs van logies.
  • Indien de hotelreservering een gedeelte van het verblijf dekt, bedraagt het dagbedrag 65 € voor de periode die door de reservering wordt gedekt en 120 € voor de rest van het verblijf.
  • 65€ per dag bij een volledige hotelreservering.

Bij een verblijf bij een particulier:

  • 65€ per dag indien betrokkene geen houder is van een uitnodiging (attestation d’accueil)
  • 32,5€ per dag indien betrokkene houder is van een uitnodiging (attestation d’accueil)

Attestation d'accueil

In Gezamenlijk ministerieel besluit nr. 3021/22/10f d.d. 24 december 2007 is de hoogte bepaald van de middelen van bestaan waarover vreemdelingen die het Griekse grondgebied wensen binnen te komen — met uitzondering van onderdanen van lidstaten van de Europese Gemeenschappen — dienen te beschikken.

Krachtens dit ministerieel besluit is voor binnenkomst op het Griekse grondgebied van onderdanen van niet-lidstaten van de Europese Unie een bedrag vastgesteld van 50 euro per dag per persoon in vreemde valuta, en een minimumbedrag van 300 euro voor een verblijf van maximaal vijf dagen.

Voor een minderjarige vreemdeling worden de bovenstaande bedragen met 50% verminderd.

Ten aanzien van onderdanen van landen die Griekse onderdanen verplichten tot het wisselen van deviezen aan de grenzen, wordt om redenen van wederkerigheid dezelfde maatregel toegepast.

Overeenkomstig artikel 25 van Decreet nr. 25 van de minister van Justitie en Rechtshandhaving van 31 mei 2007 tot uitvoering van Wet I van 2007inzake de toelating en het verblijf van personen die het recht van vrij verkeer en verblijf genieten en Wet II van 2007 inzake de toelating en het recht van verblijf van onderdanen van derde landen, is het referentiebedrag voor de bestaansmiddelen vastgesteld op 10 000 HUF voor elke inreis voor onderdanen van derde landen en voor familieleden van een EER- of Hongaarse burger die onderdaan zijn van een derde land en aan de visumplicht zijn onderworpen.

Krachtens artikel 5 van de Vreemdelingenwet (Wet XXXIX van 2001 betreffende de binnenkomst en het verblijf van vreemdelingen) kunnen de voor binnenkomst en verblijf vereiste middelen van bestaan aannemelijk worden gemaakt door overlegging van:

– Hongaarse valuta, vreemde valuta of andere betaalmiddelen dan contant geld (bv. cheque, kredietkaart, enz.),

–  een geldige uitnodiging van een Hongaars onderdaan, een vreemdeling die houder is van een verblijfsvergunning of vestigingsvergunning dan wel een juridische eenheid, mits degene die de vreemdeling uitnodigt, verklaart de kosten van huisvesting, logies, ziekte en terugkeer (repatriëring) te zullen dragen. De uitnodiging dient vergezeld te gaan van een officiële goedkeuring van de bevoegde vreemdelingeninstantie,

– bevestiging van een via een reisbureau gereserveerd en vooraf betaald logies met vol pension (voucher),

– andere geloofwaardige bewijsstukken.

De IJslandse wet bepaalt dat vreemdelingen het bewijs dienen te leveren dat zij over voldoende financiële middelen beschikken om in IJsland in hun behoeften te voorzien en om terug te reizen. In de praktijk is het referentiebedrag vastgesteld op 8000 ISK per dag per persoon. Indien de verblijfskosten van de betrokkene door een derde ten laste worden genomen, wordt dit bedrag gehalveerd. Het totaalbedrag is minimaal 40 000 ISK voor elke binnenkomst.

