Gecombineerde vergunning

De in de tekst vermelde bijlagen zijn bijlagen van het koninklijk besluit van 8 oktober 1981.

De werknemer moet, via de werkgever, een aanvraag voor een toelating tot arbeid (arbeidsvergunning) indienen bij het bevoegde Gewest: Brussels Hoofdstedelijk Gewest, Vlaams Gewest, Waals Gewest of Duitstalige Gemeenschap.

De aanvraag voor een arbeidsvergunning geldt als één aanvraag voor een machtiging tot verblijf (één enkele aanvraag). Deze aanvraag moet vergezeld zijn van documenten die betrekking hebben op het verblijf en het werk.

De documenten met betrekking tot het verblijf zijn:

  • het bewijs van de betaling van de retributie;
  • een kopie van het geldig paspoort van de aanvrager of de daarmee gelijkgestelde reistitel;
  • het bewijs dat de aanvrager beschikt over voldoende bestaansmiddelen, de duur van zijn tewerkstelling als werknemer, en, zo nodig, het BTW-nummer van de werkgever;
  • een uittreksel uit het strafregister of een gelijkwaardig document, indien de aanvrager ouder is dan 18 jaar;
  • een medisch attest;
  • het bewijs dat de aanvrager beschikt over een ziektekostenverzekering die alle risico's in België voor hemzelf en zijn gezinsleden dekt.

Tijdens het onderzoek kan de Dienst Vreemdelingenzaken eisen dat de aanvrager bijkomende inlichtingen en documenten verstrekt.

Het Gewest bevestigt de ontvangst van de aanvraag en gaat na of het dossier volledig is.

Als het dossier niet volledig is, geeft het Gewest de aanvrager een termijn van 15 dagen om het te vervolledigen. Als de aanvrager zijn dossier niet vervolledigt binnen die termijn, verklaart het Gewest de aanvraag onontvankelijk.

Als het dossier volledig is bij de indiening van de aanvraag, of binnen de bovengenoemde termijn van 15 dagen is vervolledigd, verklaart het Gewest de aanvraag ontvankelijk.

De datum waarop het Gewest de aanvraag ontvankelijk verklaart, is het vertrekpunt voor twee termijnen.

Een eerste termijn van 15 dagen waarbinnen het Gewest een kopie van het dossier naar de Dienst Vreemdelingenzaken moet sturen.

Een tweede termijn van vier maanden waarbinnen het Gewest en de Dienst Vreemdelingenzaken een beslissing over de gecombineerde aanvraag moeten nemen. Deze tweede termijn kan door het Gewest, of door de Dienst Vreemdelingenzaken, worden verlengd in uitzonderlijke omstandigheden die verband houden met de complexiteit van de aanvraag.

Indien het Gewest en de Dienst Vreemdelingenzaken binnen de eventueel verlengde termijn van vier maanden geen negatieve beslissing hebben genomen, worden de machtiging tot verblijf en de toelating tot arbeid geacht te zijn gegeven.

De Dienst Vreemdelingenzaken brengt de aanvrager daarvan met een bijlage 47 op de hoogte.  De Dienst brengt de werkgever en het gemeentebestuur of de Belgische diplomatieke of consulaire post vermeld in de gecombineerde aanvraag, eveneens op de hoogte.

Het Gewest onderzoekt of de werknemer gemachtigd kan worden om te werken en de Dienst Vreemdelingenzaken onderzoekt of de werknemer gemachtigd kan worden om meer dan 90 dagen in België te verblijven. 

Er zijn vier mogelijkheden:

  1. Het Gewest weigert de toelating tot arbeid → het Gewest betekent de beslissing aan de werknemer en brengt de werkgever en de Dienst Vreemdelingenzaken op de hoogte. De procedure wordt beëindigd.
  2. Het Gewest kent de toelating tot arbeid toe → het Gewest stuurt de beslissing naar de Dienst Vreemdelingenzaken. De procedure wordt voortgezet.
  3. De Dienst Vreemdelingenzaken weigert de machtiging tot verblijf →  de beslissing wordt met een bijlage 48 aan de werknemer meegedeeld en hij informeert de werkgever en het Gewest. De procedure wordt beëindigd.
  4. De Dienst Vreemdelingenzaken kent de machtiging tot verblijf toe → de toelating tot arbeid en de machtiging tot verblijf worden opgenomen in één enkele administratieve handeling (bijlage 46) en de beslissing wordt meegedeeld aan de werknemer, de werkgever en het gemeentebestuur of de Belgische diplomatieke en consulaire post vermeld in de aanvraag.