Guarantee form for visits

Artikel 4, lid 3, van de Geconsolideerde tekst van de bepalingen inzake immigratie en de status van vreemdelingen (wetsbesluit nr. 286 van 25 juli 1998) bepaalt dat „Italië, overeenkomstig de verplichtingen die aangegaan zijn door toetreding tot specifieke internationale overeenkomsten, een vreemdeling op zijn grondgebied zal toelaten wanneer deze de passende documenten kan overleggen die het doel van en de voorwaarden voor zijn verblijf aantonen en waaruit blijkt dat hij voor de duur van het verblijf over voldoende middelen van bestaan beschikt, alsmede, wanneer het geen verblijfsvergunning met het oog op tewerkstelling betreft, voor de terugreis naar het land van herkomst. De middelen van bestaan zijn omschreven in de desbetreffende richtlijn van het ministerie van Binnenlandse Zaken. (...) Een vreemdeling die niet aan die eisen voldoet of beschouwd wordt als een bedreiging voor de openbare orde of de veiligheid van de staat of een van de landen waarmee Italië overeenkomsten gesloten heeft voor het opheffen van de controles aan de binnengrenzen en het vrije verkeer van personen, met inachtneming van de beperkingen en uitzonderingen waarin die overeenkomsten voorzien, kan niet in Italië toegelaten worden.”

De hierboven genoemde richtlijn, die op 1 maart 2000 van kracht geworden is onder de titel „Vaststelling van de middelen van bestaan voor de binnenkomst en het verblijf van vreemdelingen op het grondgebied van de staat” schrijft het volgende voor:

- de middelen van bestaan kunnen worden aangetoond door het overleggen van contant geld, bankgaranties, verzekeringspolissen, gelijkwaardige kredietgaranties, bewijzen van voorafbetaalde diensten of bewijzen van inkomsten op het nationale grondgebied;

-  de in deze richtlijn vastgestelde bedragen worden jaarlijks herzien aan de hand van de parameters voor de gemiddelde jaarlijkse schommelingen die door het ISTAT (Italiaans bureau voor de Statistiek) worden berekend op basis van de index van de consumptieprijzen voor levensmiddelen, drank, vervoer en huisvesting;

- de vreemdeling moet aantonen dat hij op het nationale grondgebied over passende huisvesting beschikt en genoeg geld heeft voor de terugreis, hetgeen ook aangetoond kan worden door het overleggen van een retourbiljet;

- de minimale middelen van bestaan per persoon voor de afgifte van het visum en toelating tot het nationaal grondgebied voor toeristische doeleinden zijn vermeld in tabel A.

 

TABEL A

TABEL VOOR DE VASTSTELLING VAN DE MIDDELEN VAN BESTAAN DIE VEREIST ZIJN VOOR BINNENKOMST OP HET NATIONALE GRONDGEBIED VOOR TOERISTISCHE DOELEINDEN

 

 

Aantal deelnemers aan de reis

Verblijfsduur

                                             Een deelnemer

                                 Twee of meer deelnemers

 

 

euro

 

euro

 

1 - 5 dagen

vast totaalbedrag

 

 

 

 

 

 

269,60

 

 

 

 

 

212,81

 

6 - 10 dagen

dagelijks bedrag per persoon

 

 

 

 

 

 

44,93

 

 

 

 

26,33

 

11 - 20 dagen

vast bedrag

+

dagelijks bedrag per persoon

 

 

 

 

 

 

51,64

 

36,67

 

 

 

 

 

25,82

 

22,21

 

meer dan 20 dagen

vast bedrag

+

dagelijks bedrag per persoon

 

 

 

 

 

 

 

 

206,58

 

27,89

 

 

 

 

 

 

 

118,79

 

17,04

 

FORMAL OBLIGATION

Wie als vreemdeling een visumverzoek indient bij een diplomatieke missie, d.w.z. een consulaire post, van de Republiek Kroatië of van een ander land waarmee de Republiek Kroatië een overeenkomst heeft gesloten inzake visumafgifte in vertegenwoordiging, moet aantonen dat hij over voldoende bestaansmiddelen beschikt voor zijn verblijf in de Republiek Kroatië alsook voor terugkeer naar het land van herkomst of doorreis naar een derde land.

Bij binnenkomst in de Republiek Kroatië is de met het toezicht aan de staatsgrens belaste autoriteit bevoegd om de vreemdeling te vragen aan te tonen dat hij beschikt over voldoende bestaansmiddelen voor zijn verblijf in de Republiek Kroatië alsook voor terugkeer naar het land van herkomst of doorreis naar een derde land.