De werknemer die een buitenlands adres heeft opgegeven in zijn aanvraag voor een toelating tot arbeid, moet een visum D (nationaal visum lang verblijf) vragen aan de Belgische diplomatieke of consulaire post die bevoegd is voor de plaats waar hij verblijft.

De post geeft het visum af, na voorlegging van een geldig paspoort en de beslissing tot toekenning van een gecombineerde vergunning (bijlage 46 of 47), op voorwaarde dat de door de werknemer voorgelegde beslissing volledig overeenstemt met de beslissing die door de Dienst Vreemdelingenzaken aan de post werd meegedeeld.

De nationale vermelding B34 die op het visum D wordt aangebracht betekent dat de werknemer een gecombineerde vergunning ontvangen heeft.  De vermelding B29 betekent dat de werknemer een hooggekwalificeerde werknemer is (Europese blauwe kaart).

De werknemer moet zijn inschrijving in het vreemdelingenregister van de plaats waar hij verblijft en de afgifte van een gecombineerde vergunning aanvragen binnen 8 werkdagen na zijn aankomst in België. Hij moet zijn paspoort, de beslissing tot toekenning van een gecombineerde vergunning (bijlage 46 of 47), de beslissing tot toekenning van de toelating tot arbeid en de beslissing tot toekenning van de machtiging tot verblijf voorleggen.

Het gemeentebestuur overhandigt de werknemer een bijlage 49 die, in afwachting van het resultaat van het verblijfplaatsonderzoek, zijn verblijf gedurende 45 dagen voorlopig dekt.  De bijlage 49 kan tweemaal met 45 dagen (2 x 45 dagen) verlengd worden.

Indien het resultaat van het verblijfplaatsonderzoek positief is, overhandigt het gemeentebestuur een A-kaart aan de werknemer.  Deze verblijfstitel bevat een vermelding met betrekking tot de toegang tot de arbeidsmarkt (gecombineerde vergunning).

Nuttige info:

De werknemer die vrijgesteld is van een visum voor een verblijf van niet meer dan 90 dagen is niet verplicht een visum D aan te vragen. Men loopt echter wel een risico indien men geen visum D aanvraagt.

De werknemer die een gecombineerde vergunning aanvraagt, moet op het aanvraagformulier een adres opgeven. Indien hij een buitenlands adres opgeeft, deelt de Dienst Vreemdelingenzaken de beslissing tot toekenning van een gecombineerde vergunning mee aan de bevoegde Belgische diplomatieke of consulaire post. Indien de werknemer daarentegen een adres in België opgeeft, deelt de Dienst Vreemdelingenzaken de beslissing mee aan de gemeente van verblijf.

Vooraleer een visum of een verblijfstitel af te geven, moeten d posten en de gemeenten controleren of de door de werknemer voorgelegde beslissing volledig overeenstemt met de door de Dienst Vreemdelingenzaken meegedeelde beslissing. Indien een werknemer die voor een kort verblijf vrijgesteld is van een visum een buitenlands adres opgeeft, maar geen visum D aanvraagt, kan noch de post, noch de gemeente de authenticiteit van de beslissing controleren.

Een visum D met de vermelding B34 of B29 is dus een garantie dat de post de authenticiteitscontrole heeft uitgevoerd. Een gemeente zal waarschijnlijk weigeren om de aanvraag voor inschrijving van een werknemer die zich zonder een visum D aanbiedt in overweging te nemen.  

De Dienst Vreemdelingenzaken raadt de werknemer die voor een kort verblijf vrijgesteld is van een visum dus sterk aan om een visum D aan te vragen, zodra hij een beslissing tot toekenning van de gecombineerde vergunning (bijlage 46 of 47) ontvangen heeft. Indien de woonplaats in België reeds bekend is, kan deze woonplaats ook in de aanvraag opgegeven worden, en dit zelfs indien de werknemer zich nog in het buitenland bevindt wanneer zijn werkgever de aanvraag indient. In dit geval deelt de Dienst Vreemdelingenzaken de beslissing mee aan de gemeente die de authenticiteit van de door de werknemer voorgelegde beslissing zal controleren.  

De Dienst Vreemdelingenzaken stuurt de beslissing tot toekenning van een gecombineerde vergunning (bijlage 46 of 47) naar de werknemer en een kopie naar het gemeentebestuur van de verblijfplaats die in de gecombineerde aanvraag is opgegeven.

De werknemer moet zijn inschrijving in het vreemdelingenregister en de afgifte van een gecombineerde vergunning aanvragen binnen 8 werkdagen na de ontvangst van de bijlage 46 of 47. Hij moet zijn paspoort, de bijlage 46 of 47, de beslissing tot toekenning van de toelating tot arbeid en de beslissing tot toekenning van de machtiging tot verblijf voorleggen. 

Het gemeentebestuur overhandigt de werknemer een bijlage 49 die, in afwachting van het resultaat van het verblijfplaatsonderzoek, zijn verblijf gedurende 45 dagen voorlopig dekt.  De bijlage 49 kan tweemaal met 45 dagen (2 X 45 dagen) verlengd worden.

Indien het resultaat van het verblijfplaatsonderzoek positief is, overhandigt het gemeentebestuur een A-kaart aan de werknemer. Deze verblijfstitel bevat een vermelding met betrekking tot de toegang tot de arbeidsmarkt (gecombineerde vergunning).

  1. Machtigingen tot verblijf en toelatingen tot arbeid toegekend voor een beperkte duur

De werknemer die gemachtigd is om voor een beperkte duur op het grondgebied te werken en te verblijven moet de verlenging van de toelating tot arbeid aanvragen ten laatste twee maanden voor het verstrijken van de A-kaart (gecombineerde vergunning), via zijn werkgever, bij het Gewest. Deze aanvraag geldt als aanvraag voor verlenging van de machtiging tot verblijf.

Indien het Gewest en de Dienst Vreemdelingenzaken geen beslissing nemen vooraleer de A-kaart verstrijkt, overhandigt het gemeentebestuur een bijlage 49 aan de werknemer, mits hij een door het Gewest afgegeven document voorlegt dat aantoont dat zijn aanvraag voor verlenging ontvankelijk en volledig is. De bijlage 49 dekt zijn verblijf voorlopig, gedurende 30 dagen, en kan twee keer met 30 dagen verlengd worden (2 X 30 dagen).  De bijlage 49 maakt het echter niet mogelijk om te werken (vermelding « Arbeidsmarkt : neen ».)

  1. Machtiging tot verblijf toegekend voor een beperkte duur en toelating tot arbeid toegekend voor een onbeperkte duur

De door de Dienst Vreemdelingenzaken toegekende machtiging tot verblijf blijft vijf jaar lang beperkt. Wanneer het Gewest binnen deze termijn van vijf jaar een toelating tot arbeid voor een onbeperkte duur toekent, moet de werknemer het gemeentebestuur enkel vragen om zijn machtiging tot verblijf te verlengen, en dit ten laatste twee maanden voor de datum waarop de A-kaart (gecombineerde vergunning) verstrijkt.

Het gemeentebestuur overhandigt een bijlage 50 aan de werknemer, op voorwaarde dat hij de volgende documenten voorlegt :

  • een kopie van zijn geldig paspoort of de daarmee gelijkgestelde reistitel;
  • het bewijs dat hij over toereikende bestaansmiddelen beschikt, de duur van zijn tewerkstelling als werknemer en, zo nodig, het BTW-nummer van zijn werkgever; 
  • het bewijs dat hij over een ziektekostenverzekering beschikt die alle risico's in België voor hemzelf en zijn gezinsleden dekt;
  • de beslissing van het Gewest dat hij voor een onbeperkte duur mag werken.

De bijlage 50 is 30 dagen geldig en kan twee keer met 30 dagen verlengd worden (2 X 30 dagen).

Het gemeentebestuur stuurt de aanvraag voor verlenging van de machtiging tot verblijf en de documenten naar de Dienst Vreemdelingenzaken, die zijn beslissing neemt binnen een, eventueel verlengde, termijn van vier maanden.  

Indien de werknemer de documenten niet voorlegt, neemt het gemeentebestuur de aanvraag niet in overweging (bijlage 41) en stuurt een kopie van de beslissing naar de Dienst Vreemdelingenzaken.