Bij het in de eerste twee alinea’s van deze bepaling bedoelde bedrag gaat het om de tegenwaarde van 100 EUR (honderd euro) per dag van het voorgenomen verblijf in de Republiek Kroatië.

Indien de vreemdeling in het bezit is van een gewaarmerkte garantieverklaring van een natuurlijke persoon of rechtspersoon uit de Republiek Kroatië, een bewijs dat de reis betaald is of een soortgelijk document, moet hij aantonen dat hij beschikt over middelen met een tegenwaarde van 50 EUR (vijftig euro) per dag van het voorgenomen verblijf in de Republiek Kroatië.

Een onderdaan van een derde land toont aan dat hij over voldoende financiële middelen van bestaan beschikt voor zowel de duur van het verblijf in de Republiek Kroatië als de terugreis naar het land van herkomst of voor de doorreis naar een derde land.

Wanneer een onderdaan van een derde land de Republiek Kroatië binnenkomt, is een instantie die belast is met de controle aan de grensdoorlaatposten bevoegd om hem te vragen aan te tonen dat hij beschikt over financiële middelen van bestaan, zowel voor de duur van het verblijf in de Republiek Kroatië als voor de terugreis naar het land van herkomst of voor de doorreis naar een derde land.

De financiële middelen zijn vastgesteld op een bedrag dat overeenkomt met 70 EUR (zegge: zeventig euro) per dag van het voorgenomen verblijf in de Republiek Kroatië.

Indien een onderdaan van een derde land in het bezit is van een gewaarmerkte garantstellingsverklaring van een natuurlijke of rechtspersoon uit de Republiek Kroatië, bewijs van een toeristische reservering of een gelijkaardig stuk, legt hij bewijs over dat hij beschikt over een bedrag dat overeenkomt met 30 EUR (zegge: dertig euro) per dag van het voorgenomen verblijf in de Republiek Kroatië.

Bij wijze van uitzondering is een onderdaan van een derde land vrijgesteld van de verplichting om aan te tonen dat hij in het bezit is van de in lid 1 van dit artikel bedoelde middelen, als hij beschikt over een gewaarmerkte garantstelling van een natuurlijke of rechtspersoon uit de Republiek Kroatië waaruit blijkt dat de garantsteller alle kosten draagt in verband met het verblijf in en het vertrek uit de Republiek Kroatië.

Overeenkomstig de Immigratiewet kan een vreemdeling alleen de Republiek Letland binnenkomen en er verblijven indien hij bewijst over de vereiste middelen van bestaan te beschikken.

Het vereiste minimumbedrag is 14 EUR per dag verblijf.

Indien in het elektronische gegevensbestand 'uitnodigingen' of op het door het Bureau Burgerschap en Migratiezaken afgegeven formulier 'Ielūgums vīzas pieprāšanai/Uitnodiging voor het aanvragen van een visum' is vermeld, dat de gastheer de uitgaven in verband met de binnenkomst en het verblijf van de vreemdeling in de Republiek Letland zal dragen, behoeft de vreemdeling geen documenten over te leggen waaruit blijkt dat hij over de vereiste middelen van bestaan beschikt.

In voorkomend geval moet de vreemdeling bewijzen dat hij over voldoende financiële middelen beschikt om het voorgenomen verblijf te betalen en/of dat hij, wanneer hij met een particulier voertuig reist, over voldoende financiële middelen beschikt om de voor de reis benodigde brandstof te kopen

Invitation for requesting a visa

De referentiebedragen vereist voor het overschrijden van de buitengrens zijn op de navolgende wijze door de nationale autoriteiten vastgesteld.

Een onderdaan van een derde land die de kosten van zijn verblijf in Liechtenstein zelf draagt, dient aan te tonen dat hij over ongeveer 100 CHF per dag beschikt. Een student (in het bezit van een geldige studentenpas) dient over ongeveer 30 CHF te beschikken.

Een onderdaan van een derde land die bij particulieren verblijft, kan aantonen over de benodigde middelen te beschikken door middel van een door de gastheer of -vrouw in Liechtenstein ondertekende garantstelling ("Verpflichtungserklärung”). De verantwoordelijke autoriteit (Bureau Vreemdelingen en paspoorten, ofwel het "Ausländer- und Passamt") geeft een verklaring af over de financiële positie van de gastheer of –vrouw. De garantstelling geldt voor de niet-gedekte kosten ten laste van de openbare of particuliere zorgaanbieders gedurende het verblijf van de onderdaan van een derde land, namelijk de kosten voor levensonderhoud en de kosten in verband met ongevallen, ziekte of terugkeer. De garantsteller stelt zich onvoorwaardelijk aansprakelijk voor een bedrag van 30 000 CHF. Als garantsteller kan optreden:

elke Zwitserse of Liechtensteinse meerderjarige burger die in een van beide landen woont,

elke meerderjarige die in het bezit is van een verblijfsvergunning (“Aufenthaltsbewilligung”) of een permanente verblijfsvergunning (“Niederlassungsbewilligung”),

evenals elke rechtspersoon die is ingeschreven in het handelsregister.

Formal undertaking

Bij Besluit nr. 1V-636/V-214 van de minister van Binnenlandse Zaken en de minister van Buitenlandse Zaken van 15 juli 2019 is het bedrag van de middelen van bestaan waarover een vreemdeling die Litouwen binnenkomt, moet beschikken, vastgesteld op 40 EUR per dag.

Invitation

De onderdaan van een derde land die zich naar Luxemburg wenst te begeven, moet bewijzen dat hij over voldoende middelen van bestaan beschikt om in zijn levensonderhoud te voorzien. Het referentiebedrag voor reizen naar Luxemburg komt overeen met het bedrag van het niet-gekwalificeerde sociale minimumloon berekend in verhouding tot het aantal dagen van het voorgenomen verblijf.

Op 1 januari 2018 is het bedrag van het sociale minimumloon per dag ongeveer 67 EUR.

Om te bewijzen dat hij over voldoende persoonlijke middelen beschikt, zowel voor de duur van het voorgenomen verblijf als voor de terugreis naar het land van herkomst of voor doorreis naar een ander land, moet de onderdaan van een derde land beschikken over ongeveer 67 EUR per dag van het voorgenomen verblijf. Het bewijs van de nodige middelen kan worden verstrekt in de vorm van contant geld, reischeques of kredietkaarten of een document waaruit blijkt dat het mogelijk is de nodige middelen rechtmatig te verkrijgen.

Een borgstelling kan ook het bewijs zijn dat de aanvrager over voldoende middelen van bestaan beschikt, op voorwaarde dat de bevoegde dienst, namelijk het Bureau des passeports, visas et légalisations in Luxemburg, hierover een gunstig advies uitbrengt. De borgstelling moet gelden voor de kosten van verblijf, met inbegrip van de kosten van gezondheidszorg, en de kosten van terugkeer van de onderdaan van een derde land voor een bepaalde duur.

De betrokkene moet bovendien ook een vervoerbewijs voorleggen waarmee hij kan terugkeren naar zijn land van herkomst of kan doorreizen naar een land waar zijn toegang is gewaarborgd.

Formal obligation

Het is gebruikelijk dat wordt nagegaan of personen die de grens overschrijden, ten minste over een bedrag van 48 EUR per dag voor de duur van hun verblijf beschikken.

Het bedrag dat door de grensbewakingsambtenaren als uitgangspunt wordt gehanteerd bij de controle ten aanzien van het vereiste te beschikken over voldoende middelen van bestaan bedraagt thans 55 EUR per persoon per dag.

De aan voormeld uitgangspunt verbonden soepele toepassing blijft gehandhaafd, aangezien het antwoord op de vraag of de middelen waarover de vreemdeling kan beschikken toereikend zijn afhankelijk is en blijft van onder meer de duur van het voorgenomen verblijf, het reisdoel en de persoonlijke omstandigheden van de betrokkene.

Proof of sponsorship and/or of private accomodation

Overeenkomstig artikel 17, onder f), van de Noorse immigratiewet kan iedere vreemdeling die niet kan bewijzen dat hij over voldoende middelen voor zijn verblijf op het Noorse grondgebied en voor zijn terugkeer beschikt, noch dat hij over dergelijke middelen zal kunnen beschikken, aan de grens de toegang worden geweigerd.

De vereiste bedragen worden per geval vastgelegd; besluiten worden eveneens per geval genomen. Er wordt rekening gehouden met de duur van het voorgenomen verblijf, met het feit dat de vreemdeling logies heeft bij familie of vrienden, met het feit dat de vreemdeling over een vervoerbewijs voor zijn terugkeer beschikt, alsmede met het feit dat iemand zich garant heeft gesteld voor zijn verblijf (ter informatie: een bedrag van 500 NOK per verblijfsdag wordt voldoende geacht voor bezoekers die niet bij familieleden of vrienden verblijven).

Proof of sponsorship and/or of private accomodation

Overeenkomstig artikel 42, lid 2, van de Vreemdelingenwet dienen vreemdelingen bij een grenscontrole te worden teruggewezen, indien zij geen woonplaats op het Oostenrijkse grondgebied hebben en niet over de middelen ter bestrijding van de kosten voor levensonderhoud en voor hun terugreis beschikken.

Richtbedragen bestaan evenwel niet. Naar gelang van het doel, de aard en de duur van het verblijf wordt per geval een beslissing genomen, waarbij naast baar geld naar gelang van de concrete omstandigheden ook reischeques, kredietkaarten, verklaringen van bankinstellingen of garantstellingen van in Oostenrijk levende personen met voldoende kredietwaardigheid als bewijs kunnen worden aanvaard.

Electronic Declaration of Commitment ID Number

De voor overschrijding van de buitengrens vereiste bedragen zijn vastgesteld bij de verordening van de minister van Binnenlandse Zaken van 23 februari 2015 betreffende de middelen van bestaan waarover vreemdelingen die het grondgebied van de Republiek Polen betreden, moeten beschikken en betreffende de documenten die bevestigen dat zij over dergelijke middelen kunnen beschikken en het doel en de duur van het geplande verblijf bevestigen (Dziennik Ustaw (Staatsblad) 2017, punt 2122).

Bovengenoemde verordening bepaalt dat een vreemdeling die het grondgebied van de Republiek Polen betreedt over bestaansmiddelen moet beschikken ten bedrage van ten minste

  1. 300 PLN wanneer het geplande verblijf niet langer dan 4 dagen duurt,
  2. 75 PLN voor elke dag van het geplande verblijf wanneer het geplande verblijf langer dan 4 dagen duurt

- of de tegenwaarde van dit bedrag in buitenlandse valuta.

Vreemdelingen die het grondgebied van de Republiek Polen betreden en:

  1. die deelnemen aan een toeristisch evenement, een jeugdkamp of een sportwedstrijd of
  2. van wie de kosten van het verblijf in Polen zijn gedekt of
  3. die komen voor een behandeling in een sanatorium of
  4. deelnemen aan een programma dat onder een internationale overeenkomst valt waarbij Polen partij is en in het kader waarvan op het grondgebied van de Republiek Polen vakantiewerk kan worden verricht dat niet het hoofddoel van het verblijf is,

- moeten beschikken over ten minste 20 PLN voor elke dag van het geplande verblijf, met een minimumbedrag van 100 PLN, of de tegenwaarde daarvan in buitenlandse valuta.

Vreemdelingen die het grondgebied van de Republiek Polen betreden voor studie-, onderzoeks- of opleidingsdoeleinden, het verrichten van ontwikkelingswerk of onderwijsdoeleinden, moeten beschikken over ten minste 1 270 PLN, of de tegenwaarde daarvan in buitenlandse valuta, voor de eerste twee maanden van het geplande verblijf.

Vreemdelingen moeten bovendien over extra financiële middelen beschikken om de kosten te dekken van de terugreis naar het land van herkomst of verblijf alsook de kosten van de doorreis naar een derde land dat hun toegang verschaft, ten bedrage van minimaal (voor elke vreemdeling afzonderlijk en voor elk van diens gezinsleden afzonderlijk):

  1. 200 PLN wanneer zij afkomstig zijn uit een buurland van de Republiek Polen,
  2. 500 PLN wanneer zij afkomstig zijn uit een lidstaat van de Europese Unie die geen buurland van de Republiek Polen is,
  3. 2 500 PLN wanneer zij afkomstig zijn uit een land dat geen lidstaat van de Europese Unie is,

- of de tegenwaarde van dit bedrag in buitenlandse valuta.

Example of invitation

Met het oog op binnenkomst en verblijf op het Portugese grondgebied dienen vreemdelingen over betaalmiddelen ter waarde van onderstaande bedragen te beschikken:

- 75 EUR — voor elke binnenkomst;

- 40 EUR — voor elke verblijfsdag

Deze bedragen kunnen worden kwijtgescholden, indien de vreemdeling aantoont gedurende zijn verblijf over kost en inwoning te kunnen beschikken.

Term of responsability

De vreemdelingenwet nr. 194/2002 doet de toegang tot Roemenië afhangen van het bewijs dat de betrokkene over voldoende bestaansmiddelen beschikt tijdens zijn verblijf en voor de terugkeer naar zijn land van herkomst of de doorreis naar een andere staat waartoe hij zeker toegang heeft.

Wat de referentiebedragen voor overschrijdingen van de buitengrenzen betreft: een nationaal visum voor kort verblijf voor toeristische doeleinden, bezoeken, zakelijke, culturele of wetenschappelijke activiteiten, of voor humanitaire of medische doeleinden kan worden verkregen, als de betrokkene kan aantonen dat hij beschikt over 50 euro per dag, doch niet minder dan 500 euro voor het volledige verblijf, of gelijkwaardig.

Een nationaal visum voor kort verblijf voor een missie, professioneel vervoer of sportieve doeleinden kan worden verkregen zonder dat de betrokkene hoeft aan te tonen dat hij beschikt over voldoende bestaansmiddelen.

Onderdanen van derde landen die bij het overschrijden van de buitengrenzen van de EU in het bezit moeten zijn van een visum (zie bijlage 1 bij Verordening 539/2001), en waarvoor de procedure op uitnodiging van toepassing is*, moeten beschikken over 30 euro per dag voor het volledige verblijf. Het bedrag moet ter beschikking worden gesteld door de natuurlijke of rechtspersoon die uitnodigt.

* De landen en entiteiten/territoriale autoriteiten die door minstens één lidstaat niet als staat zijn erkend, waarvoor de procedure op uitnodiging geldt, zijn opgenomen in Besluit nr. 1743/2010 van de minister van Buitenlandse Zaken: Afghanistan, Algerije, Bangladesh, China, Tsjaad, Congo, Noord‑Korea, Egypte, India, Indonesië, Jordanië, Iran, Irak, Libanon, Libië, Mali, Marokko, Mauretanië, Nigeria, Pakistan, Syrië, Somalië, Sri Lanka, Soedan, Tunesië, Oezbekistan, Jemen, Palestijnse Autoriteit.

Overeenkomstig artikel 2 van de uitvoeringsbepalingen van de verordening (EG) tot vaststelling van een communautaire code betreffende de overschrijding van de grenzen door personen (Schengengrenscode) (Uradni List RS (UL RS; Staatsblad van de Republiek Slovenië) nr. 29/07), zijn de vereiste bestaansmiddelen vastgesteld waarover onderdanen van derde landen die Slovenië binnenkomen, moeten beschikken, zowel voor de duur van het verblijf in Slovenië als voor de terugreis naar het land van oorsprong of voor de doorreis naar een derde staat.

Als afdoend bewijs voor het bestaan van de vereiste bestaansmiddelen moet een onderdaan van een derde land aantonen dat hij over het voorgeschreven bedrag beschikt in de vorm van contant geld, reischeques, internationaal erkende debet- of kredietkaarten, kredietbrieven of een ander geverifieerd bewijs van het bestaan van deze middelen Slovenië.

Indien de onderdaan van een derde land niet beschikt over gewaarborgde bestaansmiddelen (zoals een borgstelling, een garantstellingsverklaring of een bewijs van betaalde accommodatie in het kader van een toeristisch arrangement), worden de vereiste bestaansmiddelen vastgesteld op basis van de dagvergoeding.

In Slovenië bedraagt de dagvergoeding voor individuele personen 70 EUR.

Het vereiste bedrag voor een minderjarige die door zijn ouders of zijn wettige vertegenwoordiger wordt vergezeld, is 50 % van het hierboven voorgeschreven bedrag.

Letter of guarantee

In artikel 1, lid 1, van Uitvoeringsbesluit nr. 499/2011 van het Slowaakse ministerie van Binnenlandse Zaken tot vaststelling van het bedrag van de financiële middelen die nodig zijn om de kosten van het verblijf van een derdelander in Slowakije te dekken, wordt het bedrag vastgesteld op 56 EUR per persoon per dag.

Het bedrag van 56 EUR omvat:

  1. 30 EUR voor accommodatie;
  2. 4 EUR voor een ontbijt;
  3. 7,50 EUR voor een middagmaal;
  4. 7,50 EUR voor een avondmaal;
  5. 7 EUR zakgeld.

Indien de kosten van het verblijf van een derdelander in Slowakije gedeeltelijk worden gedekt, zal daarmee rekening worden gehouden bij de grenscontrole.

Het bedrag van 56 EUR per persoon per dag kan worden vervangen door een gewaarmerkte uitnodiging als bedoeld in artikel 19 van Wet nr. 404/2011 betreffende het verblijf van vreemdelingen en tot wijziging van andere wetten, zoals gewijzigd, of door een gastovereenkomst als bedoeld in artikel 26b van Wet nr. 172/2005 betreffende de organisatie van staatssteun voor onderzoek en ontwikkeling, zoals gewijzigd.

 

Artikel 1 van besluit PRE/1282/2007 van 10 mei 2007 betreffende de financiële middelen waarover vreemdelingen moeten beschikken om Spanje binnen te komen, bepaalt dat het te bewijzen bedrag ten minste 10 % bedraagt van het wettelijke bruto minimumloon in euro of een wettelijk gelijkwaardig bedrag in buitenlandse munt, vermenigvuldigd met het aantal dagen van het geplande verblijf in Spanje en met het aantal reizigers dat ten laste van de aanvrager komt.

Bij Koninklijk Besluit 152/2022 van 22 februari 2022 tot vaststelling van het wettelijk minimumloon, bekendgemaakt in Staatsblad nr. 46 van 23 februari 2022, is met ingang van 1 januari 2022 het minimumloon vastgesteld op 33,33 EUR per dag of 1000 EUR per maand, naargelang het loon per dag of per maand wordt vastgesteld.

Overeenkomstig de bijwerking van het bedrag van het minimumloon bij Koninklijk Besluit 152/2022 van 22 februari 2022 moeten vreemdelingen die voornemens zijn het nationale grondgebied binnen te komen, steeds bewijzen dat zij beschikken over een minimumbedrag van 100 EUR per persoon per dag dat zij voornemens zijn in Spanje te verblijven, met een minimum van 900 EUR of het wettelijk gelijkwaardig bedrag in buitenlandse munt, indien de ambtenaren die belast zijn met de controle op de binnenkomst op het Spaanse grondgebied hun daarom verzoeken, en onder de voorwaarden van voornoemd besluit.

Tenlasteneming

Richtbedragen als vastgesteld in afdeling 13 van Wet nr. 326/1999 Coll. inzake het verblijf van vreemdelingen op het grondgebied van de Tsjechische Republiek, als gewijzigd, in samenhang met afdeling 5 van Wet nr. 110/2006 Coll. inzake het bestaansminimum, als gewijzigd. De richtbedragen zijn afhankelijk van het huidige bestaansminimum en variëren naargelang de duur van het voorgenomen verblijf van korte duur op het Tsjechische grondgebied:

  • voor een verblijf van maximaal 30 dagen: 0,5 maal het bestaansminimum (huidig bedrag – sinds juli 2022: 2 980 CZK) voor iedere dag van het verblijf, d.w.z. 1 490 CZK per dag;
  • voor een verblijf van meer dan 30 dagen: 15 maal het bestaansminimum (huidig bedrag – sinds juli 2022: 2 980 CZK), d.w.z. 44 700 CZK; dit bedrag wordt verhoogd met het dubbele van het bestaansminimum voor elke volledige maand van het voorgenomen verblijf op het grondgebied, d.w.z. 5 960 CZK per bijkomende maand;
  • onderdanen van derde landen die jonger zijn dan 18, moeten over de helft van de bovengenoemde bedragen beschikken.

De beschikbaarheid van voldoende bestaansmiddelen kan worden beoordeeld aan de hand van contant geld, creditcards en reischeques die de onderdaan van een derde land in bezit heeft, of aan de hand van een document dat bevestigt dat de diensten in verband met het verblijf op het grondgebied betaald zijn of kosteloos worden aangeboden. Borgstellingen en garantstellingsverklaringen van de gastheer/-vrouw (in de vorm van een uitnodiging die door de politie van de Tsjechische Republiek is gecertificeerd – zie bijlage 33 van het Schengenhandboek) kunnen eveneens de toereikendheid van de bestaansmiddelen aantonen.

 

Een onderdaan van een derde land die van plan is op het grondgebied te studeren kan als bewijs van voldoende bestaansmiddelen voor zijn verblijf een toezegging van een overheidsinstantie of een rechtspersoon overleggen dat zal worden voorzien in het verblijf van de betrokkene door middelen ter beschikking te stellen die overeenkomen met het bestaansminimum (huidig bedrag – sinds juli 2022: 2 980 CZK) voor één maand van het voorgenomen verblijf, dan wel een document waarin wordt bevestigd dat alle studie- en verblijfskosten door de ontvangende organisatie (onderwijsinstelling) worden gedragen. Indien het richtbedrag hoger is dan het in de toezegging genoemde bedrag, moet de onderdaan van een derde land een document overleggen waaruit blijkt dat hij over middelen beschikt om het verschil te dekken tussen het bestaansminimum (huidig bedrag – sinds juli 2022: 2 980 CZK) en het bedrag van de toezegging voor de duur van het voorgenomen verblijf. Het verschil mag echter niet meer bedragen dan zesmaal het bestaansminimum (op dit moment 17 880 CZK). Het document over de toekenning van een toelage voor het verblijf kan worden vervangen door een beslissing of een overeenkomst inzake de toekenning van een toelage uit hoofde van een internationaal verdrag waarbij de Tsjechische Republiek partij is.

Letter of invitation

Het richtbedrag voor het overschrijden van de grens is door de Zweedse wetgeving met ingang van 15.11.2011 vastgesteld op 450 SEK per dag.

Invitation before Schengen visa

In de Zwitserse vreemdelingenwet van 16 december 2005 (RS 142.20) wordt bepaald dat vreemdelingen over voldoende financiële middelen dienen te beschikken voor hun verblijf. Hiervoor worden echter geen nadere voorschriften gegeven. De bestuurlijke praktijk is de volgende:

– vreemdelingen die zelf de kosten van hun verblijf in Zwitserland dragen, moeten aantonen dat zij over ongeveer CHF 100 per dag beschikken. Studenten die zich als zodanig kunnen legitimeren door middel van een geldige studentenkaart, moeten over ongeveer CHF 30 per dag beschikken;

– vreemdelingen die bij een particulier verblijven, kunnen aantonen dat zij over voldoende middelen van bestaan beschikken door middel van een garantstellingsverklaring van de gastheer/gastvrouw in Zwitserland. De bevoegde autoriteit geeft een verklaring af over de solvabiliteit van de gastheer/gastvrouw. De garantstellingsverklaring omvat niet-gedekte kosten die ten laste komen van de samenleving en honoraria van particuliere verleners van medische zorg tijdens het verblijf van de vreemdeling, dat wil zeggen kosten van levensonderhoud, kosten van ongevallen, ziektekosten en kosten van de terugreis; dit houdt in dat een onherroepelijke schuldbekentenis wordt aangegaan voor een bedrag van CHF 30 000. Een garantstellingsverklaring kan worden afgegeven door meerderjarige staatsburgers van Zwitserland of Liechtenstein die in een van deze staten woonachtig zijn, meerderjarige houders van een geldige Zwitserse verblijfsvergunning (uitsluitend verblijfsvergunning B) of vestigingsvergunning, en rechtspersonen die in het handelsregister zijn ingeschreven.

Proof of sponsorship and/or of private accomodation