Indien de Dienst Vreemdelingenzaken de machtiging tot verblijf verlengt, stuurt hij zijn beslissing naar het gemeentebestuur (bijlage 46). Vervolgens overhandigt het gemeentebestuur de werknemer, naargelang het geval, een A-kaart (beperkt verblijf) of een B-kaart (onbeperkt verblijf), met een vermelding « Arbeidsmarkt : onbeperkt ».

Indien de Dienst Vreemdelingenzaken weigert de machtiging tot verblijf te verlengen, betekent hij zijn beslissing aan de werknemer (bijlage 48).

Indien de Dienst Vreemdelingenzaken geen negatieve beslissing neemt binnen de, eventueel verlengde, termijn van vier maanden, stuurt hij een bijlage 47 naar het gemeentebestuur.  Vervolgens overhandigt het gemeentebestuur de werknemer, naargelang het geval, een A-kaart (beperkt verblijf) of een B-kaart (onbeperkt verblijf), met een vermelding « Arbeidsmarkt : onbeperkt ».
 

  1. Machtiging tot verblijf toegekend voor een onbeperkte duur

De door de Dienst Vreemdelingenzaken toegekende machtiging tot verblijf blijft vijf jaar lang beperkt.  Vervolgens wordt de machtiging tot verblijf voor een onbeperkte duur verlengd, op voorwaarde dat de werknemer aan de volgende voorwaarden voldoet:

  • zich niet bevinden in een van de gevallen vermeld in artikel 3, 5° tot 10°, van de wet;
  • geen belasting vormen voor het sociale bijstandsstelsel in België;
  • niet verblijven voor andere doeleinden dan die waarvoor hij gemachtigd werd tot verblijf. 

De werknemer die gemachtigd is tot een verblijf van onbeperkte duur ontvangt een B-kaart, met de vermelding « Arbeidsmarkt : onbeperkt ».

De Dienst Vreemdelingenzaken kan om de volgende redenen een einde maken aan het verblijf van een werknemer:

  • hij bevindt zich in een van de gevallen vermeld in artikel 3, 5° tot 10°, van de wet;
  • hij vormt een belasting voor het sociale bijstandsstelsel in België;
  • hij verblijft voor andere doeleinden dan die waarvoor hij gemachtigd werd tot verblijf. 

Wanneer de Dienst Vreemdelingenzaken een einde maakt aan het verblijf (bijlage 52) vervalt de toelating tot arbeid van rechtswege. De toelating tot arbeid is immers alleen geldig indien een machtiging tot verblijf is toegekend.  

Indien het Gewest een einde maakt aan de toelating tot arbeid, eindigt de machtiging tot verblijf van rechtswege 90 dagen na het einde van de toelating tot arbeid, tenzij de Dienst Vreemdelingenzaken beslist ze eerder te beëindigen. De machtiging tot verblijf is immers alleen geldig indien een toelating tot arbeid is toegekend.

Indien de A-kaart tijdens de periode van 90 dagen verstrijkt, geeft het gemeentebestuur een bijlage 51 af aan de werknemer.  Dit document verleent geen toegang tot de arbeidsmarkt.

De gezinsleden ontvangen hetzelfde document, met dezelfde geldigheidsduur.  

  • Richtlijn 2011/98/EU van het Europees Parlement en de Raad van 13 december 2011 betreffende één enkele aanvraagprocedure voor een gecombineerde vergunning voor onderdanen van derde landen om te verblijven en te werken op het grondgebied van een lidstaat, alsmede inzake een gemeenschappelijk pakket rechten voor werknemers uit derde landen die legaal in een lidstaat verblijven.
  • Samenwerkingsakkoord tussen de Federale Staat, het Waals Gewest, het Vlaams Gewest, het Brussels-Hoofdstedelijk Gewest en de Duitstalige Gemeenschap met betrekking tot de coördinatie tussen het beleid inzake de toelatingen tot arbeid en het beleid inzake de verblijfsvergunningen en inzake de normen betreffende de tewerkstelling en het verblijf van buitenlandse arbeidskrachten.
  • Wet van 22.07.2018 tot wijziging van de wet van 15.12.1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen;
  • Koninklijk besluit van 12.11.2018 tot wijziging van het koninklijk besluit van  08.10.1981 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen.